CDA-kroonprinsen Hoekstra en De Jonge voeren campagne per speech

CDA-kandidaat-lijsttrekkers De mogelijke CDA-leiders Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge profileren zich al. Hoekstra toont zich rechts-conservatief en pro-elite, De Jonge bijbelvast en volks. Valt er iets te kiezen voor de CDA-leden?

CDA-ministers Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge op het Binnenhof.
CDA-ministers Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge op het Binnenhof. Foto Bart Maat/ANP

CDA’ers die de afgelopen jaren ongerust waren over de rechts-conservatieve koers van Sybrand Buma hebben er sinds deze week een zorg bij. Minister van Financiën Wopke Hoekstra, die geldt als mogelijke nieuwe leider van het CDA, presenteerde zich in de jaarlijkse HJ Schoo-lezing op maandagavond als minstens zo rechts-conservatief als Buma – niet alleen cultureel, maar ook sociaaleconomisch. Hij wil ingrijpen in de „uitdijende” kosten voor zorg en sociale zekerheid.

In een minder opvallende speech, op een christelijk congres in Doorn vorige week, pleitte minister van Volksgezondheid en vicepremier Hugo de Jonge juist voor „oplossingen uit het politieke midden”. Hij zette zich af tegen het „neoliberale mensbeeld” en het „ongebreidelde marktdenken”. Ook De Jonge wordt gezien als mogelijke nieuwe CDA-partijleider.

Voor Hoekstra was het de derde grote toespraak dit jaar. In februari sprak hij ondernemers toe op de Bilderbergconferentie, in mei hield hij op de Humboldt Universiteit in Berlijn een toespraak over Europa. Hij noemde zich een „geharnast voorstander van de Europese Unie”, hij wilde méér Europese samenwerking en zei dat de EU machtspolitieker moest denken. Op het ministerie van De Jonge werden er grappen over gemaakt. Nu moest De Jonge ook lezingen gaan geven en opvallen met ideeën, een visie.

Of er bij het CDA een lijsttrekkersverkiezing komt is nog lang niet zeker. Dat speelt pas als de Tweede Kamerverkiezingen dichterbij komen. De Jonge en Hoekstra gelden als de belangrijkste kandidaten voor het lijsttrekkerschap, maar ook de namen van staatssecretarissen Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) en Raymond Knops (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) worden genoemd. Zeker is: kandidaten die het leiderschap overwegen, zoals Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra, moeten nu laten zien hoe ze denken en wat ze belangrijk vinden.

Kritiek op nieuwkomers en op Buma

Als je CDA-lid bent, wat zie je dan – als je alléén op de toespraken zou letten?

In de HJ Schoo-lezing was Hoekstra scherp over nieuwkomers. Die doen volgens hem „te vaak” niet hun best voor de samenleving. „Ik geef u op een briefje”, zei hij, „dat als we de steven niet weten te wenden, dit probleem ons nog decennia parten zal spelen.” In Hoekstra’s analyse betaalt de middenklasse daarvoor „de prijs”, omdat de problemen bij integratie zich afspelen „in hun buurten, op hun scholen, bij hen op de werkvloer”. In één adem door noemde hij de economie. „Wat er misgaat bij migratie en integratie is in de kern hetzelfde als bij de economische druk op de middenklasse: de balans is zoek.”

Twee jaar geleden viel Buma op met zíjn HJ Schoo-lezing omdat hij zo nadrukkelijk opkwam voor mensen die bezorgd zijn over migratie en globalisering. Hoekstra doet daar een schepje bovenop. Hij noemt het „geen wonder dat de helft van de bevolking inmiddels onomwonden zegt dat er te veel migranten zijn en zich zorgen maakt over integratie”.

Buma’s CDA voor bezorgde burgers – wie wil dat nog?

In Doorn haalde De Jonge juist uit naar Buma, zonder hem te noemen. Hij zei dat hij niet met een „bezorgde burger-verhaal” zou komen. „En vreest niet: ik ga ook geen pleidooi houden om het volgende christelijk-sociaal congres allemaal een ‘geel hesje’ aan te hebben.” Eind vorig jaar had Buma gezegd dat de ‘gele hesjes’ ook moesten kunnen meepraten over klimaatmaatregelen. Al eerder had hij gewaarschuwd voor een ‘klimaatrevolte’ als er te weinig aandacht was voor ‘gewone Nederlanders’ die niet zomaar een warmtepomp en een Tesla kunnen betalen.

Bij een deel van de CDA-achterban was Buma’s verhaal over de angst en zorgen van mensen slecht gevallen. Hij kreeg het verwijt dat hij niet met oplossingen kwam, en dat hij van het CDA een te rechts-conservatieve partij maakte. Een CDA-commissie denkt nu na over de koers. En vast en zeker ook over de vraag wat voor soort leider daar het beste bij past.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: hoe het CDA partijleider Buma bijstuurt naar het midden
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Europeaan tegenover Rotterdammer

De Jonge sprak vorig jaar ook op de ‘Dag van de Christendemocratie’ in Amersfoort. En CDA’ers zal het zijn opgevallen: híj verwijst in speeches naar „bijbelse waarden” als barmhartigheid, solidariteit, rentmeesterschap, hij noemt kerkvader Augustinus, de heiligverklaarde Franciscus van Asissi. De Jonge is een domineeszoon. Hoekstra, die zegt dat hij uit een „vrijzinnig protestants gezin” komt, noemt in zijn toespraken de Bijbel niet, ook niet in de HJ Schoo-lezing. Bij hem vind je verwijzingen naar Charles Dickens, Kierkegaard en de Franse politiek filosoof Ernest Renan.

Er zijn meer verschillen. Hoekstra’s verhaal is dat van een man van de wereld. Hij vertelt in zijn speeches waar hij heeft gewoond: Rome, Berlijn, Fontainebleau. Daardoor weet hij, zei hij in zijn speech in Berlijn, hoe belangrijk het is om in de EU vrij rond te kunnen reizen . „De rijkdom van het Europese continent is in die tijd ten volle tot mij doorgedrongen.”

De Jonge houdt het juist klein, over het buitenland hoor je hem niet. Hij vertelt zo vaak hij maar kan over zijn tijd als wethouder in Rotterdam en noemt in elke speech de Millinxbuurt in Rotterdam-Zuid. Daar kocht hij zijn eerste huis, daar had hij zijn eerste baan als onderwijzer. Het is een buurt met grote problemen: drugs, armoede, overlast. Daar zag De Jonge „de falende integratie”.

De Jonge en Hoekstra lijken daar allebei pessimistisch over te zijn. Al op de Bilderbergconferentie, waar ondernemers vertrouwelijk met elkaar praten en naar lezingen luisteren, noemde Hoekstra de „wederkerigheid” die volgens hem voor nieuwkomers moet gelden – daar kwam hij opnieuw mee in de Schoo-lezing. Op die conferentie zei hij: „Het is geen recht maar een voorrecht om in dit land te mogen komen wonen. En wie aanspraak wil maken op dat voorrecht, kan niet op zijn of haar handen zitten. Die zal zelf moeten zorgen voor brood op de plank, zal de taal beter en sneller moeten leren spreken dan nu gebeurt. En zal zich moeten conformeren aan de democratische rechtstaat.”

Er is nog iets waarover ze hetzelfde denken: de ongelijkheid in Nederland moet volgens de twee CDA’ers niet te groot worden. Al formuleert De Jonge dat simpeler. Hij heeft het over een ceo „die net zoveel verdient als 150 van zijn werknemers bij elkaar”. Hoekstra zei: „Volgens de laatste cijfers moet de gemiddelde Nederlandse werknemer 171 jaar werken om het jaarsalaris van een ceo bijeen te sprokkelen. Dat verschil is veel groter dan een paar decennia geleden, en met deze ratio staat Nederland wereldwijd op de vijfde plek.”

Ook hun zorgen over de middenklasse komen overeen. Ze gebruiken daar in hun speeches zelfs dezelfde woorden voor: middenklasse-gezinnen lijden volgens hen onder the fear of falling, de angst dat hun kinderen het minder goed krijgen dan zijzelf.

Een duidelijk verschil is wel dat De Jonge weinig moet hebben van marktwerking, terwijl Hoekstra vindt dat er met de vrije markt in principe niks mis is. „Ik word er zelden van beschuldigd”, zei hij in een van zijn speeches, „op economische thema’s links te zijn.”

Dat rechtse beeld van zichzelf bevestigt hij in de HJ Schoo-lezing van deze week. Hij had het over de kosten voor zorg en sociale zekerheid die te hard zouden stijgen. Voor de middenklasse moeten volgens Hoekstra de lasten worden verlicht. „Maar dat betekent ook dat heilige huisjes, of het nu toeslagen, subsidies of zzp-facilitering zijn, op de helling moeten kunnen worden gezet.”

Hoe De Jonge dat precies ziet, wordt uit zijn speeches niet duidelijk. Wel krijgt zijn publiek te horen hoe graag hij als wethouder samenwerkte met Leefbaar Rotterdam en in zijn speeches klinkt bewondering door over Pim Fortuyn. Hij zegt er wel altijd bij: „Wat je ook vindt van de manier waarop hij het deed, de zorgen van Rotterdammers, en Nederlanders, werden eindelijk gehoord en kregen een plek in de politiek.”

Hoekstra noemt elite ‘onmisbaar’

De Jonge zet zichzelf graag neer als volks - hij deed de Pabo. Hoekstra nam het in zijn Bilderbergspeech juist op voor de elite. Die is volgens hem „onmisbaar, in de wetenschap, cultuur, politiek en het bedrijfsleven”. En: „De elite doet meer dan aan een glas witte wijn sippen. We hebben de elite, we hebben u, keihard nodig. Om de problemen van de toekomst het hoofd te bieden met innovatieve en creatieve ideeën, om onze democratische rechtsstaat inhoud te geven en om een bijdrage te leveren aan een samenleving in evenwicht.”

In theater Diligentia in Den Haag, waar Hoekstra de H.J. Schoo-lezing hield, waren prominente CDA’ers komen luisteren als oud-partijleider Jan Peter Balkenende, minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus, partijvoorzitter Rutger Ploum, oud-minister Onno Ruding. Stond hun toekomstige leider op het podium? De zaal was afgeladen, de kaartjes waren al een maand geleden uitverkocht.

In Doorn, bij De Jonge, waren nog veel plekken vrij. Er was een enkel oud-Tweede Kamerlid. Maar het is niet zeker of dat uitmaakt. Er zaten wel vertegenwoordigers van zo’n beetje elke christelijke organisatie in Nederland, met vast en zeker veel CDA-leden. Die op een dag misschien de nieuwe lijsttrekker kiezen.