Opinie

CDU en SPD winnen maar tijdperk van de grote partijen loopt af

Deelstaatverkiezingen

Commentaar

De christen-democraten (CDU) en de sociaal-democraten (SPD) behielden zondag bij de Duitse deelstaatverkiezingen in respectievelijk Saksen en Brandenburg, voormalige DDR-Länder, hun positie als grootste partij. Tot een doorbraak van de oprukkende rechtspopulistische Alternative für Deutschland (AfD) kwam het niet.

Een grote zucht van verlichting ging door Berlijn. Daar regeert nog altijd de zogeheten Grote Coalitie (GroKo) van CDU/CSU en SPD. Een verlies van een van beide, voorheen grote, volkspartijen zou mogelijk direct tot een regeringscrisis hebben geleid. Maar de CDU won in Saksen en de SPD in Brandenburg. Eind goed, al goed voor de oude politieke orde?

Nee, helemaal niet eind goed al goed. De SPD werd in Saksen weggevaagd. De partij, die daar overigens na de val van de Muur nooit heel erg populair werd, haalde nog maar 7 procent van de stemmen. Dat is slechts twee procentpunten bóven de kiesdrempel. En bovendien werd de AfD in beide deelstaten royaal de tweede partij.

Inmiddels is al wel duidelijk dat deze partij, die zich in het oosten van Duitsland ‘rechts-nationaal’ noemt, niet gaat meeregeren in de beide deelstaten. De winst die de AfD nu geboekt heeft, werpt wel zijn schaduw vooruit. Naar andere deelstaatverkiezingen, zoals volgende maand in het eveneens Oost-Duitse Thüringen, en over twee jaar de Bondsdagverkiezingen. De eerste verkiezingen in zestien jaar zonder Angela Merkel.

De leider van de AfD in Thüringen, de rechts-nationalistische Björn Höcke, claimde dinsdag al op grond van de winst in Saksen en Brandenburg een grotere invloed van de oostelijke partijafdelingen op nationaal partijniveau. Höcke, die vaak openlijk flirt met het nationaal-socialistische verleden van Duitsland, verwacht voor zichzelf een flinke verkiezingszege. Voor de partij als geheel zal dat gezien zijn middelpuntvliedende opstelling niet bijdragen aan de stabiliteit binnen de op zich al vrij roerige AfD.

De mogelijke effecten van de winst van de AfD in het oosten van Duitsland voor de verhoudingen op nationaal niveau bij de Bondsdagverkiezingen in 2021 kunnen ook van een bijsluiter worden voorzien. De resultaten van de verkiezingen in voormalige DDR-deelstaten wijken door de afwijkende geschiedenis van dit deel van Duitsland in de praktijk af van de electorale patronen in het westen. De Wende, nu dertig jaar geleden, bracht niet de „bloeiende landschappen” die de toenmalige bondskanselier Helmut Kohl had beloofd. Integendeel, Oost-Duitsers voelden zich behandeld als tweederangsburgers in eigen land. Het ressentiment daarover, zeker nu de bestaanszekerheid rond de bruinkoolwinning verdwijnt, vormt een voedingsbodem voor de populariteit van partijen als AfD. Deze partij steunt de bruinkoolindustrie en ontkent dat de mens een factor is in de opwarming van de aarde.

De tendens die opdoemt uit de deelstaatverkiezingen is toch dat de heerschappij van de grote volkspartijen CDU en SPD ten einde loopt. In Berlijn bevindt de ‘Groko’ zich in een schemerzone. Angela Merkel is nog wel bondskanselier, maar geen partijleider. Dat is Annegret Kramp-Karrenbauer, inmiddels minister van Defensie. Maar zij moet zich nog bewijzen. Ook het SPD-leiderschap is sinds het aftreden van Andrea Nahles in juni fluïde, dat wil zeggen, in handen van een tijdelijk driemanschap. Dat kan niet te lang duren. De Duitse stabiliteit rust mede op heldere politieke verhoudingen. Met de verkiezingen van 2021 in zicht, begint de tijd te dringen.