Staking in de jeugdzorg: ‘We zijn alleen maar rapportages aan het schrijven’

Reportage | Staking Jeugdzorgmedewerkers voerden maandag in Den Haag actie tegen de crisis in hun vakgebied. „In plaats van naar de jeugd, gaat er geld naar bureaucratische rompslomp.”

Jeugdzorgwerkers maandag in Den Haag. Het is de eerste keer ooit dat deze beroepsgroep staakt. Foto Sem van der Wal/ANP
Jeugdzorgwerkers maandag in Den Haag. Het is de eerste keer ooit dat deze beroepsgroep staakt. Foto Sem van der Wal/ANP

„Zo collega, lekker in schoolreisjesstemming?” De vrouw die zojuist een zak met witte bolletjes uit haar handtas heeft gevist, schiet in de lach. „Ik noem het liever goed voorbereid”, zegt ze. „Wacht…” Ze graaft dieper in haar tas en haalt een fluitje tevoorschijn, nog in de verpakking. „Geen zorgen, ik heb er ook een voor jou.”

De trein naar Den Haag is overvol. Iedere halte stappen nieuwe groepjes mensen in – voornamelijk vrouwen. Ze hebben toeters, fluitjes en opgerolde spandoeken bij zich. Ze werken in de jeugdzorg, en voeren deze maandag actie tegen de crisis in hun vakgebied. Ze eisen dat het kabinet oplossingen biedt voor de problemen waar de decentralisatie en de bezuinigingen de afgelopen jaren toe hebben geleid.

Het is de eerste keer dat deze beroepsgroep ervoor kiest „het ultieme actiemiddel” in te zetten, benadrukten vakbonden FNV en CNV van tevoren. Nooit eerder legden jeugdzorgmedewerkers, zo’n 30.000 in Nederland, massaal het werk neer. „Een jaar geleden stonden hier 3.500 actievoerende jeugdzorgwerkers tijdens de FNV Jeugdzorgmanifestatie”, schreef Maaike van der Aar, bestuurder FNV Zorg & Welzijn. „Het is treurig te moeten te constateren dat precies een jaar later een staking nodig is om minister Hugo de Jonge ervan te overtuigen dat het zo écht niet meer langer kan.”

Update mislukt

In de felle zon houdt de 33-jarige Karline Vedder een spandoek omhoog (‘Error! Update mislukt. Jeugdzorg graag opnieuw installeren’). Vanochtend om kwart over zeven is ze met zo’n 70 collega’s van zorginstelling Elker uit Groningen in een bus gestapt. Staken noemt ze „niet makkelijk, maar wel nodig”. De problemen in de jeugdzorg komen volgens Vedder voort uit een combinatie van factoren: de problematiek van de doelgroep werd zwaarder, het werk onaantrekkelijker. „Steeds meer collega’s vallen om. Ook collega’s die het werk al lang doen, mensen die we hard nodig hebben. Daardoor is er veel inval, weinig continuïteit. Dat heeft direct weerslag op de kwaliteit van ons werk.”

Hoe controledrift gemeenten het werken in de jeugdzorg bijna onmogelijk maakt

John Jacobs (54) draagt een badge met een rouwrand. Juzt, de grote zorginstelling uit Brabant waar hij werkt, ging onlangs failliet. Hij is activiteitenbegeleider. „Het animatieteam van de camping, zeg maar.” In de 33 jaar dat hij in de jeugdzorg werkt, was er altijd „gesodemieter”. „Geld erbij, geld eraf. Dingen uitbouwen, en weer terugdraaien. We houden steeds minder tijd over voor onze cliënten, we zijn alleen maar bezig met verantwoorden en rapportages schrijven. Ieder telefoontje moet ik registreren. Allemaal door die stomme marktwerking. We zijn geen zakenmensen. We zijn zorgverleners. Het moet onderhand eens klaar zijn.”

Sinds gemeenten in 2015 verantwoordelijk werden voor jeugdzorg – het geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering – ging er 15 procent af van het budget. Toen bleek dat dit landelijk tot grote tekorten leidde, beloofde minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) dit jaar 420 miljoen euro extra voor de sector uit te trekken, en in 2020 en 2021 nog eens 300 miljoen. Veel te weinig, vinden de bonden. Er is structureel geld nodig, niet eenmalig. Ze eisen 750 miljoen euro, en nog eens 200 miljoen voor betere arbeidsvoorwaarden.

Een klein leger opblaasdieren

De extra miljoenen die al zijn toegezegd, komen volgens de stakende jeugdzorgmedewerkers in Den Haag niet op de juiste plek terecht. „In plaats van naar de jeugd, gaat er geld naar bureaucratische rompslomp”, zegt Karline Vedder van Elker. De bureaucratie wordt verbeeld door een klein leger opblaasdieren, door de organisatie verspreid onder de stakers. Wat ooit een leuke reclame op televisie was, roept een vrouw op het podium, is werkelijkheid geworden: paarse krokodillen hebben het overgenomen. „Het is tijd om ze terug te geven! Weg ermee, we willen ze niet meer!”

‘In jeugdzorg is een systeem ontstaan waarin iedereen continu stress ervaart’

Henrie de Bruin (59) heeft zijn motorhelm in het gras gelegd. Samen met collega Jan de Nijs (54) slaat hij de boel gade vanaf de zijkant. Ze zijn verbaasd over de grote opkomst. Van hun stichting, Jeugdformaat, zijn er misschien tien of twintig man komen opdagen, zegt de Nijs, zijn FNV-petje achterstevoren. „Terwijl we hier in Den Haag zitten, in principe om de hoek.”

De mannen – ze kennen elkaar uit de ondernemingsraad – vinden dat er meer gedaan moet worden om het systeem te verbeteren. De Bruin: „Er is minder geld dan vroeger, dat is gewoon een feit.” Hij ziet dingen die niet kloppen. „Bij de aanbesteding krijg je bijvoorbeeld een traject van negen maanden om een jongere te helpen. Is het na negen maanden niet klaar, dan krijg je ook niet doorbetaald.” De Nijs: „Da’s vreemd toch? Alsof zorg zo voorspelbaar is.”

De Bruin is kok in een van de logeerhuizen van Jeugdformaat, maar in de praktijk lijkt het weleens alsof hij óók maatschappelijk werker is. „Voor collega’s dan. Ik moet vaak mensen opvangen. Het kan er hard aan toegaan. Slaan, kankerdit, kankerdat. Maar de mensen die dit werk doen, hebben veel passie. Ze gaan door en door, tot ze niet meer kunnen.”