Opinie

Order! Order!

Brexit

Commentaar

Zakelijk gezien lijkt er nu na drie jaar sur place eindelijk beweging te komen in het proces van uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Boris Johnson, ruim een maand premier, heeft te kennen gegeven dat hij het parlement tussen 9 september en 14 oktober wil schorsen. Dus tot twee weken voor de Brexit-deadline op 31 oktober. Dat wordt algemeen gezien als een stap bedoeld om een No Deal Brexit dichterbij te brengen. Niemand weet zeker of het hier gaat om bluf, ofwel een schijnbeweging van Johnson om een eigen Brexit-deal af te dwingen. Sommigen opperen dat de Conservatieve politicus erop uit is met zijn actie het parlement komende week te provoceren tot het instemmen met een motie van wantrouwen. Die zou in het voor Johnson wenselijke scenario moeten uitlopen op verkiezingen, die hij dan zou winnen, waarna hij met een vers eigen mandaat op zak zijn politieke lijn kan uitzetten. En passant zou de termijn op 31 oktober verstrijken en No Deal een feit zijn. Dit is het wensscenario van het Brexit-kamp. Immers, Johnson zou zo de wens van het volk hebben uitgevoerd zoals uitgesproken bij referendum van 23 juni 2016.

Dat is echter een drogreden: over hóe de uittreding zou gaan, ging het referendum immers niet. Inmiddels is duidelijk dat een Brexit zonder afspraken over handel en economie zal leiden tot aanzienlijke economische schade, vooral aan Britse zijde. En dat is ook precies de reden van de langdurige impasse, want Brexiters beweren tegen beter weten in precies het tegenovergestelde.

Politici en commentatoren die voorspiegelen dat de huidige krachtmeting rond de Brexit in feite gaat over een tegenstelling tussen de directe democratie van het referendum en de indirecte, representatieve parlementaire democratie, geven een te eenvoudige voorstelling van zaken. Het parlement heeft wel degelijk de taak om Brexit zodanig uit te voeren dat de belangen van de burgers maximaal worden beschermd.

Het optreden van Johnson, met name met het buitenspel zetten van het parlement, is door tegenstanders van Brexit hartstochtelijk verworpen. Zoals bijvoorbeeld uit de door NRC verzamelde persstemmen bleek, varieert het oordeel van „een bom onder de constitutionele inrichting van het VK”, en „zwendel” tot een „nucleaire optie”. Maar een zakelijk, on-emotioneel, oog is op dit moment hard nodig. Want gevoelens van verontwaardiging en woede over de wijze waarop Johnson zijn zin met betrekking tot de Brexit wil doorzetten, dreigen een heldere analyse van de toestand te vertroebelen.

Bijvoorbeeld: het heeft er alle schijn van dat Johnson’s No Deal in de praktijk alleen maar een Nog Slechtere Deal zal blijken dan de deal die May sloot. Want ook na een Brexit zonder afspraken zal het VK met de EU moeten onderhandelen over de handelsrelaties. Alleen zal dan de Britse onderhandelingspositie een stuk zwakker zijn.

Een andere kwestie is de vraag of Johnson een ‘despoot’ is , zoals bijvoorbeeld de Financial Times schrijft. Dat staat te bezien. Zijn voornemen om buiten het parlement om de zaken te regelen, is vrij gebruikelijk in de Britse politieke verhoudingen. Zo probeerde Theresa May, zijn voorganger, in 2016 al precies hetzelfde. Op grond van anachronistische koninklijke bevoegdheden (royal prerogative powers) claimde May een discretionaire bevoegdheid waarmee zij rechtstreeks met Brussel over Brexit zou kunnen onderhandelen. Het Supreme Court, de (relatief nieuwe) hoogste Britse rechter, maakte daar in januari 2017 korte metten mee: May kon niet zelfstandig onderhandelen maar had daarvoor de steun van het parlement nodig. Een uitspraak die overigens ook duidelijkheid geeft in de schijntegenstelling tussen directe en indirecte democratie: het parlement gaat voor. Een uitspraak die bovendien de komende weken nog een rol kan spelen. Immers, ook nu zijn diverse rechtszaken aangespannen tegen het voornemen van Johnson om het parlement te schorsen.

Als het parlement erin slaagt opnieuw een wet te forceren om te komen tot uitstel van Brexit, net als dit voorjaar, blijft het zwarte scenario van een No Deal nog even op afstand. Daarvoor is overigens wel instemming nodig van Brussel. Tot nu toe was de EU tot uitstel bereid, zolang het bereikte akkoord met May niet wordt aangepast. Dat gebeurt alleen in de dromen van voorstanders van Brexit. Johnson lijkt af te stevenen op nieuwe verkiezingen. Dat zou in een optimistisch scenario dan een nieuwe politieke situatie kunnen opleveren die tot een ordentelijk geregelde exit van het Verenigd Koninkrijk kan leiden. Of beter nog, tot het intrekken van het verzoek tot uittreding. Dat zou de meest wenselijke uitkomst zijn van drie jaar crisis. Maar tot het zover is, dienen Europa en Nederland wel degelijk rekening te houden met het zwartste scenario.