Mensenoogwit is toch niet zo uniek

Menselijke evolutie De iris en het oogwit van chimpansees en bonobo’s blijken even sterk te contrasteren als die van mensen. Dat is onverwacht.

Het witte oogwit van mensen geldt als een evolutionaire aanpassing aan de intense communicatiebehoefte van de mens: dankzij oogwit kunnen wij altijd makkelijk zien waarheen een ander kijkt. Het ‘oogwit’ (sclera) van nauwverwante primaten is donkerder. Maar vier primatologen, onder wie Mariska Kret van de Universiteit Leiden, hebben nu ontdekt dat de relatieve helderheid van de iris ten opzichte van de sclera (oogwit) helemaal niet zo veel verschilt tussen mensen, chimpansees en bonobo’s. Chimpansees hebben een donker oogwit, maar weer relatief lichte irissen, soms tegen het oranje aan. Bonobo’s hebben net als mensen licht oogwit maar weer relatief donkere irissen. Het gaat om gemiddelden van de ogen van zo’n 50 mensen, 50 bonobo’s en 50 chimpansees, gemeten in grijstinten, zo schrijven de vier deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Contrast in grijstinten

„Dit is een eerste stap om anders naar dat oogwit te gaan kijken”, zegt Mariska Kret over het onderzoek. „Deze bevindingen sluiten aan bij gedragsonderzoek waaruit blijkt dat chimpansees en bonobo’s óók in staat zijn om de blik van een ander te volgen.” Nu is het contrast in grijstinten onderzocht, „maar we moeten ook gaan kijken naar het effect van het kleurcontrast”, aldus Kret, „en van de kleur van de huid om de ogen”. Want bij jonge chimpansees is die huidskleur licht, en deze wordt donkerder bij het ouder worden. Bij de jonge chimps valt hun donkere oogwit dus meer op dan bij oudere. Bonobo’s hebben ook als jongere al een donkere huid, maar juist weer lichter oogwit. Uit de vergelijking bleek wel dat bij de mens de minste variatie in het oogwit voorkomt, bij bonobo’s en chimps zijn de onderlinge verschillen groter. Bij die twee mensaapsoorten lijkt het oogwit bij het ouder worden ook lichter te worden, wat bij chimps met hun lichte iris dus leidt tot minder contrast, maar bij de bonobo’s met hun relatief donkere iris juist weer niet.

Een grote stap

Op basis van de eerste bevindingen vermoeden de onderzoekers dat het volgen van de blik ook al vroeger in de menselijke evolutie belangrijk moet zijn geweest. Want als chimp, bonobo én mens een gemeenschappelijk kenmerk hebben, is het biologisch gezien logisch dat hun gemeenschappelijke voorouder, die waarschijnlijk zo’n zes miljoen jaar geleden leefde, dat kenmerk ook al had. Dat is een grote stap, want tot nu werd het witte oogwit vaak verbonden met de ontwikkeling van intensieve communicatie bij mensen, en dus ook de ontwikkeling van taal. Sinds jaar en dag letten kenners van deze oogwithypothese dan ook altijd op reconstructies van oermensen: krijgen ze van de reconstructiekunstenaar oogwit of niet? Zo kreeg de vorige week gepubliceerde reconstructie van de nieuwe Australopithecus anamensis-schedel (3,8 miljoen jaar oud) opvallend wit oogwit. Zouden die nog erg chimpachtige oermensen dan al echt zo’n intensieve communicatiebehoefte hebben gehad? Misschien, maar doorgaans wordt die menselijke communicatierevolutie veel later vermoed: ruwweg ergens tussen anderhalf miljoen en 300.000 jaar geleden, toen ook de menselijke hersenomvang sterk groeide. Een van de voorvechters van de gevestigde oogwitcommunicatie-opvatting, de Amerikaanse taalpsycholoog en primatoloog Michael Tomasello (die ook in 2007 een baanbrekend oogwit-bij-mensen-onderzoek publiceerde) reageert dan ook acuut afwijzend op de nieuwe theorie. „Zoek eens bij Google Afbeeldingen naar chimpanzee eyes, bonobo eyes en human eyes en denk dan zelf na”, reageert hij kortweg per e-mail. En als je dat doet lijkt het inderdaad niet erg overtuigend dat je bij mensapen even goed de oogrichting kunt zien als bij dat mooie witte oogwit van mensen. Maar Kret is niet onder de indruk van de tegenwerping: „Zelf kijken naar foto’s is niet erg wetenschappelijk. Meten is weten, toch?”

Oogwitpionier Tomasello reageert acuut afwijzend op het nieuwe idee

In hun stuk in PNAS opperen Kret en haar collega’s zelfs nog dat het relatief lichte oogwit bij bonobo’s en natuurlijk vooral bij mensen samen zou kunnen hangen met de relatief lagere agressiviteit van deze twee soorten, ten opzichte van chimpansees. Ze verwijzen daarbij naar een verband tussen domesticatie (die vaak samengaat met agressievermindering) en onder meer pigmentatieverlies, zoals dat een paar jaar geleden werd uitgewerkt door onder meer de primatoloog Richard Wrangham en de evolutionair taalkundige Tecumseh Fitch. „Maar dat moeten we natuurlijk nog verder uitzoeken hoor!”, zegt Kret.