Opinie

Herstel de basisbeurs in ere

Studenten zitten afgepeigerd door hun bijbaan in de collegebanken en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs staat onder druk: het leenstelsel is mislukt, schrijft .
Illustratie Hajo

‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’ was ooit het motto van het legendarische kabinet-Den Uyl. Het is tekenend voor de teloorgang van de sociaal-democratie dat uitgerekend een PvdA-minister een einde heeft gemaakt aan de spreiding van kennis. Het was immers Jet Bussemaker die per 2015 de basisbeurs afschafte. De gedeeltelijke ommekeer die PvdA-leider Lodewijk Asscher dinsdagochtend aankondigde, lijkt niet ingegeven door de wens om het geschonden blazoen van de sociaal-democratie op te poetsen, maar door pragmatisme. De onrust en onzekerheid onder jongeren in het algemeen en studenten in het bijzonder is een feit waarvoor de politiek de ogen niet langer kan sluiten. Asschers voorstel om ruimhartiger aanvullende beurzen toe te kennen, aan kinderen van ouders die tot driemaal modaal verdienen (zo’n honderdduizend euro) en daarmee een vorm van een basisbeurs te herintroduceren, miskent de dramatische en onrechtvaardige gevolgen van afschaffing ervan.

Dramatisch, want de ‘kwaliteit van onderwijs’ die Bussemaker met het bespaarde geld omhoog wilde helpen, is sindsdien gekelderd. Waardoor? Door de invoering van het leenstelsel zien studenten zich genoodzaakt een baan naast hun studie te zoeken, niet slechts voor een paar uur per week, maar hele dagen en avonden. Het gevolg merken docenten aan elke universiteit: studenten missen dikwijls hoorcolleges of werkgroepen omdat ze moeten werken. Zijn ze wel aanwezig, dan hebben ze vaak niets kunnen voorbereiden, omdat ze ’s avonds te moe zijn. Het schrijven van een scriptie, altijd al een moeizaam proces, is nog lastiger geworden. Iedereen die wel eens een stuk heeft moeten schrijven van langere adem, weet dat je voor intellectuele en creatieve arbeid een lege agenda moet hebben. Die bestaat voor veel studenten niet meer, want een week zonder werk betekent een lege portemonnee.

Tegen deze achtergrond zijn de compenserende ‘studievoorschotmiddelen’ die de overheid aan universiteiten geeft nutteloos. Van dat bedrag kun je om te beginnen vrijwel niets doen. In 2019 was het ongeveer driehonderd euro per student per jaar, wat ooit zo’n beetje het bedrag was dat een student per maand kreeg als basisbeurs. Wat er dan conform ‘kwaliteitsafspraken’ wordt gedaan om het onderwijs te professionaliseren, zoals intervisie-gesprekken tussen docenten en het coachen van docenten door en van elkaar, is bovendien zinloos, wanneer hun studenten afgepeigerd in de collegezaal zitten.

Deze praktische overwegingen over de kwaliteit van het hoger onderwijs worden versterkt door principiële argumenten. Nog niet zo lang geleden konden Nederlanders trots zijn op hun samenleving, omdat iedere middelbare scholier met vwo-diploma toegang had tot zeer goede universiteiten. Vergelijk dat eens met de situatie in de Verenigde Staten, waar alleen studenten met zeer rijke ouders nog met gemak een academische studie kunnen doorlopen en de rest het moet doen met opleidingen van matig tot armzalig niveau. Door de afschaffing van de basisbeurs glijden we onafwendbaar af naar die Amerikaanse situatie.

Eind vorig jaar voorzag ik in een opiniestuk in NRC een sombere toekomst voor de geesteswetenschappen. Dat werd door academische lobbyisten afgedaan als zwartkijken. Twee maanden later werd de studie Nederlands aan de VU opgeheven, vijf maanden later stelde de commissie-Van Rijn voor om geld van de geesteswetenschappen over te hevelen naar technische vakken. Je hoeft geen ziener te zijn om te voorspellen dat er meer geesteswetenschappelijke studies zullen sneuvelen. Ook hoef je geen econoom te zijn om in te zien dat het onvermijdelijk is dat de rente op de studielening, nu nog laag, gaat stijgen. Studenten hebben geen enkele garantie dat dit niet gebeurt, en dus lenen ze niet. Dat stelsel is nu al mislukt.

Maatschappelijke ongelijkheid

Zal die amerikanisering niet zo’n vaart lopen? Nu al is het zo dat een student met gefortuneerde ouders niet hoeft te lenen, een voor anderen onbetaalbare kamer op de privé-markt kan huren, en na afloop van zijn studie geen studieschuld heeft en dus een hogere hypotheek kan krijgen. Je hoeft geen socialist te zijn om verontwaardiging te voelen over deze vergroting van de maatschappelijke ongelijkheid.

Ondertussen ligt een rechtvaardige manier om de kosten van het hoger onderwijs te beperken voor de hand. Bij de invoering van de indeling in bachelor- en masteropleidingen was het idee dat de bachelorprogramma’s zelfstandige opleidingen moesten zijn, die tot een aparte graad en toegang tot de arbeidsmarkt leidden. Daarom moest er een ‘harde knip’ tussen beide komen. Hoe anders is het gelopen. Inmiddels staat op sites van universiteiten openlijk te lezen: „Wil je een volledige academische opleiding? Dan ga je na je bachelor door met een masteropleiding”. Dat zegt genoeg.

Basisbeurs voor vierjarige bachelors

Het gevolg is dat iedere bachelorstudent doorgaat met een masteropleiding. Dat was niet alleen niet de bedoeling, het is vanuit internationaal perspectief bizar. In Angelsaksische landen gaan alleen studenten die een academische carrière ambiëren door met een masteropleiding, de overgrote meerderheid gaat met een bachelorgraad de maatschappij in. Ook de inflatie van de masteropleiding draagt bij aan de verdere uitholling van de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs.

Hoe kan het dan wel? Idealiter worden bachelorstudies weer vierjarige opleidingen. Om duidelijk te maken dat een master-titel een keuze is voor een academische toekomst, zou voor die vervolgopleiding het leenstelsel kunnen worden gehandhaafd. Maar de grote Nederlandse verworvenheid van een voor iedereen toegankelijk hoger onderwijs, kan alleen in ere worden hersteld door het failliete en fnuikende leenstelsel voor de bacheloropleidingen overboord te zetten en de basisbeurs opnieuw in te voeren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.