Opinie

Het debat over drugs is een karikatuur, de politiek is stil

Vorige week zorgde een rapport van Pieter Tops en Jan Tromp over de desastreuze gevolgen van de drugseconomie voor Amsterdam voor opschudding. Politiewetenschapper (en drugsvrijgever) Bob Hoogenboom ging bij zichzelf te rade.

De Linnaeusstraat, Amsterdam, nadat bij een coffeeshop een explosie heeft plaatsgevonden.
De Linnaeusstraat, Amsterdam, nadat bij een coffeeshop een explosie heeft plaatsgevonden. Foto Lorenzo Derksen / ANP

In ieder college over wat wetenschap is wordt benadrukt dat wetenschap niet waardevrij is. Dat is geen probleem mits een wetenschapper transparant is. Ik heb tijdens mijn studie maatschappijgeschiedenis in de jaren tachtig les gehad van neo-marxisten. De begrippen, de voorgeschreven literatuur en antwoorden spraken voor zich. Een volgend college werd gegeven door een docent die psychogeschiedenis aanhing: met freudiaanse denkbeelden het gedrag van Maarten Luther of Hitler verklaren.
Er is geen allesoverkoepelende waarheid. Vraag tien economen wat er in de economie aan de hand is en je krijgt tien verschillende antwoorden. Vraag Pieter Tops, lector aan de Politieacademie, of Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond, wat er moet gebeuren aan ‘ondermijning’ en ze zeggen: meer mensen, meer middelen en meer bevoegdheden. Misschien hebben ze gelijk. Misschien ook niet.

Ik ben ooit min of meer door toeval terechtgekomen in het politieonderzoek en wat anderen criminologie noemen. Beide zijn mijnenvelden vol emoties en algemeen aanvaarde waarheden. Het is niet mogelijk om normaal, ‘feitenvrij’ met elkaar om te gaan. Het is een ideologische jungle. Ikzelf twijfel aan alles. Aan mezelf en aan de dogmatische houding van collega’s. Daarom dit persoonlijke.

Daadkracht

Ik sta in een theoretische traditie van de rechtsstaat en machtskritiek. Ik wantrouw alles en iedereen met ook maar een beetje macht. Maar zo’n standpunt is er slechts één onder vele andere. Ik heb het niet zo op die burgemeester-sheriffs die moord en brand schreeuwen over ondermijning. En voor het minste of geringste een wietzoldertje sluiten. Let op het gebruik van ‘zoldertje’. Gewoonweg manipulatief gebruik van taal. Sommigen onder u zouden zeggen: schandelijk. Maar toch begrijp ik die sheriffs. Ze zijn bezorgd, willen daadkracht tonen. En sinds het begin van onze civilisatie is Wag the Dog een constante. Wag the dog is een film over de Amerikaanse politiek. Kern is dat de politiek een vijand nodig heeft om zichzelf te legitimeren. De binnenlandse politiek is even klote, dus creëer een oorlog.

Terughoudendheid

Ik heb het niet zo op ‘Dirty Harry-achtige mentaliteiten’ waardoor regels worden gekneed. Gewoon om de ‘bad guy’ te naaien. De Schiedammer parkmoord en menig andere juridische dwaling zouden moeten nopen tot enige terughoudendheid – een woord dat de hedendaagse veiligheidselite niet lijkt te kunnen spellen. Dat vind ik naar, maar wat is dat voor een normatieve uitspraak? Pak ze waar je ze pakken kunt. Maar waarom niet? Hoezo rechtsbescherming? Misschien moeten we weer eens praten over de doodstraf. Zo’n perverse klootzak die vorig weekend op een speelplaats aan een kind zit, mogen we toch doodslaan? „Wie in godsnaam is Montesquieu?”

Nimmer

Ik sta in een theoretische traditie van de relativiteit van strafrechtelijke misdaadbestrijding. Maar dat is slechts een stroming onder vele andere. Collega Tops laat niet na om te pleiten voor meer. Meer politie, meer justitie, meer inbeslagnames, meer Plukze etc. Dat is zijn goed recht. De waardevrije wetenschap. Ik ben het met hem oneens omdat ik sta in de traditie van een paar van de ‘reuzen’ van de politiewetenschap. Maar alleen al het gebruik van ‘reuzen’ is (on)bewust een soort van poging tot powerplay en dus een tikje manipulatief. Ik doe collega Tops daarmee onrecht aan. Door de suggestie dat hij op de schouders van dwergen staat. Mijn ‘reuzen’ zeggen dat repressie nimmer een oplossing is voor complexe vraagstukken.

Misschien is mijn traditie wel van eergisteren. De politie wil een hersentumor aanpakken met een aspirine maar zou eigenlijk liever een boormachine gebruiken. Wie zal het zeggen? Misschien heeft Tops gelijk. Zijn ‘reuzen’ zeggen ‘hard aanpakken’. Dat echoot in de politiek en zeker in de populistische riolen van Baudet en Wilders. Maar wie ben ik om te zeggen dat repressie geen zin heeft? Waarom gebruik ik eigenlijk het woord ‘riolen’?

Verderfelijk

Ik sta in de traditie van alle roesmiddelen vrijgeven. Het onderscheid tussen alcohol, soft- en harddrugs bestaat volgens mij niet. Noch de verslaving aan pijnstillers. Ik vind dat de maatschappelijke discussie over dit alles zo’n karikatuur is. Maar misschien zie ik het helemaal verkeerd. Onze dochters zijn vrij en blij opgegroeid en experimenteren met roesmiddelen. Zij praten tegelijkertijd over de grondslagen van hun wetenschappelijke vakgebieden. Wij ouders kunnen ze nauwelijks volgen. Ze zitten in honoursprogramma’s en halen bovengemiddeld hoge cijfers. En ze zijn af en toe high. Is dat erg? En wat is het verschil met de ruim een miljoen probleemdrinkers? Heeft de Biblebelt gelijk? Heeft Tops gelijk? Is het verderfelijk?

Naar boven

Ik sta in de traditie van de criminoloog Edwin Sutherland, die in 1939 het begrip ‘white collar crime’ muntte: we moeten naar boven kijken. Naar politieke partijen. Naar bestuurders. Naar ondernemingen. Natuurlijk is straatmisdaad vreselijk, maar wat vind je van priesters die over de hele wereld koorknapen misbruiken? En van farmaceuten die ons verslaafd maken aan pijnstillers? En Danske Bank? ING? Het zou zo maar zijn dat ik dit verkeerd zie. Vraag tien economen wat de oplossing is voor een slecht presterende economie…

Spelletjes

Ik sta in een traditie waarin meningsverschillen normaal en belangrijk zijn. Maar who cares? Tops noch ik – en met ons velen anderen – gaan het verschil maken. Jaren gaan we door met welles-nietesspelletjes. Vermakelijk, maar het leidt nergens toe. Niet de onderzoeksjournalist, niet de wetenschap, niet de departementen, en niet de Topsen en Hoogenbomen van deze wereld doen ertoe.

‘Ondermijning’ is een politiek vraagstuk. Wetenschappers, onderzoeksjournalisten, beleidsmakers, bedrijfsleven en volksvertegenwoordigers worstelen hiermee. Welke rol speelt de politiek hierin? Vooralsnog een beperkte. Ik zie geen Alexandria Ocasio-Cortez in de Tweede Kamer. Oorverdovende stilte daar. Geen richting. Geen visie.

Enquête

Alleen de politiek kan richting geven. Maar zie ik dat wel goed? Het publieke debat overlaten aan De Telegraaf en de sociale media gaat toch goed? Een halfslachtig experiment met softdrugs is geen politiek leiderschap, zou ik zeggen. Maar wat is er verkeerd aan de status quo? Het stellen van honderden Kamervragen naar aanleiding van incidenten, is geen politiek leiderschap. Eerder politieke zelfbevlekking.

Politiek leiderschap is wellicht een parlementaire enquête instellen naar de staat van de rechtshandhaving. Wat is er de afgelopen dertig jaar gedaan aan financieel rechercheren, aan ‘pluk ze’, fraude, corruptie en ondermijning? Wat zijn de tastbare resultaten? Hoe functioneren politie, justitie, de rechterlijke macht en de tientallen inspecties en toezichthouders? Hoe verhouden bezuinigingen, reorganisaties, en ICT-projecten zich tot de maatschappelijke behoefte aan veiligheid?

Maar waarom zouden we dat doen? Verhalen over ‘hoe erg het is’ zijn ook gewoon amusement.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door politiedeskundigen. Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan de Nyenrode Business Universiteit. Samen met Marc Schuilenburg doceert hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.