Recensie

Recensie Muziek

Opera Dido en Aeneas wordt op de Ruhrtriennale een archeologische opgraving

Ruhrtriennale ‘Dido and Aeneas, Remembered’, zo heet de vrijmoedige enscenering die regisseur David Marton maakte van Purcells barokopera. Vorige week was de voorstelling te zien op de Ruhrtriennale.

Dido and Aeneas, Remembered
Dido and Aeneas, Remembered Foto Paul Leclaire

‘Remember me’, zingt koningin Dido in de slotaria van Purcells beroemde barokopera Dido and Aeneas. Haar geliefde Trojaanse prins heeft haar verlaten om op goddelijk bevel Rome te stichten. Op de maat van een biggelende baslijn gaat de Carthaagse schone ten onder aan acuut liefdesverdriet.

De Hongaarse regisseur David Marton (1975) nam Dido’s wens herinnerd te worden letterlijk. Voor zijn vrijmoedige Purcell-enscenering Dido and Aeneas, Remembered, afgelopen week te zien tijdens het Duitse podiumkunstenfestival Ruhrtriennale 2019, toverde hij de Kraftzentrale op het Landschaftspark Duisburg om tot een archeologische opgravingssite.

Een Romeins getuniekt paar, de goden Jupiter en Juno zo blijkt, hurken er in het zand. Ze halen herinneringen op aan het antieke liefdesdrama en leggen ondertussen met borstels en kwastjes een reeks anachronistische artefacten bloot: een smartphone, een toetsenbord.

Eigenlijk verschilt de archeoloog niet zo gek veel van de operaregisseur, moet Marton hebben gedacht. Waar de eerste uit een zorgvuldig afgestofte scherf een vaas of pot reconstrueert, daar ontdoet de tweede een partituur en libretto van eerdere interpretaties om er zijn eigen artistieke visie op te vormen. Het resultaat van beider arbeid is per definitie een mengvorm van relict en reconstructie, tekst en duiding, verleden en heden.

Eenzelfde hybride structuur kenmerkt Dido and Aeneas, Remembered. Marton doorsnijdt het oorspronkelijke libretto met gesproken Vergilius-fragmenten. Purcells muziek, voortreffelijk uitgevoerd door het orkest en koor van de Opéra de Lyon onder Pierre Bleuse, krijgt een verlengstuk in nieuwe noten van de Finse jazzgitarist Kalle Kalima. Mooi hoe Kalima Purcells beroemde passacaglia-motief afwisselend transformeert tot puntig walsje of grofkorrelig ruisveld.

Een sterk zingende Alix le Saux (Dido) en Claron McFadden (Belinda) vinden een tegenhanger in de ruwgerande stemkunst van jazz-zangeres Erika Stucky (opperheks en improvisaties). De verrichtingen van de personages worden bovendien close-up gefilmd en geprojecteerd op een groot scherm. Het verleden laat zich niet rechtstreeks ervaren, lijkt Marton te willen zeggen.

Dido and Aeneas, Remembered

Foto Paul Leclaire

Het maakt Dido and Aeneas, Rembered tot een fascinerende, gelaagde voorstelling, al kun je je afvragen of Martons ingrepen de dramatische lijn soms niet in de weg zitten. Zo wordt Dido’s When I am Laid in Earth zo uitvoerig ingeleid (een geïmproviseerde klaagzang plus een langgerekte koor-intro) dat de eigenlijke aria aandoet als een anticlimax.

Op de Ruhrtriennale zijn de tot concertlocatie omgedoopte industriecomplexen een attractie op zich. Neem de Maschinenhalle in Gladbeck, die met haar immense overkapte ruimte veel weg heeft van een industriële kathedraal. De hal bood zaterdag een opmerkelijk goede akoestiek voor Luciano Berio’s Coro.

Ambitieus is een understatement voor het stuk waarin de Italiaanse avant-gardecomponist anno 1976 niets minder dan de hele wereld trachtte te vangen. Veertig zangers (een sterk Chorwerk Ruhr onder leiding van Florian Helgath) zitten verspreid door het orkest (Duisburger Philharmoniker), en zingen teksten van Pablo Neruda en fragmenten volkspoëzie uit verschillende windstreken.

Solostemmen verstrengelen zich tot een golvende klankzee. Volksmuzikale echo’s verdampen in iriserende tutti’s. Roerloze orkestnevels omhullen een regel uit een Polynesisch lied: ‘Stand up, the rain is coming.’

Buiten zorgde een fikse onweersbui voor diep dreunende percussie-effecten.