'De oorlog is nooit opgehouden. Ja hier wel ja. Maar om ons heen niet'

In Terneuzen gaf koning Willem-Alexander deze zaterdag het startsein voor de viering van 75 jaar vrijheid na de Tweede Wereldoorlog. Veteraan Max Wolff, 93, was erbij.

Max Wolff in bevrijd Brussel in 1944.
Max Wolff in bevrijd Brussel in 1944. Foto Max Wolff

Max Wolff heeft zijn uniformjasje weer aan, op zijn borst de oorlogsmedailles kleurrijk in het gelid. Tientallen malen droeg hij het jasje – bij de herdenking in Oosterbeek, op 4 mei op de Dam, de juni’s in Normandië. Deze zaterdag draagt hij het aan de oever van de Schelde in Terneuzen, voor de aftrap van de viering van 75 jaar vrijheid in Nederland. De herdenking wordt bijgewoond door de koningsparen van Nederland en België, premier Rutte is er, bewindslieden van Polen tot Canada. Max Wolff zelf, de enige oorlogsveteraan die Nederland hier vertegenwoordigt, heeft zich nooit bevrijd gevoeld. Hij, 93 en Joods, verloor in de oorlog bijna zijn hele familie.

Wolff zit onder een dakje van tentdoek naast de andere negentigers in hun gedecoreerde jasjes. Veteranen uit Polen, de VS, Canada, Groot-Brittannië – uit elk land één. Ze zitten rechts van het podium waar een publiek van honderden mensen op uitkijkt – het hart van de herdenking. Een internationale vloot van marineschepen vaart achter de veteranen de Schelde door, en eert hen met saluutschoten. Parachutisten komen uit de lucht gezeild, oude gevechtsvliegtuigen scheren over.

Besef van eindigheid

De volgende oorlogsherdenking met zo’n ronkend, rond getal als ‘75’ is over een kwart eeuw – ‘100 jaar bevrijding’. Tweede Wereldoorlogsveteranen zullen er, tenzij ze records breken, dan niet meer zijn. Noorwegen vaardigde voor deze herdenking al een kleinzoon af.

Veteraan Max Wolff in Terneuzen tijdens de viering van het begin van 75 jaar vrijheid in Nederland. Foto KOEN VAN WEEL/ANP Royal Images

Van het besef van die eindigheid is deze herdenking doordrongen. „Ik zie ze komen! Ik zie ze komen! De veteranen! Ze komen eraan!” roept presentator van dag Lisa Wade opgewonden vanaf het podium als de oud-soldaten in legervoertuigen naar de rand van het podium worden gebracht. Koning Willem-Alexander en koningin Máxima ontvangen de veteranen, samen met koning Filip en koningin Mathilde. Naast de veteranen lijken ze – net als alle hoogwaardigheidsbekleders hier – jonkies. Koning Filip komt uit 1960, zijn Mathilde uit 1973, uit Canada is gouverneur-generaal Julie Payette er (1963). Premier Rutte komt uit 1967, koningin Máxima uit ’71. Bijna generatie kleinkind.

Koning Willem-Alexander, geboren ruim 22 jaar na de bevrijding van Zuid-Nederland, luidt vlak na vier uur op het podium een belboei uit 1944. Het is het startsein van dit herdenkingsjaar, dat zal duren tot diep in 2020. Het luiden van de belboei in 1944 markeerde de mijnenvrije doorgang van de Westerschelde naar de haven van Antwerpen. Deze eerste viering van 75 jaar vrijheid – georganiseerd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei, de provincie Zeeland en Terneuzen – staat in het teken van de bevrijding van Zuid-Nederland en de Slag om de Schelde.

Tolk in Engels detachement

Aan Max Wolff ging die slag voorbij. Hij was niet in Zeeland in de oorlog. Wolff kwam het land binnen in Noord-Brabant, als tolk in een Engels detachement van een soldaat of 65. Het binnenrijden van Nederland was een „glorieus moment”, vertelde hij daags voor de herdenking in een gesprek bij hem thuis. „Ik zat in dat kleine pantserautootje, ik heb mijn kop naar boven gestoken en toen heb ik gedacht: daar ga ik, bewapend soldaat, Nederland weer binnen.”

Het volledige oorlogsverhaal van Max Wolff zou nét passen in een vuistdik boek. Zelfs in vogelvlucht is de alinea lang: geboren uit Joodse ouders in Arnhem in 1926. Vlucht na de bezetting met z’n ouders richting Zwitserland. Hoort dat zijn eerder vertrokken zussen en zwager zijn gepakt. Duikt met zijn ouders onder in België op een adres of zeven. Onder meer in een zuurstofarme bankkluis van drie bij drie – „één luchtkoker, en een emmertje voor de nodige boodschapjes”. In juni 1944, achttien jaar oud en „doodziek van alle ellende, van de vervolging en jarenlange, permanente angst”, besluit hij dat hij eindelijk iets wil dóén. Hij laat zijn ouders achter – ze overleven de oorlog –, en weet zich, kort na D-Day, aan te sluiten bij de geallieerden aan de kust van Frankrijk. Vaart naar Engeland, valt op door zijn kennis van Frans en Duits, mag als tolk mee terug naar Frankrijk. Bevrijdt met zijn regiment rap Franse plaatsen wegens de zich terugtrekkende Duitsers, Wolff die de dorpelingen bevraagt over de vijand – hun bewapening, hun aantal. Beleeft vers over de grens in Noord-Brabant zijn moment van triomf als bewapende soldaat terug in het land. Helpt, in november ’44, bij het uit het puin halen van 134 dode jongens, meisjes, mannen en vrouwen in de schuilkelders van het opgeblazen stadhuis van Heusden. Belandt via Nijmegen in Duitsland, staat pal voor kamp Bergen-Belsen, bevrijd en vol dode lichamen. Keert terug naar Nederland, begraaft dode Engelse soldaten in Oosterbeek, en komt erachter, het is vrede nu, dat ruim tweehondertachtig van zijn familieleden niet meer terugkomen, onder wie zijn zwager en twee zussen – Auschwitz.

Een vlootschouw op de Westerschelde met schepen uit diverse landen tijdens de viering van het begin van 75 jaar vrijheid in Nederland. Tijdens de viering is er speciale aandacht voor de bevrijding van Zuid-Nederland en de Slag om de Schelde. Foto Koen van Weel/ANP

Spervuur in de Ardennen

„Ik ben van na de oorlog”, begint premier Rutte zijn toespraak eerder op de middag op het podium van een vol, warm Scheldetheater. „Oorlog en tirannie zijn voor de meesten van ons abtracte begrippen geworden.” Hij bedankt de aanwezige veteranen in hun eigen talen. „Tusend tákk”, hoort de Noorse kleinzoon. Even later zingt Ruth Jacott, begeleid door de mannen en vrouwen in wit van de marinierskapel: „Besef je wel hoe vrij we eigenlijk zijn?”

lees ook: Samen staan wij stil bij de offers voor de vrede

Wolff heeft geen lied, speech of belboei nodig om aan de oorlog te denken. Hij ruikt soms de oorlog nog, de brandlucht van huizen en van tanks. Hij hoort slecht door gehoorschade opgelopen na dagenlang spervuur in de Ardennen, najaar ’44. Hij schrikt ’s nachts wakker uit zijn slaap, elke week wel, en vraagt zich af: is het allemaal echt gebeurd? Ja, beseft hij, echt waar. En op 18 mei, 27 juli, 23 september denkt hij nog meer aan zijn zwager, zus en zus dan hij al doet – lieve, vermoorde jarigen.

Hij blijft naar herdenkingen gaan – Normandië, Oosterbeek, de Ginkelse hei. Minder dan vroeger, maar toch. En dat hij hier, bij deze gelegenheid, Nederland mag vertegenwoordigen is een „grote eer, en ik sta er vooral voor al diegenen die er niet meer zijn. Ik vind het belangrijk dat we blijven gedenken.” Maar, voegt hij toe: „De oorlog is nooit opgehouden. Ze zeggen wel: ’75 jaar vrijheid en vrede’. Ja hier wel ja. Maar om ons heen niet.”