Opinie

De vergeten zwarte helden van WO II

Lotfi El Hamidi

Er wordt weleens laatdunkend gedaan over de kritiek op het gebrek aan diversiteit bij Tweede Wereldoorlog-herdenkingen. Moet zelfs dát bediscussieerd worden? Niet lang geleden werd de blockbuster Dunkirk bekritiseerd vanwege het ‘witwassen’ van de evacuatie bij het strand van Duinkerke. Waar waren de Indiase soldaten gebleven? Of neem de bevrijding van Parijs, toen de Amerikanen liever geen Franse divisie met zwarte soldaten in de stad wilden hebben. Dat bleek lastig, want elke Franse divisie had koloniale soldaten. De Amerikanen vonden de Noord-Afrikanen dan maar wit genoeg; de Senegalese tirailleurs moesten buiten de hoofdstad bivakkeren.

Misschien juist omdat het zo pijnlijk is willen we het er liever niet over hebben; dat zelfs in de strijd tegen het fascisme de geallieerden hun eigen racisme niet konden verbergen. Maar de laatste jaren komen de verzwegen en onderbelichte verhalen steeds meer naar boven – ook in Nederland. Een mooi voorbeeld is het boek Van Alabama naar Margraten, waarin Mieke Kirkels de herinneringen optekende van grafdelver Jefferson Wiggins. Openhartig spreekt de Afro-Amerikaanse veteraan over zijn ervaringen tijdens de oorlog.

Wiggins meldde zich in 1942 bij het Amerikaanse leger. „Was het uit vaderlandsliefde?”, vraagt hij zich vele jaren later af. Hij herinnert zich een patriottisch lied uit zijn kortstondige schoolperiode: ‘My country ‘tis of thee, Sweet land of liberty… land of the pelgrims’ pride… land where my father died…’ Zijn vader was er bijna geweest, voegt hij eraan toe, maar om een andere reden. De Ku Klux Klan viel in 1930 zijn ouderlijk huis aan, waarna de gezinsleden voor hun leven moesten vluchten.

De keuze voor het leger was een vorm van escapisme, geeft hij toe. In het leger was Wiggins niet meer een ‘boy’ maar een man, iemand met een naam. Een wereld van verschil met de vernederende tweederangspositie waar hij dagelijks mee geconfronteerd werd. Niet dat het leger een gelijkheidsmachine was; zwarte soldaten waren er alleen voor de ondersteuning, of zoals Wiggins het onomwonden stelt: „Ons, Afro-Amerikanen, vertrouwde men niet met wapens.”

In Europa werd de 19-jarige Wiggins getuige van de verschrikkingen van de oorlog. Bij de akkers van Margraten moest hij graven delven voor de gesneuvelde Amerikanen, die hij ook moest identificeren. Gruwelijk en smerig werk, maar een taak die hij vol overgave op zich nam.

Ruim een miljoen Afro-Amerikanen waren bij de oorlog betrokken, maar de bijdrage van deze groep werd achteraf vakkundig verzwegen. Met het vertellen en delen van hun verhalen kunnen ze nu alsnog herdacht en geëerd worden. Bij de viering van 75 jaar bevrijding verdienen ook deze zwarte helden alle aandacht en respect.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.