‘Ik was al agressief vanaf mijn tweeënhalfde’

Grunberg in een gesloten jeugdinrichting Schrijver Arnon Grunberg leeft veertien dagen dag en nacht in de gesloten jeugdinstelling De Koppeling in Amsterdam. Hij schrijft elke dag over het leven daar. Deel 3: Astronaut

Sasha zit op haar bed, ze is mager, heeft blonde haren, en ze draagt een mooi blauwe jurk met vlinders erop. Ze is 15, ze krijgt één-op-één begeleiding. Sasha wil van me weten waar inspiratie vandaan komt.

„Ik ga een boek over een seriemoordenaar schrijven”, zegt ze. „Dat vind ik leuk. Ik heb geen pennen op de kamer, dan kan ik mezelf pijn doen. Ik heb wel een laptop, maar die is niet hier. Ik vertrouw niemand, ja Xandra, maar die ken ik van het internet, dus dan weet je nooit zeker of ze echt een meisje van 14 is.”

Ik beaam dat.

„Misschien moet ik astronaut worden”, zegt ze, „dat kwam uit een test. Niets met vergaderingen, want de mensen begrijpen mij niet en ik begrijp de mensen niet. Mensen met autisme denken anders.”

„Kun je uitleggen hoe mensen met autisme denken?”, vraag ik.

Ze denkt na, dan zegt ze: „Ik word liever geslagen dan uitgescholden.”

„Ben je vaak geslagen?”, vraag ik.

„Ik ben wel eens tegen de grond gewerkt.”

„Hoe is dat?”

„Grond-achtig.”

Ze staat op en werpt zichzelf op de grond.

„Toen ik 9 was gebeurde dat voor het eerst, in het UMC. Ongelooflijk niet? Vier mensen die een meisje van 9 tegen de grond werken. Maar ik vind het niet erg. Ik was al agressief vanaf mijn tweeënhalfde. Ik heb mijn moeder geslagen, toen heeft mijn moeder de politie gebeld. Ik wist niet meer wat ik moest doen.” Na een korte pauze. „Jij bent zeker vaak verliefd?”

„Waarom denk je dat?”

„Omdat je romans schrijft.”

„Dat heeft er niets mee te maken”, antwoord ik, hoewel ik niet weet of ik de waarheid spreek.

„Ik heb een boek geschreven, Het bloemenbloed, over een Vlaamse moordenaar die Seppe heet. Hij zegt tegen het meisje, ‘doe maar rustig, meisje’. Mensen zeggen dat het op een goed boek lijkt.”

„Lees me een keer voor”, zeg ik.

Ze knikt. „Ik heb lucide dromen, in andere dromen doe ik voornamelijk dingen fout of word ik gepest. Ik ben eenzaam als er mensen zijn.”

„Zal ik een andere keer terugkomen?”, vraag ik.

„Kaas”, antwoordt Sasha. „Let er niet op. Dat is mijn stopwoord.”

Een begeleider brengt me naar mijn cel. De deur gaat op slot.

Ik pak Dostojevski’s De gebroeders Karamazov en lees over Ivan Karamazov, die zijn toegangskaartje voor deze wereld teruggeeft omdat hij het lijden van kinderen niet kan aanvaarden.

Wordt vervolgd

Om privacyredenen zijn achternamen in deze serie weggelaten. Ze zijn bij de redactie bekend.