Opinie

Bij renovatie Binnenhof is voorbeeldfunctie ver te zoeken

Binnenhof

Commentaar

Verloopt alles volgens plan dan begint de dinsdag van zomerreces terugkerende Tweede Kamer aan het laatste vergaderjaar in de bestaande huisvesting. Volgend jaar, na Prinsjesdag gaat het Binnenhof in verband met een ingrijpende verbouwing voor ruim vijf jaar op slot.

Het begrip ‘volgens plan’ moet hier zeer letterlijk worden genomen. Vooralsnog zijn de voornemens om de aan het Binnenhof gelegen gebouwen van de Tweede en Eerste Kamer, de Raad van State en het ministerie van Algemene Zaken te renoveren uitgegroeid tot het zoveelste Haagse hoofdpijndossier. Verkeerde aannames, verrassende uitkomsten, schimmige afspraken zijn de terugkerende elementen in het ‘proces’ dat inmiddels vijf jaar in de voorbereidingsfase zit. Niet verwonderlijk dat het hierbij behorende predicaat ‘soap’ dan ook reeds is gevallen.

Dat het Binnenhof aan een grondige verbouwing toe is staat buiten kijf. Onderzoek van het Rijksvastgoedbedrijf toonde in 2014 aan dat behalve achter de Middeleeuwse gevels maar ook achter de in 1992 opgeleverde nieuwbouw tal van gebreken schuilgaan. Dit varieert van lekkende daken, overbelaste elektriciteitskabels tot niet meer met de huidige tijd overeenstemmende veiligheidseisen.

De Tweede Kamer kon indertijd kiezen uit verschillende varianten om de renovatie uit te voeren. Terecht is ingestemd met de radicale aanpak waarbij de gebruikers voor 5,5 jaar verhuizen en niet voor het model zonder verhuizing waarbij het normale werk tijdens de verbouwing zo veel mogelijk doorgaat maar in dat geval wel minstens dertien jaar zou duren.

Alles bij elkaar gaat de renovatie met de kernwoorden soberheid en doelmatigheid 475 miljoen euro kosten, hoewel verantwoordelijk staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken, CDA) eerder dit jaar waarschuwde dat er „financiële spanning op het budget” zit. In niet-ambtelijk Nederlands: overschrijdingen dreigen. Wat dat betekent bij grootschalige projecten is bekend.

De Tweede Kamer is dan ook voorlopig nog niet af van de bemoeienis met de eigen huisvesting, ook al omdat er nog altijd geen voorlopig ontwerp is. Daarbij zit de volksvertegenwoordiging in een ingewikkelde constructie van enerzijds belanghebbende/gebruiker en anderzijds controleur. Wat het nog ingewikkelder maakt is dat een groot deel van de opdrachten die verband houden met de verbouwing om onbegrijpelijke redenen geheim zijn verklaard. Na bezwaren vanuit de Tweede Kamer laat staatssecretaris Knops zich nu leiden door het principe ‘openbaar tenzij’. Maar het woord tenzij blijkt zeer multi-interpretabel te zijn.

Ten slotte is er nog de keuze voor de architect. Het Rijksvastgoedbedrijf gaf de opdracht voor het onderdeel Tweede Kamer van verbouwing van het Binnenhof aan het bureau OMA van de vermaarde architect Rem Koolhaas. Maar dit bureau is met het oorspronkelijk program van eisen zodanig aan de haal gegaan dat er in de optiek van de Tweede Kamer een totaal ander, niet gewenst gebouw uit naar voren kwam. Het toont nog eens aan dat architecten en toekomstige bewoners zelden een perfecte combinatie vormen. Het gebruiksgemak van de één botst maar al te vaak met de bouwkundige visie van de ander.

Onvrede over het ontwerp, onduidelijkheid over de architect, ongewisheid over de kosten, onzekerheid over de uitvoering. Dat alles in verband met de verbouwing van het Huis der Democratie. De voorbeeldfunctie is ver te zoeken.