PvdA wil basisbeurs voor groot gedeelte studenten terug

Een Kamermeerderheid is nu voor afschaffing van het leenstelsel in zijn huidige vorm. Onderwijsminister Van Engelshoven laat het stelsel onderzoeken.

PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher tijdens een debat in de Tweede Kamer.
PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat/ANP

Ook de PvdA is voor herinvoering van de basisbeurs voor een groot deel van de studenten. Dat zegt fractievoorzitter Lodewijk Asscher dinsdag in het AD. Daarmee is een meerderheid van de Tweede Kamer voor afschaffing van het leenstelsel in zijn huidige vorm, dat werd ingevoerd toen de PvdA in de regering zat.

Asscher wil binnen het bestaande leenstelsel een nieuwe basisbeurs creëren door de zogenoemde ‘aanvullende beurs’ aan een grotere groep te verschaffen. Deze aanvullende beurs, die niet terugbetaald hoeft te worden, is op dit moment alleen verkrijgbaar voor studenten die het van huis uit niet breed hebben. De nieuwe basisbeurs zou wat betreft de PvdA’er zijn voor studenten wier ouders tot drie keer modaal verdienen. Ook stelt Asscher voor dat studenten in die categorie compensatie ontvangen voor de schuld die zij de afgelopen jaren hebben opgebouwd.

De fractievoorzitter schatte dinsdagochtend bij NPO Radio 1 dat zijn plan zo’n 700 miljoen euro zal kosten. Om dat bedrag laag te houden, wil Asscher een hoger belastingtarief van 60 procent invoeren voor mensen met een inkomen boven de 150.000 euro. Dit zogenoemde toptarief is een plan van de PvdA uit 2010.

GroenLinks en coalitiepartners ChristenUnie en het CDA hadden zich al eerder gekeerd tegen het huidige leenstelsel, dat studenten de mogelijkheid geeft hun studie te bekostigen door middel van een lening met lage rente. In de Kamer geniet het stelsel alleen nog steun van VVD en D66.

Lees ook dit stuk over studieschulden en andere problemen onder jongeren: ‘Meer praten mét jongeren voordat je over hen praat’

‘Groeiende prestatiedruk onder studenten’

Het huidige sociaal leenstelsel werd in 2015 ingevoerd onder PvdA-minister Jet Bussemaker (Onderwijs). Een van de redenen dat de PvdA nu draait, is volgens Asscher de groeiende prestatiedruk voor studenten. „Zeker voor kinderen van wie de ouders geen dikke portemonnee hebben, telt de studieschuld dan zwaar”, aldus de fractievoorzitter tegen persbureau ANP. Ook ziet Asscher minder doorstroom van het mbo naar het hbo.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) heeft dinsdag aangegeven het leenstelsel voor studenten te willen onderzoeken. Tegen ANP zegt ze dat het kabinet naar „mogelijke aanpassingen” gaat kijken als uit onderzoek blijkt dat het stelsel voor sommige studenten „een grote belemmering” is.

Van Engelshoven zal zich buigen over de periode van 2011 tot 2019 en begint dus al voor de afschaffing van de basisbeurs. Zo wil ze in beeld krijgen wat invoering van het leenstelsel precies heeft veranderd. De evaluatie moet voor de zomer van 2020 klaar zijn.

Geschiedenis basisbeurs

De basisbeurs werd in 1986 ingevoerd om studenten minder afhankelijk te maken van financiële steun van hun ouders. Voor die tijd kregen ouders van studenten een hogere kinderbijslag. In 1996 werden de voorwaarden voor behoud van de beurs strenger: studenten moesten binnen tien jaar een diploma behalen om hun beurs omgezet te zien worden in een gift.

In 2015 werd de beurs met steun van onder meer VVD, D66, GroenLinks en PvdA vervangen door het huidige sociaal leenstelsel. De invoering ging gepaard met bezwaren vanuit het hoger onderwijs en breedgedragen protesten. Studieschulden zouden de financiële situatie van studenten aan het begin van hun carrière bemoeilijken.

Afgelopen week publiceerde de Sociaal-Economische Raad (SER) een rapport over stress onder jongeren. Het sociaal leenstelsel zou bijdragen aan de druk die zij toch al ondervinden door onder meer bijbaantjes, woningtekorten en flexibele contracten. Het kabinet zou samen met jongeren moeten nadenken over „passende alternatieven” voor het leenstelsel, adviseerde de SER.