De mythe van de behekste jurk

Achtergrond Betover(en)de kledingstukken hebben een lange traditie. Ze verschaffen hun dragers onverwachte inzichten en krachten – maar hebben soms een eigen wil.

Sheila (Marianne Jean-Baptiste) laat zich verleiden een rode jurk te kopen die een eigen leven blijkt te leiden, in ‘In Fabric’.
Sheila (Marianne Jean-Baptiste) laat zich verleiden een rode jurk te kopen die een eigen leven blijkt te leiden, in ‘In Fabric’.

Wie heeft er niet een keertje van gedroomd om net zoals Harry Potter door een ‘sorteerhoed’ te worden begroet, die precies weet wat het beste voor je is? Zo’n hoed die je diepste gedachten kan lezen, jou beter kent dan jij jezelf, en bepaalt op welke afdeling van Zweinsteins beroemde Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus je thuishoort?

Wordt het Griffoendor dankzij je dapperheid, of Zwadderich omwille van je sluwheid? Al die keuzes die je dan zelf niet meer hoeft te maken. De sorteerhoed heeft het altijd goed. Als iemand toch liever naar een andere afdeling wil, dan lijkt hij nog te luisteren ook. Maar in het zeldzame geval dat hij het een keertje mis had, is hij extreem koppig. Hij zal nooit toegeven dat een dappere Zwadderaar ook op Griffoendor had gepast. Een hoed met een willetje.

De Harry Potter-verhalen en films grossieren in kledingstukken en accessoires met mysterieuze kwaliteiten. De aanlokkelijkste zijn natuurlijk Harry’s onzichtbaarheidsmantel, of de Mary Poppins-achtige tas van Hermelien waar een complete tent in blijkt te passen. Die wil je zelf ook wel hebben omdat ze zich naar de wensen van hun dragers voegen.

Iedereen kent die betovering uit zijn eigen leven. Een fris wit shirt dat geen last heeft van de hitte op een zweterige zomerdag. Een rok die zwiert, zodat je benen vanzelf gaan dansen. Het zijn de alledaagse varianten van de talloze sprookjes en mythen van over de hele wereld die vertellen over kledingstukken die hun dragers bijzondere krachten geven, magische kwaliteiten hebben en soms een eigen leven lijken te leiden. Dan kan het misgaan, zoals in Peter Stricklands In Fabric, waarin een rode jurk z’n dragers verleidt en vermoordt, als een jaloerse minnaar of op hol geslagen seriemoordenaar.

Stricklands moordjurk heeft drie beroemde voorlopers. Allereerst de behekste bruidsjurk die de Kolchische prinses Medea aan haar rivale Glauce stuurde, nadat zij door haar geliefde Jason in de steek is gelaten. In de film die Pier Paolo Pasolini naar Euripides’ tragedie maakte is fenomenaal verbeeld hoe Glauce in het prachtige gewaad krankzinnig en brandend ter aarde stort. Er is nog zo’n zelfontbrandend kledingstuk uit de Griekse mythologie waar je aan kan denken bij In Fabric: het zogenaamde ‘Nessus-hemd’, dat de jaloerse echtgenote van Heracles aan haar man gaf om zijn trouw af te dwingen.

En ten slotte is er de kuisheidsmantel uit de sagen rondom Koning Arthur. Op een avond arriveert er een jongeman aan het hof met een schitterende goud geborduurde jas die geen enkele vrouw aan het hof blijkt te passen, behalve één. Sterker nog, de mantel geeft precies prijs hoeveel van zichzelf de vrouw aan anderen bloot heeft gegeven. Heeft zij haar been getoond, haar borst onthuld?

De seksuele moraal van al die verhalen is duidelijk: overspeligheid wordt niet geduld. Maar natuurlijk worden de dragers van deze kledingstukken eerst verleid door de schoonheid ervan. Het is niet alleen haar trouw die wordt getest, maar ook haar ijdelheid.

Lees hier de recensie van ‘In Fabric’

Peter Strickland voegt nog een andere aan de mythologie ontleende laag toe aan de textuur van zijn film. In verhalen van overal ter wereld komen mysterieuze weefsters en spinsters voor die de draden van de tijd spinnen en wier patronen complete landkaarten of geheime boodschappen bevatten. Een echo hiervan is ook terug te zien in Paul Thomas Andersons film Phantom Thread, waarin modeontwerper Reynolds Woodcock kleine, geheime boodschappen voor zijn klanten in hun jurken naaide.

In In Fabric zien we hoe de rode jurk via een archaïsch aandoend, seksueel geladen ritueel geconcipieerd wordt. Hij voedt zich met het bloed van z’n dragers. Of moet je zeggen dat de jurk hen draagt? Daar ontmoet het sprookje het duistere terrein van de horror. Dan gaat het niet meer alleen over verleiding, maar ook over onze halsstarrigheid. Want die jurk, we trekken hem zo wéér aan.