Opinie

Zodra wetteloosheid heerst, gaat de kunstrover op pad

Carolien Roelants ging in Londen naar de tentoonstelling Culture under Attack. Een eeuw van geweld en kunstroof. En daarna de dilemma's.

Dwars

Alles in Palmyra is opgeblazen of kapotgeschoten, schreef archeoloog/kunstenaar Theo de Feyter vijf weken geleden in deze krant over zijn bezoek aan het Syrische ruïnestadje. Het was nog kapotter dan hij zich na alle publiciteit over de vernielzucht van Islamitische Staat had voorgesteld. De beroemde Tempel van Bel was natuurlijk al een ruïne. Nu heeft IS de resten in een puinhoop veranderd. Hij vroeg zich af wat het verschil is tussen een ruïne en een puinhoop. De daders?

Dit is de inleiding tot een tentoonstelling in het Imperial War Museum in Londen waar ik ben geweest. Culture under Attack heet de expositie, die tot januari duurt, dus u heeft nog alle tijd. Er hangen grote foto’s van verschrikkelijk veel kapotte steden met kapotte cultuur: Franse steden uit 1916, Londen 1941, Sarajevo 1992, het Syrische Idlib in 2013 – die Syrische stad gaat voorlopig nog alleen maar kapotter onder Syrisch-Russische bombardementen. Om de oorlog te winnen kan alles worden geofferd. Niet alleen in Idlib.

Die vraag van Theo de Feyter – ruïne of puinhoop – stelt het IWM zich ook. En nog een paar andere vragen: moet wat wordt verwoest, in zijn oude staat worden hersteld? Ga naar Arras of Gdansk, dat zijn voorbeelden van zorgvuldige reconstructie. Of moet de (nieuwe) puinhoop de puinhoop blijven, als waarschuwing voor wat kan gebeuren als we niet opletten? En pas op, reconstructie kan ook re-destructie worden als zij bevolkingsgroepen uitsluit als onderdeel van etnische of politieke zuivering.

Niet alles wordt kapotgeslagen; cultuur wordt ook bedreigd door roof. De nazi’s roofden kunst om te helpen betalen voor hun oorlog. En zodra ergens wetteloosheid heerst, gaat de kunstrover op pad. Zie Irak en Syrië; ik zag vorige week een waarschuwing dat regeringsmilities antiquiteiten roven rond Aleppo en Palmyra. Luchtfoto’s van opgravingen voor de oorlog en nu laten zien hoeveel er al is verdwenen. Douanes vinden wel eens wat terug, maar dat is maar een schijntje.

Het viel mij wel op dat de bekende Britse roofkunst (ik zou ook Nederlandse of Franse kunnen zeggen maar het is nu eenmaal een Britse expositie) met geen woord wordt genoemd. Zoals de Elgin Marbles uit het Parthenon die u in het British Museum kunt bezichtigen. Het standpunt van het British Museum is dat de Elgin Marbles onderdeel zijn van ons gedeeld erfgoed en culturele grenzen overstijgen. En voor iedereen voor niks in het museum te zien zijn. Zo kunnen we alles wel rechtvaardigen.

Freya Stark als toetje. Freya Stark (1893-1993) lijkt me een fantastisch mens. Ze studeerde Perzisch en Arabisch en ging op reis in het Midden-Oosten, Jemen, Iran, Irak, Syrië, het toenmalige Palestina en Turkije. Gewoon, dame alleen op een ezel met een gids en wat bediendes die ze ter plaatse in dienst nam of onderweg oppikte. Ik lees nu haar boek The valleys of the Assassins, over haar reis door het noorden van Perzië. Haar (vele) boeken zijn wat mij betreft een aanrader: Stark schrijft geestig en beeldend over haar reizen en haar ontmoetingen met plaatselijke machthebbers en gewone mensen. Maar ze neemt ook zonder enig probleem antieke spullen mee, bijvoorbeeld uit oude graven. „Ik dacht dat als ik wachtte tot de Politiechef was gescheiden van zijn collega’s, [...] ik hem misschien zelfs zou kunnen overreden te helpen met de plundering van een graf of twee.” Ze wist dat het niet mocht, schrijft ze, maar ja, er werd al zoveel geroofd.

Had ook best onderdeel van de tentoonstelling kunnen zijn.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.