Daling armoede vlakt af

SCP-rapport Het aantal mensen dat in Nederland in armoede leeft daalde in 2017 verder, maar minder snel dan voorheen. Bovendien hebben armen een steeds groter geldgebrek.

Klanten van de voedselbank nemen een kerstpakket in ontvangst.
Klanten van de voedselbank nemen een kerstpakket in ontvangst. Foto Robin van Lonkhuijsen

De armoede in Nederland is in 2017 verder gedaald, maar deze trend die in 2013 inzette begint nu wel af te vlakken. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in Armoede in Kaart 2019.

Naast het zwakker worden van de daling van de armoede valt het SCP-onderzoeker Stella Hoff op dat mensen die in armoede leven een steeds groter geldgebrek hebben. „In 2017 kwamen arme huishoudens ongeveer 3.000 euro tekort per jaar”, zegt zij. „Dat was een paar jaar geleden nog 2.200 euro”. Dit is een zogenoemd ‘mediaan’ bedrag, waarmee wordt bedoeld dat bij de ene helft van de huishoudens het tekort groter is en bij de andere helft kleiner.

Arme Syriërs en 90-jarigen

Volgens het SCP treedt de dalende armoede op in bijna alle bevolkingsgroepen; alleen onder Syriërs is de armoede de laatste jaren fors gestegen, meldt het SCP. Meer dan de helft van de vluchtelingen uit Syrië leeft in Nederland in armoede.

Onder 65-plussers komt armoede weinig voor, maar ouderen vanaf 90 jaar zijn een uitzondering: bijna 11 procent van hen is arm. Dit komt door de relatief hoge zorgkosten van deze leeftijdsgroep, die niet altijd allemaal vergoed worden.

Het SCP heeft ook gekeken hoe de armoede over Nederland is verspreid. Rotterdam is de gemeente met het hoogste percentage armen (10,9 procent). Het postcodegebied met het hoogste percentage armen is 6834, in de buurt ’t Duifje in Arnhem, waar 22,5 procent van de inwoners arm is. Als je alle inkomenstekorten zou willen aanvullen, zou er bijna 2,2 miljard euro nodig zijn.

Armoedegrenzen

Het SCP hanteert twee armoedegrenzen. De eerste is gebaseerd op de minimale uitgaven van een huishouden aan basale, niet te vermijden goederen en diensten, zoals voedsel, kleding, wonen, persoonlijke verzorging en verzekeringen (1.039 euro per maand voor een alleenstaande). Volgens dit zogenoemde ‘basisbehoeftecriterium’ waren er in 2017 ongeveer 618.000 armen (3,8 procent van de bevolking).

Daarnaast kent het SCP ook het ‘niet-veel-maar-toereikend-criterium’, een net iets ruimer budget, dat ook rekening houdt met de minimale kosten van ontspanning en deelname aan het sociale verkeer (1.135 euro). Volgens dit criterium waren er in 2017 iets minder dan 939.000 armen (5,7 procent van de bevolking), onder wie 272.000 kinderen (8,1 procent van alle kinderen).

NRC maakte een productie over armoede in Nederland, waaronder de video: Hoe voelt het om arm te zijn in Nederland?

Stijging of daling?

Over de vraag wanneer iemand ‘arm’ is, valt te twisten. Het SCP hanteert andere criteria dan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vroeger publiceerden de twee instellingen gezamenlijke rapporten over armoede. Maar omdat ze het niet eens waren over de criteria, publiceren ze nu hun eigen rapporten.

Het CBS gaat uit van de lage-inkomensgrens, die in 2017 uitkwam op 1.040 euro voor een alleenstaande. Het CBS constateerde in een publicatie eind vorig jaar op basis van dit criterium een stijging van de armoede, terwijl het SCP inmiddels juist een dalende trend zag.

Dat verschil leidde in december vorig jaar tot een ingezonden stuk van het Armoedefonds in deze krant. Het fonds vergeleek de onderzoeken en concludeerde dat de „armoede in Nederland daalt in absolute aantallen, heel licht. Maar binnen die licht slinkende groep armen stijgt het aandeel van mensen dat langdurig, langer dan vier jaar, in armoede zit.”