NPO worstelt met tegenstrijdigheid Slob

Publieke Omroep De minister wil perverse commerciële prikkels wegnemen, maar zijn ingreep kan averechts werken.

Groepsfoto van presentatoren tijdens de seizoenspresentatie van de publieke omroep.
Groepsfoto van presentatoren tijdens de seizoenspresentatie van de publieke omroep. Foto Sander Koning/ANP

Als je naar de kijkcijfers kijkt, gaat het verschrikkelijk goed met de publieke omroep. Afgelopen seizoen keken per avond gemiddeld 1,4 miljoen mensen naar de drie publieke zenders – 37 procent van alle tv-kijkers. Dat is veel meer dan naar de concurrentie. Hoofdzender NPO1 (924.000 kijkers, 24%) is onaantastbaar als best bekeken zender. De zender heeft bijna het dubbele aantal kijkers van de nummer twee, RTL4. De programma’s krijgen veel waardering van publiek en critici. Ga zo door, zou je zeggen.

Maar als je naar de politici luistert, is het crisis in Hilversum. Minister Slob wil de reclame voor acht uur ’s avonds gaan verbieden. Dat kost 60 miljoen (volgens Slob) of 90 miljoen euro (volgens de Ster) die hij slechts gedeeltelijk wil compenseren. Een nieuwe bezuiniging dus.

Met de reclameluwe omroep – in Slobs visie een eerste stap naar helemaal geen reclame – wil Slob een perverse, commerciële prikkel bij de publieke omroep wegnemen. Wanneer zij te afhankelijk zijn van reclame, gaan ze daar op programmeren: alles voor de kijkcijfers. Hoe hoger die zijn, hoe meer reclamegeld. Maar door de halve maatregel, en de ontoereikende vergoeding, zal Slob de perverse prikkel juist vergroten. Om het overgebleven reclamegeld veilig te stellen, zal de NPO nog commerciëler programmeren.

Toegankelijke programma’s

De druk van de kijkcijfers zie je dit seizoen bijvoorbeeld op NPO2. Op deze zender programmeert de omroep journalistieke programma’s, cultuur en wetenschap, en komt het vervullen van de publieke taak het duidelijkste tot uiting.

Maar NPO2 kondigde aan het komende seizoen de vooravond en primetime te willen reserveren voor „toegankelijke programma’s die een grote groep mensen aanspreken”, zoals De slimste mens, de programma’s met de knorrige familie Van Rossem – ze gaan dit jaar naar Berlijn, of de kunstprogramma’s van Jeroen Krabbé. Nieuwsuur begint een half uur eerder, zodat de kijkers na afloop beter kunnen zappen naar de talkshows van Jinek en Pauw op NPO1, die ook een half uur eerder beginnen. Programma’s die minder kijkers trekken, zoals documentaires, Andere tijden, en de nieuwe culturele talkshow van Nadia Moussaid, komen pas na Nieuwsuur.

Toekomst ligt online

Televisie zal nog lang groot blijven, maar de toekomst ligt online. Daar zitten de jongere kijkers en de echte concurrenten: Netflix en binnenkort Disney+. Vergeleken met de tv-budgetten, zijn die voor de digitale uitingen bij de NPO zeer bescheiden. Terugkijkdienst NPO Start blijft sterk, met een miljoen gebruikers per dag. Daarnaast heeft de betaalde streamingdienst NPO Start Plus 250.000 abonnees.

Ook NOS Nieuws is online zeer aanwezig. NOS.nl plaatst naast video ook veel geschreven artikelen; een doorn in het oog van de kranten, die dit als concurrentievervalsing beschouwen. Minister Slob wil NOS.nl niet beknotten, maar hij wil wel dat ze haar nieuwsfilmpjes met andere partijen gaat delen.

Informatiezender NPO2 zet in op een versterking van de online journalistiek. Zo begint documentairemaker Sinan Can het buitenlandplatform Synaps. Ook Nieuwsuur, Tegenlicht en Zembla zetten meer in op online verspreiding. Volgens zendermanager Gijs van Beuzekom kun je online sneller dan op tv reageren op het nieuws, en kun je ook meer met tekst en andere vormen dan video werken.

Voor de jongeren zijn er inmiddels vele webseries, waarin de omroep experimenteert met de vorm, als Joardy Season, TreurTeeVee en Anne+.

Over het online-beleid van de publieke omroep is minister Slob tegenstrijdig. Hij geeft de losse omroepen meer ruimte om zelfstandig hun video te verspreiden. Maar hij wil NPO Start Plus verbieden om series eerder dan op tv te laten zien – waarmee hij het hele idee van een streamingdienst (bingen!) onderuit haalt.