Thuiskok.

Ode aan smaak

Eigenlijk had ik deze zomer naar Osaka en Tokio gewild. Het is alweer drie jaar geleden dat ik er voor het laatst was en in die drie jaar heb ik al twee keer een Japan-reis geannuleerd vanwege de ondraaglijke hitte in augustus.

Tokio is zo heet dat je bijna letterlijk verschroeit, maar gelukkig is er overal verkoeling en brengt de zomer ook typisch zomerse lekkernijen zoals de beeldschoon ingepakte, traditionele wagashi waar de Japanners sinds de tijd van Genji Monogatari, de oudste roman ter wereld, met graagte voor in de rij staan.

Bijkomend in een van de vele patisseries van warenhuis Mitsukoshi aan het begin van de luxe wijk Ginza, hebben we vaak vanaf de eerste etage aan een tafeltje bij het raam gefascineerd gekeken naar de schijnbaar vanzelfsprekende orde in het massale publiek dat zich met overgave stort op het winkelen en vooral het eten.

Luxe Franse broodjes, ter plaatse gemaakte dorayaki, vriendinnen die elkaar treffen voor de lunch. Vooral de zaterdagen zijn extra druk en dan is Ginza op zijn leukst: de straten zijn afgesloten voor verkeer en het domein van de voetgangers met bankjes midden op straat.

Het spectaculaire eten is de reden waarom ik Tokio altijd mis. In Japan is eten een zinnenprikkelend ritueel en een ode aan smaak en schoonheid. Je proeft er pure poëzie bij de exquise restaurants waar je een fortuin neerlegt, maar je kunt er ook voor een paar euro hardop slurpend genieten van de heerlijkste ramen, smikkelen in een van de vele izakaya’s of een lekkere onigiri halen in een supermarkt.

Eten is overal. Je kunt er een culinaire wereldreis maken zonder de stad te verlaten. Dat zie je terug in Tokyo Culinair van Tim Anderson dat bijvoorbeeld ook een Napolitaanse pizza bevat.

In Tokyo Culinair, zijn derde boek over de Japanse keuken, verkent Anderson de Tokiose eetcultuur van beneden naar boven. Van de snacks die je uit de machines haalt, de hapjes in kleine supermarkten, de verleidelijke gerechten in de ondergrondse etages van warenhuizen tot de meest exclusieve restaurants.

Het boek is mooi vormgegeven, met een soort psychedelische styling, maar de recepten verzachten het gemis niet. Misschien omdat dit de blik is van een verliefde westerling en ik nu juist naar die Japanse ziel taal.