‘Veertig doden bij Amerikaans bombardement op jihadisten in Syrië’

Volgens het Pentagon was een basis van Al-Qaida in Syrië het doelwit. Onder anderen een leider van Hurras al-Din zou zijn omgekomen, meldt het Syrisch Observatorium.

Het noorden van Syrië is de afgelopen maanden zwaar gebombardeerd door de Syrische regering en Rusland, zoals hier in de buurt van Aleppo op 31 augustus.
Het noorden van Syrië is de afgelopen maanden zwaar gebombardeerd door de Syrische regering en Rusland, zoals hier in de buurt van Aleppo op 31 augustus. Foto Omar Haj Kadour/AFP

De VS hebben zaterdag een bombardement uitgevoerd op aan Al-Qaida gelieerde rebellen in het noorden van Syrië. Daarbij zijn volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten zo’n veertig doden gevallen. De aanval kwam kort nadat de Syrische overheid in de regio Idlib een staakt-het-vuren had aangekondigd.

Het Pentagon zegt in een verklaring zaterdag dat leiders van Al-Qaida in Syrië het doelwit waren. Zij zouden verantwoordelijk zijn geweest voor „aanvallen die een dreiging vormen voor Amerikaanse staatsburgers, onze partners en onschuldige burgers”. Bovendien zou een belangrijke basis van de jihadisten nu zijn uitgeschakeld. Het Pentagon geeft geen details verder over de aanval en over het aantal doden.

Het uit het Verenigd Koninkrijk opererende Syrisch Observatorium meldt op basis van lokale bronnen dat het ging om een trainingskamp waar leiders van verschillende extremistische rebellengroepen in Syrië een ontmoeting hadden. Onder anderen een leider van het aan Al-Qaida gelieerde Hurras al-Din (‘Beschermer van Religie’) zou zijn omgekomen.

Eerdere aanval op Hurras al-Din

Als inderdaad veertig mensen zijn gedood, zou het gaan om een van de meest dodelijke bombardementen op jihadisten in het Syrisch conflict ooit. In juni voerden de VS een vergelijkbare actie uit in de regio Aleppo. Daarbij zouden acht doden zijn gevallen, onder wie zes commandanten van Hurras al-Din.

De Syrische regering kondigde vrijdag een staakt het vuren aan in Idlib, maar dat zou inmiddels zeker een keer zijn geschonden. Regeringstroepen hebben volgens het Syrisch Observatorium schoten gelost en daarbij een burger hebben doodgeschoten. Idlib is een van de laatste stukken land in Syrië dat in handen is van rebellen.

Erdogan dreigt opnieuw met offensief

In de tussentijd heeft de Turkse president Erdogan opnieuw gedreigd met een militaire operatie tegen Koerdische rebellen in het noorden van Syrië. Volgens het staatshoofd wil Turkije een „veiligheidszone” als onderhandelingen met de VS mislukken. Washington steunt de Koerdische YPG, maar die is volgens Ankara gelieerd aan de PKK.

„Binnen een paar weken is er geen andere optie dan onze eigen plannen uit te voeren”, zei Erdogan zaterdag. Eerder deze maand dreigde de Turkse president ook al in te grijpen tegen de YPG. Dat leek met de oprichting van een Turks-Amerikaans coördinatiecentrum voorlopig te zijn afgewend.