Privé en werk gescheiden houden is niet altijd slim

Levensloopstress Een sterfgeval, mantelzorg, schulden, een relatiecrisis – wanneer deel je privésituaties met collega’s of manager?

Thamar Blokhuis
Thamar Blokhuis Foto Roos Pierson

Thamar Blokhuis (25) heeft nog maar net twee maanden een nieuwe baan als haar zusje Julia plotseling ziek wordt, een ziekte waaraan ze zal overlijden. Dat is nu anderhalf jaar geleden en Blokhuis – werkzaam als marketing- en communicatiemedewerker – is tegenover haar collega’s bij arbeidsbemiddelaar Westerduin vanaf het begin open geweest over wat er speelde. „Ik ben op mijn werk geen ander persoon dan wie ik thuis ben: ik schaam me niet als ik moet huilen, dat is nu eenmaal hoe het is.”

Bijna iedereen maakt in het leven weleens iets ingrijpends mee: van een relatiecrisis tot psychische klachten en van financiële problemen tot dierbaren die ziek worden of overlijden. Gebeurtenissen die inherent zijn aan het leven, maar waarvan het toch vaak ingewikkeld is om er iets over te delen op je werk.

„De meeste mensen houden werk en privé liever gescheiden”, merkt Jos van Rooijen (60), bedrijfsarts bij arbeidsorganisatie Arbo Unie. „Mensen schamen zich, ze willen hun werkgever er niet mee belasten of ze denken dat, als ze zich kwetsbaar opstellen, het op een dag tegen hen gebruikt wordt.”

Van Rooijen is niet de enige die dat constateert. Begin augustus begon arbonetwerk Zorg van de Zaak een campagne om meer aandacht te krijgen voor de psychische en lichamelijke gevolgen van deze ‘levensloopstress’. Uit onderzoek waarvoor 1.100 Nederlanders werden ondervraagd, blijkt dat ruim 80 procent van hen de afgelopen vijf jaar met dit soort stress te maken kreeg. Bij bijna twee derde leidde het tot verzuim. Verder zei een vijfde zich weleens ziek te melden op het werk zónder te zeggen dat het moeilijkheden in de privésfeer betrof. Het lijkt daarmee een soort taboe over deze zaken te praten.

Schaamte

Helemaal níks zeggen, is volgens bedrijfsarts Van Rooijen in geen enkele situatie een goed idee. „Als je in een moeras zit, trek je jezelf er ook niet uit. Sociale steun is enorm belangrijk”, zegt hij. „En bovendien: hoe langer het duurt, des te beroerder het wordt.”

Dat laatste gebeurt onder meer bij werknemers die psychische klachten ontwikkelen, zoals somberheid of overspannenheid, ziet Van Rooijen. „Als die bij mij komen, zijn ze vaak al uitgevallen, niet zelden na een jaar tobben.”

Dan was er dus in de aanloop naar het uitvallen al een knik te zien in iemands werkhouding, weet Van Rooijen. „Om te maskeren dat iemand de controle kwijtraakt, is hij of zij steeds harder gaan werken, zij het steeds minder effectief.”

Waar mensen ook moeilijk over praten, vertelt Van Rooijen, zijn geldproblemen. „Bijvoorbeeld door een verkeerd uitgavenpatroon of doordat ze in scheiding liggen en niet van hun huis afkomen. Vaak is er dan veel schaamte om er op het werk over te praten.”

Toch is het dan juist verstandig in zo’n situatie naar je werkgever te stappen. „Er komt namelijk vaak een moment dat er beslag wordt gelegd op het loon, en als je al die tijd mooi weer hebt gespeeld, wordt je werkgever ineens onaangenaam verrast.”

Daarom is het des te belangrijker dat leidinggevenden, en werknemers zelf, leren hoe ze ‘probleemsignalen’ bij elkaar herkennen, vindt Van Rooijen. Hij geeft hierover regelmatig trainingen. „Als je het idee hebt dat het niet goed gaat met een collega, vraag dan eens goed door. Hoe eerder je het probleem op tafel legt, des te sneller het kan worden opgelost.”

Thamar Blokhuis had zo’n oplettende leidinggevende. Toen ze door haar vader op haar werk gebeld werd met het bericht dat haar zusje in het ziekenhuis was opgenomen, twijfelde haar baas geen moment, vertelt Blokhuis. „Zij zei direct: je moet nu niet werken, ga maar naar haar toe.”

Het begrip van haar collega’s bleef, óók toen Blokhuis een jaar na het overlijden van haar zusje constateerde dat het niet beter, maar juist slechter ging. „Ik voelde me somber, had weinig energie, en wilde elke avond vroeg naar bed”, vertelt ze. „Tegelijkertijd baalde ik ervan dat al die gevoelens mijn werk beïnvloedden.”

Tijdens het wekelijkse gesprek met haar leidinggevende besloot Blokhuis te vertellen dat het niet goed ging en dat ze geen idee had hoe ze dat op moest lossen. „Dat vond ik moeilijk om toe te geven”, vertelt ze. „Ik ben een echte millennial: ik zie veel mensen om mij heen volle bak carrière maken, terwijl ik juist een stap terug moest doen. Dat voelde als falen.”

Gelukkig stelde haar leidinggevende voor om tijdelijk kortere werkdagen aan te houden, vertelt Blokhuis. „Dat doe ik nu vijf maanden en het werkt: ik ben minder gestresst en denk zelfs dat ik mijn werk beter doe dan wanneer ik iedere dag tot vijf uur zou werken.”

Haar belangrijkste les: je kwetsbaar opstellen en tijdelijk minder gaan werken betekent niet dat je niet goed bent in je werk. Rouwen is een fulltime baan, beseft ze nu. „Doordat ik daar eerlijk over ben en bijvoorbeeld huil als ik moet huilen, leren anderen ook hoe ingewikkeld het is. En de continue steun van collega’s helpt om er open over te blijven.”

Relaxte reactie

Hoe open je kunt zijn, hangt wel vaak af van de bedrijfscultuur, zegt Jeanette Hemke (61) die als zelfstandig bedrijfsarts werkt en dertig jaar ervaring heeft. Ze maakte één keer mee dat iemand wellicht iets te openhartig was geweest. „Die jongen was verslaafd en meldde zich ziek omdat hij wilde afkicken én dat vertelde hij dus ook”, vertelt Hemke. „Toen hij terugkwam, werd dat op de werkvloer echter niet geaccepteerd en kreeg hij nare opmerkingen van zijn collega’s en leidinggevende. Uiteindelijk heeft hij op mijn advies ander werk gezocht.”

Aan de andere kant is het lastig om te stellen dat je bij verslavingsproblemen beter je mond kunt houden, benadrukt Hemke. „Ik ken ook een ex-verslaafde die bij een advocatenkantoor werkte en daar júíst omarmd werd omdat hij het lef had er eerlijk over te zijn en af te kicken.”

Als je twijfelt of je je problemen wel aan je leidinggevende moet vertellen, denk dan ook eens aan de HR-manager. En anders kun je altijd op eigen houtje naar een bedrijfsarts of vertrouwenspersoon stappen, zegt Hemke. „Als werknemer heb je het recht om anoniem én zonder medeweten van je werkgever een bedrijfsarts te spreken, ook als je niet ziek bent.”

Angst voor negatieve reacties blijkt vaak onterecht, merkte Simone Sinjorgo (53) toen ze haar baas ruim twintig jaar geleden vertelde dat ze met vruchtbaarheidsbehandelingen bezig was. „Ik heb er vooraf nachten wakker van gelegen”, vertelt ze. „Ik had net een jaarcontract en was bang dat hij het niet zou verlengen en een werknemer zou willen zonder uitgesproken kinderwens.”

Dus duurde het een tijd voor ze die zin, heel nonchalant, over haar lippen kreeg: ‘oh trouwens, ik wil graag kinderen en ben met ivf bezig’. „Ik had mezelf hoorndol gemaakt, maar mijn baas reageerde juist relaxed. Hij vond het vervelend voor ons dat het niet vanzelf ging en hoopte dat het op deze manier wel ging lukken.”

Maar een kind krijgen lukte niet en uiteindelijk vond Sinjorgo een nieuwe bestemming: als therapeut helpt ze nu stellen met een onvervulde kinderwens. De angst die ze zelf had, ziet ze vaak bij hen terug. Er is op dat vlak nogal wat veranderd, merkt ze. „In mijn tijd had je drie kansen door middel van ivf. Dankzij verbeterde medische technologie is er nu meer mogelijk, met als gevolg dat stellen in trajecten van wel vier of vijf jaar terecht kunnen komen.”

In vertrouwen nemen

Daarover praten op de werkvloer is een duivels dilemma, legt ze uit. „Je loopt het risico dat collega’s continu gaan vragen hoe het is. Tel daar hormoonbehandelingen, mogelijke miskramen en ziekmeldingen bij op, en je snapt in wat voor mallemolen mensen terecht kunnen komen.”

Lees ook: Burn-out? Natuurlijk heeft dat te maken met werk

Toch adviseert Sinjorgo haar cliënten wel om in dit soort gevallen in elk geval íémand op de werkvloer in vertrouwen te nemen. „Praten lucht op. Het hoeft echt niet altijd je baas te zijn; het kan ook een collega zijn die je vertrouwt. En als je vermoedt dat je werkgever geen begrip zal hebben, is er de bedrijfsarts.”

Tegelijkertijd is het goed om je ook in je werkgever te verplaatsen, zegt Sinjorgo. „Niet alleen zeggen wat je niet kunt, maar ook hoe je je werk op een andere manier tóch kunt blijven doen.”

Daar is Jeanette Hemke het mee eens. „Je hoeft echt niet altijd het achterste van je tong te laten zien, als je maar weet wat je nodig hebt om te blijven functioneren.” Want werken is óók een wonderlijk medicijn, besluit ze, „en het moet net als bij medicatie veilig, passend en goed gedoseerd zijn”.