Minister: te veel competitie tussen universiteiten

Hoger Onderwijs Maandag protesteerden academici tegen het financieringsmodel van de universiteiten. Dat moet anders, zegt de minister nu.

Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (D66) houdt een openingsspeech tijdens de opening van het academisch jaar van de Universiteit van Leiden.
Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (D66) houdt een openingsspeech tijdens de opening van het academisch jaar van de Universiteit van Leiden. foto Sem van der Wal/ANP

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs en Wetenschap, D66) wil af van de doorgeschoten competitie tussen universiteiten om onderzoeksgeld en studenten. Hiervoor is ze bereid de wijze waarop onderwijs en wetenschap worden gefinancierd op de schop te nemen. „Daar wil ik de komende twee jaar mijn stinkende best voor doen”, zegt ze in gesprek met NRC.

De minister wil „een stabiele basis” creëren door het vaste deel van het budget voor universiteiten te laten groeien ten koste van de variabele geldstroom, die afhangt van onder meer gehonoreerde onderzoeksaanvragen en studentenaantallen. De jacht op geld en de daaraan gekoppelde onstuimige groei van het aantal studenten verhoogt de werkdruk op universiteiten, aldus de minister. Daarmee beaamt ze de belangrijkste klachten van de wetenschappers die maandag in Leiden demonstreerden.

„Het is goed dat een deel van de wetenschap competitief is, maar we zijn erin doorgeschoten”, zegt Van Engelshoven. „Niemand heeft hier bewust op aangestuurd, maar de optelsom van alles is een stelsel met daarin prikkels die we niet willen. We moeten naar een systeem van meer samenwerking tussen universiteiten en disciplines. Ik geloof er ook heilig in dat dit leidt tot een doelmatigere besteding van middelen.”

De minister heeft al besloten de bekostiging minder afhankelijk te maken van studentenaantallen. Ook hevelt ze 100 miljoen euro van de tweede geldstroom (via onderzoeksfinanciers) over naar de eerste (direct van het Rijk naar universiteiten). Met meer hervormingen van het financieringsstelsel wil ze wachten tot de uitkomsten van een onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging. „We weten nu niet wat het kost om onderwijs en onderzoek goed met elkaar te verweven”, zegt ze. „Het is sturen in de mist.”

Deze zomer besloot Van Engelshoven om een deel van haar budget te herverdelen ten gunste van bèta en techniek – wat niet goed viel op universiteiten die ook alfa-, gamma- en medisch onderwijs verzorgen. Een „spoedoperatie”, zegt ze daar nu over, nodig vanwege de grote vraag naar technici op de arbeidsmarkt. „Ik heb mijn stinkende best gedaan geld te krijgen voor een zachte landing, en dat is gelukt, een compensatie van 41 miljoen euro. Onderaan de streep gaan de meeste universiteiten er in elk geval de komende twee jaar niet op achteruit.”

Van Engelshoven wil niks kwijt over eventuele verzoeken om meer geld die ze gedaan heeft bij minister Hoekstra (Financiën, CDA). „Daar ga ik niks over zeggen. Met Prinsjesdag kan iedereen dat lezen. Maar ik kan wel vertellen dat het belang van kennis en innovatie goed op het netvlies staat bij het kabinet.”

Interview Ingrid van Engelshoven pagina 10-11Commentaar pagina 17