‘Seksuele voorkeur niet in beton gegoten’

Genetica De dna-invloed op seksuele oriëntatie blijkt subtiel. ‘Ik heb afscheid genomen van het idee dat geaardheid vastligt.’

Gay Prides in verschillende steden, van boven naar beneden: Hong Kong, Boston en Kopenhagen.
Gay Prides in verschillende steden, van boven naar beneden: Hong Kong, Boston en Kopenhagen. Foto’s Jerome Favre / EPA, CJ Gunther / EPA en Ole Jensen / Getty

Er is geen homogen, wel zijn er vijf gebieden in het menselijk dna die zwak verband houden met homoseksualiteit, concludeerde een groep internationale genetici vorige week in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Wat betekent die uitkomst voor homo’s en lesbiennes? Het voedt het debat over de kwestie of seksuele voorkeur nature of nurture is, aangeboren of aangeleerd. Al lang staat vast dat beide daarop invloed hebben, maar de born this way-doctrine heeft tot nu toe de boventoon gevoerd in de homo-emancipatie. Verrassend genoeg geeft nu juist het genetische onderzoek voor sommigen de aanleiding om deze stelling te verlaten, blijkt uit een gesprek met Nederlandse homoseksuelen.

„Heel belangrijk dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden”, zegt Dyane Til, docent filosofie en samenwonend met een vrouw. „Er is verwarring in de samenleving over hoe vast seksuele voorkeur is. We denken vaak dat je ermee geboren wordt en dan tijdens de puberteit ontdekt dat je je aangetrokken voelt tot mensen van hetzelfde geslacht. Als iets onveranderlijks, net als oogkleur.

Lees ook: Het homogen bestaat niet (maar dna beïnvloedt wel onze seksualiteit)

Maar ik ken ook verhalen van mensen die in de loop van hun leven wisselen van voorkeur. Dat levert vragen op, want als het allemaal aangeboren is, dan zou dat eigenlijk niet kunnen. Maar deze mensen ervaren niet dat het zo verankerd is bij hen. Uit het onderzoek blijkt dat een klein deel genetisch is en dat ook veel door de omgeving bepaald kan worden. Seksuele voorkeur is veel vloeiender en niet zo in beton gegoten als eerder gedacht. Mijn indruk is dat een behoorlijk aantal vrouwen niet een duidelijk beeld heeft of ze nou homo of hetero zijn.”

„Ik heb al langere tijd afscheid genomen van het idee dat je seksuele geaardheid biologisch vastligt”, zegt ook Maurits de Bruijn, homo en schrijver. „Iedereen heeft het recht de liefde te beleven op de manier waarop hij of zij dat wil, los van hoe die gevoelens tot stand zijn gekomen.”

Omkeerbaarheid

De term ‘uit de kast komen’ die voor homoseksuelen vaak gebruikt wordt, impliceert dat je ermee geboren wordt. „Het is het idee van een lotsbestemming die allang vaststaat, die je zelf moet ontdekken, ontplooien en vervolgens aan de wereld bekend maakt”, zegt De Bruijn. „Het is een onomkeerbaar proces. Maar dat strookt niet met de werkelijkheid. Als iemand na jaren huwelijk met een vrouw, verliefd wordt op een man, zegt men: hij is al die tijd al homoseksueel geweest. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn – en het hoeft ook niet zo te blijven.”

De Bruijn voelt zich gesteund doordat uit het onderzoek ook blijkt dat de genetische factoren voor seksuele geaardheid verschillen bij mannen en vrouwen. „Dat toont aan hoe verschillend homoseksualiteit zich kan uiten”, zegt De Bruijn.

„Ik begrijp eerlijk gezegd niet zo goed waarom dit onderzoek zo’n grote splash heeft veroorzaakt in de media”, reageert Martin Enserink, bioloog, homo en wetenschapsjournalist voor de nieuwsredactie van Science. „Het zegt niet zo veel. Ze kijken in deze studie naar het verband tussen genetica en het ooit gehad hebben van een homoseksuele ervaring. Maar dat is echt iets anders dan je levenslang tot hetzelfde geslacht aangetrokken voelen.”

Enserink wijst erop dat de paar dna-kenmerken die aan homoseksueel gedrag werden gekoppeld, ook een verband hadden met eigenschappen als risico nemen, openstaan voor nieuwe ervaringen en cannabisgebruik. „Het zou dus ook kunnen gaan om genen waardoor mensen buiten de gebaande paden durven gaan.”

Het onderzoek is op grote schaal verkeerd geïnterpreteerd, vindt Enserink: „Je kunt op basis hiervan niet concluderen dat homoseksualiteit nauwelijks genetische basis heeft, of niet op een ander manier aangeboren kan zijn. Er zijn genoeg aanwijzingen uit eerder onderzoek dat dat wel zo is. Als je op zoek wilt naar homo-genen, moet je kijken naar mensen die zichzelf homo voelen. Dat is hier niet gedaan.”

De genetici die het onderzoek uitvoerden, zijn uiterst voorzichtig te werk gegaan in het opschrijven van de resultaten, om maar niemand voor het hoofd te stoten, omdat het zo’n beladen onderwerp zou zijn. Het woord homoseksualiteit komt in het artikel niet voor, in plaats daarvan schrijven ze „seksueel gedrag met het eigen geslacht”. Maar de mensen over wie het gaat vinden het onderzoek helemaal niet onkies of controversieel. „Als homoseksueel ben ik niet bang dat dit onderzoek tot verdere stigmatisering leidt”, zegt De Bruijn. „Het beetje acceptatie dat er nu is, haal je niet zo makkelijk omver.”

Nieuwsgierigheid

„Dat dit onderzoek gedaan wordt begrijp ik wel”, zegt Enserink. „Het is onderdeel van de menselijke nieuwsgierigheid. Fantastisch als we kunnen snappen hoe het komt. Tegelijkertijd weten we ook nog niet hoe heteroseksualiteit tot stand komt. Het is een interessante fundamentele vraag.”

Op een bepaalde manier kunnen de resultaten van het onderzoek juist de angst voor homodiscriminatie verder wegnemen, denkt Enserink. „Ik denk dat het geruststellend is voor homo’s en lesbiennes dat hun geaardheid niet simpel aan een paar genen ligt. Dit onderzoek suggereert dat er honderden, zo niet duizenden genen betrokken zijn. Zou het wel een kwestie van een paar genen zijn, dan denk ik dat er wereldwijd wel mensen zouden zijn die aan de hand hiervan homoseksualiteit zouden proberen te voorkomen. Door die genen te veranderen of door aanstaande kinderen met die genen te aborteren.”

Enserink geeft voorlichting over homoseksualiteit op Amsterdamse middelbare scholen. Hij merkt dat leerlingen die bezwaar hebben tegen homoseksuele relaties, dichter tegen de opvatting zitten dat je er zelf voor kiest. Leerlingen die er geen probleem mee hebben, zitten meer op het spoor dat je zo geboren bent.

Grondwettelijk en cultureel heeft het idee dat iemand nu eenmaal als homo wordt geboren wel degelijk bijgedragen tot de acceptatie, zegt Maurits de Bruijn. „Maar dat is feitelijk een vals idee, het is niet alleen genetisch, dus waarom zouden we daar niet eerlijk over zijn? Waarom voeren we de discussie niet op basis van iets wat waarachtiger is?”

Ook Dyane Til vindt het tijd voor verandering: „Vooral voor jongvolwassenen is het belangrijk te beseffen dat hun eigen seksuele voorkeur niet zo vastomlijnd hoeft te zijn. Ikzelf heb op die leeftijd ook erg geworsteld met de vraag in welk hokje ik zou passen. Ik voelde een druk om te weten wat precies mijn voorkeur was, en dat zat meer in de weg dan dat het me hielp. De belangrijkste boodschap is wat mij betreft dat alle vormen van homoseksueel gedrag – mits het gaat om twee volwassen die alletwee consent kunnen geven – legitiem zijn en dus ook de vrijheid mogen krijgen. Het doet er niet toe waar die gevoelens vandaan komen.”