Opinie

Tweede Kamerlid Arno Rutte schendt het vertrouwen van de kiezer

voortijdig vertrekkers

Commentaar

Op de laatste dag voor het zomerreces van de Tweede Kamer – het was inmiddels half vier ‘s nachts – verzuchtte Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) in haar traditionele eindejaarstoespraak dat sinds het aantreden van de nieuwe Kamer al 32 volksvertegenwoordigers waren vertrokken. Als de elf Kamerleden die naar het kabinet overstapten hiervan worden afgetrokken, blijven er nog 21 over.

Sinds vorige week kan er weer iemand aan de lijst met voortijdige vertrekkers worden toegevoegd. Ditmaal betreft het Tweede Kamerlid Arno Rutte (VVD). Hij kondigde aan het parlement half oktober te gaan verlaten. Rutte, sinds 2012 in de Tweede Kamer en in 2017 herkozen waarbij hij het niet geringe aantal van 4.713 voorkeurstemmen kreeg, wil naar eigen zeggen meer tijd vrijmaken voor zijn privéleven. Hij wil „de balans” tussen werk en thuis veranderen.

Achter zo’n algemeen geformuleerd motief kunnen vanzelfsprekend dieperliggende, persoonlijke, redenen schuil gaan. Maar vooralsnog wijst dat er bij Rutte niet op, getuige zijn nadere toelichting. Hij had al voor zichzelf besloten dat dit zijn laatste periode in de Kamer was, zag een baan als consultant langskomen en besloot deze met ingang van volgende maand aan te nemen.

Het is een uiting van ‘gewoon jezelf zijn’, de slogan waarmee de VVD zich in de jaren tachtig van de vorige eeuw onder leiding van Ed Nijpels afficheerde. Maar zo’n mentaliteit past juist niet bij het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Kamerleden zitten er niet namens zichzelf maar hebben een mandaat van de kiezers voor vier jaar gekregen. Het lidmaatschap van de Tweede Kamer is een gewichtig en verantwoordelijk ambt, geen handig springplankje in de eigen carrièreplanning. Met zijn versnelde vertrek, is Rutte helaas de zoveelste volksvertegenwoordiger die het vertrouwen van de kiezer schendt.

Dit laat onverlet dat de klacht over de werkdruk van Kamerleden serieus moet worden genomen. Al snel klinkt dan de roep om meer ondersteuning. Daar kan naar worden gekeken. Zeker nu de 150 Tweede Kamerleden over meer fracties zijn verspreid, is de individuele werkdruk voor veel Kamerleden toegenomen.

Maar de bureaucratische reflex van meer personeel is niet zaligmakend. Ook hier geldt de wet dat aanbod zijn eigen vraag schept. Met bijvoorbeeld het recordaantal debatten doet de Tweede Kamer de toegenomen werkdruk ook zichzelf aan. De gekozenen moeten zelf ook leren kiezen.