Recensie

Recensie Muziek

Eefje de Visser betoverend hoogtepunt Into The Great Wide Open

Popfestival Natuurlijk was het mooie Vlieland zelf de headliner op festival Into The Great Wide Open, maar muzikaal kwam niemand boven de nieuwe, coole show van Eefje de Visser uit.

Eefje de Visser op Into The Great Wide Open.
Eefje de Visser op Into The Great Wide Open. Foto Tom van Huisstede

Halverwege wordt het donker. Eefje de Visser zet net haar rode Fender-gitaar aan de kant, als de lichten uitfloepen op het fraaie bospodium van festival Into The Great Wide Open. Even blijft het stil, maar dan schieten paarse strepen licht door de lucht en tussen de bomen door, en klinken hoog dreinende synths onvoorspelbaar in het duister. Kort is de warme, melancholische sfeer weg uit het concert, maar dan worden de geluiden muziek en zet de zangeres met haar nieuwe, zwoele ‘Zwarte Zon’ het bos in rijk paars licht. „Wacht maar af, tot ik waag, tot ik spreek, tot ik weet”, zingt ze hoog en indringend.

Eefje de Visser toerde een paar jaar solo, maar blijkt ook in deze vorm – met band, achtergrondzangeressen en een zelfverzekerde, coole show – betoverend. Haar eerste Nederlandse concert met nieuw materiaal was scherp uitgedacht en prachtig vormgegeven, en het was fijn om te horen hoe De Visser haar muziek laat meegroeien: de liedjes van Nachtlicht (uit 2016) als ‘Stof’ en ‘Scheef’ leefden op van de weelderige samenzang en dikke synth-lagen. Dat het kersverse ‘Lange Vinnen’ sterk werkte als volkomen natuurlijke afsluiter, zegt iets over de kracht van haar nieuwe werk. Ja, het begon even te regenen, maar wie merkte dat? Geen band kwam hier nog bovenuit.

Lees ook dit interview: Eefje de Visser, one man dance-band

Het goede kwam niet van ver, deze elfde editie van eilandfestival Into The Great Wide Open. Vlieland is zoals altijd de headliner op dit festival, zeker als het, zoals het grootste deel van dit weekend, zonovergoten is en er gezwommen kan worden aan de uitgestrekte stranden. Die sfeer die zo ontstaat is uniek: het is bijzonder dat zo’n klein eiland tijdens een overheersend popfestival (6.000 bezoekers op een bevolking van net 1.000) nog zo’n rust en weidsheid blijft uitstralen. Het festival doet zijn stinkende best om fossielvrij te werken en zo de voetafdruk te verkleinen, en dat werkt aanstekelijk, want ook bezoekers zag je regelmatig door de knieën gaan om troep van de grond op te rapen. En nu we toch de menselijke aard aan het opglimmen zijn: zijn er festivals met vrolijkere en vriendelijkere vrijwilligers dan deze?

Hot Chip op Into The Great Wide Open.

Foto Tom van Huisstede

Ruwe diamant

Muzikaal was het een beetje zoeken. De paar grotere acts waren op z’n best vermakelijk. Hot Chip, de boterzachte Britse electropopband die lange tijd elke paar jaar op Lowlands stond, voelde vrijdagavond wel heel erg veilig. Ook bij de retro-disco van hun landgenoten Jungle ontbrak het een avond later aan spanning. Wel fijne avonden voor wie niet stil wilde blijven staan.

Ook de schatgravers op het eiland werden beloond. Wie bijvoorbeeld hunkerde naar authenticiteit kon het op vrijdagmiddag vinden in De Bolder, waar de in 2000 geboren rapper S10 uit Hoorn een openhartoperatie van een concert gaf, waarin ze even open en eerlijk als haar liedjes bleek. „Ik ben eigenlijk te onzeker voor deze shit”, lachte ze. S10 is een ruwe diamant waarvan je hoopt dat ze niet te netjes wordt geslepen.

Ook aan de Belgische zanger Tamino zou je nooit iets willen veranderen. Zijn stem, dieper dan de Noordzee, had iets wonderlijk sacraals, alsof hij zweefde – zij het op een donker wolkje. De Britse countryzangeres Yola leek een dag eerder wat hees tijdens haar aankondigingen, maar zodra ze zong vielen de scherven van haar stem.

Little Simz op Into The Great Wide Open.

Foto Tom van Huisstede

Paradijs

De Amsterdamse Pip Blom en haar band hadden de energie van de jonge honden die ze zijn, maar wisten die te richten in hun no-nonsense poprock. Nonsense genoeg bij Wand, de fascinerende Amerikaanse psychrockband die gedijt bij een prettige chaos. De Britse rapper Little Simz schakelde zaterdag juist uiterst gecontroleerd tussen jazzy hiphop en dreigende grime.

Van een heel andere orde was het concert in drie delen dat het Nederlands Blazers Ensemble gaf. Zaterdagmiddag voerden ze hun versie van Haydns ‘Het Paradijs’ uit (een bewerking van Die Jahreszeiten), hoog in de duinen. Tussen twee zeeën en omringd door krullende dennen een locatie die best eens dezelfde naam kon dragen als het stuk. De bezwerende muziek werd alleen onderbroken door de droge teksten van de Vlaamse auteur Bart Moeyaert, die vanaf een hoge badmeestersstoel het verhaal vertelde. „We stonden met onze blote voeten middenin de overvloed”, schetste hij het paradijs, waar de man en de vrouw genoten en leefden van de wildernis. Voor zolang het duurde.

Nederlands Blazers Ensemble op Into The Great Wide Open.

Foto Tom van Huisstede

Correctie 1 september 2019: In een eerdere versie van dit artikel was sprake van 7.000 bezoekers. Dit moest 6.000 zijn.