Einde van leenstelsel lijkt in zicht

Studiefinanciering Ook PvdA keert zich, als een van de grootste voorstanders, tegen het huidige leenstelsel.

Studenten demonstreren tegen de voorgenomen verhoging van de rente op studieleningen. Door de verhoging zou de studieschuld gemiddeld 5000 euro hoger uitvallen. ANP KOEN VAN WEEL Foto Koen van Weel/ANP
Studenten demonstreren tegen de voorgenomen verhoging van de rente op studieleningen. Door de verhoging zou de studieschuld gemiddeld 5000 euro hoger uitvallen. ANP KOEN VAN WEEL

Foto Koen van Weel/ANP

De zorgen en onvrede van studenten over het leenstelsel zijn dinsdag, negen jaar nadat de discussie over de invoering van zo’n stelsel begon, doorgedrongen tot het Binnenhof. Nadat GroenLinks zich afgelopen voorjaar keerde tegen het systeem dat de meeste studenten dwingt duizenden euro’s te lenen voor hun studie, nam dinsdag ook de PvdA afstand. Er was al een Kamermeerderheid tegen het stelsel, nu keert opnieuw een van de belangrijkste voorstanders zich ertegen.

Dat betekent niet dat het leenstelsel snel afgeschaft zal worden. Hoewel coalitiepartijen ChristenUnie en CDA vanaf het begin tegen het leenstelsel zijn geweest, hebben zij met D66 en VVD afgesproken tijdens deze kabinetsperiode er niet aan te tornen. Die twee liberale partijen zijn inmiddels nog de enige voorstanders van het huidige stelsel.

Aannemelijker is dat aanpassing van het stelsel inzet wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen, die vooralsnog gepland staan voor maart 2021. PvdA-leider Lodewijk Asscher zei dinsdag tegen NRC dat hij hoopt dat vóór de verkiezingen duidelijk is hoe partijen het stelsel willen veranderen. In een reactie zei minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) eerst een beleidsevaluatie af te willen wachten voordat het systeem op de schop gaat. Dat rapport is er op z’n vroegst volgende zomer. Daarmee komt het najaar 2020 weer op de politieke agenda.

Het plan dat de sociaal-democraten dinsdag presenteerden betekent niet dat het héle leenstelsel afgeschaft wordt. Volgens Asscher moeten vooral de regels aangepast worden. Nu krijgen studenten met ouders met lage inkomens een aanvullende beurs, hij wil die groep verruimen. „Bijvoorbeeld naar een grens van honderdduizend euro aan inkomen. Dan krijgen ook de middengroepen weer een studiebeurs in plaats van een lening.”

Lees ook: Jongere voelt van alle kanten druk

Asscher verdedigt de invoering van het stelsel door kabinet Rutte-II, waar de PvdA deel van uitmaakte. „We konden toen een ov-kaart voor mbo’ers regelen, de aanvullende beurs verhogen en de opbrengsten van het oude stelsel gebruiken om te investeren in onderwijs.”

Toch hebben veel jongeren zorgen over de schuld die ze aangaan, „en naar die zorgen moet geluisterd worden”, aldus Asscher. De afgelopen maanden sprak hij met Coalitie-Y, een samenwerking van jongerenorganisaties. Zij willen onder meer vaste banen voor jongeren, betaalbare woningen én de terugkeer van de basisbeurs.

Noem het een draai of voortschrijdend inzicht, feit is dat alle zorgen die de PvdA nu als verklaring voor haar nieuwe standpunt noemt al bij de invoering van het leenstelsel door studenten en kritische partijen genoemd werden, zoals toenemende onzekerheid en stress, hoge studieschulden (in het huidige stelsel naar schatting rond de 21.000 euro per student) en problemen met het verkrijgen van een hypotheek vanwege die schuld.

De PvdA beziet het leenstelsel in het licht van de toenemende onzekerheid van jongeren, waar vorige week de Sociaal-Economische Raad (SER) nog maar eens voor waarschuwde. Van het vinden van een betaalbare woning tot het krijgen van een vast contract, het leven wordt steeds onzekerder voor jongeren, aldus de SER. De gevolgen van het leenstelsel gaan „verder dan het opbouwen van een studieschuld”, constateerde het overlegorgaan van werkgevers en werknemers.