Eigenzinnig en op zoek naar de confrontatie

Jacob Gelt Dekker (1948-2019)

Ondernemer, filantroop

Hij had naar eigen zeggen een liefdeloze opvoeding gehad. Dat weerhield Jacob Gelt Dekker er niet van zichzelf en zijn vermogen voor anderen in te zetten.

Jacob Gelt Dekker in 2009.
Jacob Gelt Dekker in 2009. Foto Marcel Hemelrijk

Three strikes and you’re out, schreef Jacob Gelt Dekker vorig jaar februari nog op zijn Facebookpagina. De lymfeklierkanker was opnieuw teruggekomen en ditmaal zou het zijn einde betekenen. Twee tot drie maanden, schatte hij zelf in.

Zijn leven duurde toch langer dan gedacht – iets wat de ondernemer vaker had ervaren. Het was al de zevende keer dat hij kanker had gekregen sinds 1976, schreef hij zelf. Maar zondag overleed hij dan toch op 71-jarige leeftijd in Key West, Florida, waar hij een huis had.

Dekker – Jacob Gelt zijn z’n twee voornamen – werd in 1948 geboren in een boerengezin uit het Westfriese dorpje Oterleek. Na een opleiding tot tandarts besloot hij ondernemer te worden, en later ook filantroop, schrijver en filosoof.

Zijn fortuin verdiende hij in de jaren tachtig met bedrijven die hij oprichtte of overnam en uitbouwde: fitnessclub Splash, One Hour Super Photo, KwikFit en Budget Rent a Car. Dat laatste bedrijf verkocht hij, samen met een Amerikaanse zakenpartner, in 1995 aan de Zwitserse bank UBS. Zakenblad Quote dichtte Dekker ooit een flink vermogen toe, 230 miljoen euro in 2010. Een jaar later was hij ineens uit de Quote 500-rijkenlijst verdwenen. Een deel van het geld dat Dekker verdiende ging in vastgoed. Hij bezat een als patriciërshuis ingericht grachtenpand in Amsterdam, en huizen op Curaçao, in New York en Florida.

Landelijke bekendheid verwierf Dekker in 1999, toen hij op Curaçao meehielp de wijk Otrabanda te renoveren, onderdeel van de historische binnenstad. De ondernemer bouwde middenin de verpauperde wijk een vijfsterrenhotel, Kurá Hulanda (Hollands Hofje) en een slavernijmuseum. Naar eigen zeggen stak hij er 60 miljoen euro in. Voor de verbouwing huurde hij rondhangende verslaafden in.

Vijanden

Al was Jacob Gelt Dekker populair onder een deel van de lokale bevolking, vijanden had de weldoener met zijn jongensachtige, wapperende blonde haar ook. Als columnist van een lokale krant roerde hij zich heftig over de corruptie en het nepotisme onder de eilandbestuurders, en het onbegrip in Nederland voor wat er in dat deel van het Koninkrijk speelde. Dit leidde er in 2006 zelfs toe dat Antilliaanse regerings- en oppositiepartijen opriepen tot een boycot van de miljonair. Nederlandse parlementariërs op werkbezoek meden soms zijn hotel, beducht als ze waren voor zijn tirades over hoe de Haagse politiek moest omgaan met de Antillen.

In 2009 keerde Dekker Curaçao de rug toe. Er heerst fascisme op het eiland, zei hij later in de Amsterdamse krant Het Parool. „Scheldpartijen op radio en televisie. Ze willen alles in brand steken wat met kunst en intellect te maken heeft.” Zelf kwam hij, naar eigen zeggen, terecht op een dodenlijst.

Liefdeloze opvoeding

Dekker was gewend met zijn ziekte te leven. In een interview in de Volkskrant uit 2006 zei hij: „Ziekte zit voor een groot deel tussen je oren, hoor. We hebben allemaal een natuurlijk afweersysteem, ook tegen kanker. Als je dat activeert en je er niet al te druk over maakt, gaat het best goed.”

Het hielp hem dat hij er niet veel bij voelde, zei hij. Dat gebrek aan emotie weet hij zelf aan de liefdeloze opvoeding die hij had gekregen, en het misbruik door een leraar op de lagere school. Een langdurige relatie heeft hij nooit gehad en seks interesseerde hem niet.

Hij zag het gebrek aan verbinding als een voordeel: „Ik was niet ingekapseld. Daarom kon ik als ondernemer heel makkelijk alles doen. Kijk naar wat ik heb gedaan in het bedrijfsleven. En ik zoek nog steeds het gevecht op. Ik zoek nog steeds de confrontatie op.”