Opinie

Universiteit is meer dan een leverancier voor het bedrijfsleven

Academisch Jaar 2019-2020

Commentaar

Terwijl minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs en Wetenschap, D66) in de Leidse Pieterskerk het Academisch Jaar 2019-2020 opende, organiseerden deze maandag wetenschappers en studenten 77 meter verderop de Ware Opening Academisch Jaar. Zo ageerden zij tegen het ‘afknijpen’ van overheidsbijdragen op een manier die volgens hen de wetenschap en het universitair onderwijs in Nederland werkelijk in gevaar brengt. Van Engelshovens beleid schrijft voor dat er jaarlijks miljoenen van alfa- en gammastudies worden overgeheveld naar de technische bèta-opleidingen. Het argument is de arbeidsmarkt, met een overschot aan banen op dat gebied.

De algemene universiteiten maakten al bekend dat ze de minister niet zullen volgen. Sterker, ze komen in het geweer tegen de „schijntegenstelling tussen technische, sociale en menswetenschappen” zoals bestuursvoorzitter van de Erasmus Universiteit Rotterdam het uitdrukte.

Ter verklaring wordt gewezen op het belang van alfa- en gammastudies voor het oplossen van bijvoorbeeld ethische kwesties die voortvloeien uit ontwikkelingen in de technische en medische wetenschappen. Oftewel: natuurlijk speelt de vraag op de arbeidsmarkt een rol voor het universitaire beleid, maar een universiteit is meer dan een toeleveringsbedrijf voor het bedrijfsleven.

Daarnaast moeten universiteiten nadrukkelijk wijzen op het belang van fundamenteel onderzoek. Wetenschap is een doel op zichzelf. Diepgaande studie leidt tot kennis van en inzicht in de ontwikkeling van de samenleving en van de mens.

Zo stelde de Leidse rector magnificus in reactie op het kabinetsbeleid vast geen heil te zien in het bezuinigen op studies „zoals Japans, Papuatalen, Koreaans, Portugees en Turks”. Dat voorbeeld is niet toevallig gekozen. Hiermee suggereert hij dat sommige studies weliswaar minder kwantificeerbaar nut hebben dan de toegepaste wetenschap, maar dat ze daarom niet zin- of waardeloos zouden zijn.

Nadrukkelijk kiezen voor geesteswetenschappen is een sterk gebaar van de universiteiten. Het betekent dat hun faculteiten kunnen fluiten naar de 250 miljoen euro die wordt verdeeld op basis van het aandeel studenten bèta of techniek.

Maar: houd de rectores aan hun woord. Zo schrapte de VU recent nog de bachelor-opleiding neerlandistiek, want die zou „verliesgevend” zijn. Maar zonder studenten geen toekomstige leraren en onderzoekers die zich met Nederlandse taal en literatuur bezighouden. Dát is pas een verlies.