Als de belangstelling voor serieuze politiek groter is dan uit media blijkt

Deze week: de verleiding van amateurisme en entertainment.

Ofwel: hoe komt het dat media toenemend politieke trivia melden, terwijl burgers vooral serieuze politiek willen?

Ik was deze week terug in Woerden en ontmoette daar een opgeruimde oudere kerel, Hans Zuidam, die een paar jaar geleden, het moet tijdens een verkiezingscampagne zijn geweest, een bekende PvdA’er op de koffie kreeg.

De man had gewoon aangebeld. Hoe hij heette was Zuidam even vergeten.

Ze praatten destijds geruime tijd in zijn tuintje. Interessant wel. De politicus wilde dat Zuidam PvdA-lid werd, maar dat ging de Woerdenaar, eigenaar van een koeriersbedrijf, zeker niet doen. De PvdA is zijn kleur niet.

Later hebben ze de beste man geloosd in Den Haag, zei Zuidam, al ziet hij hem soms nog op televisie. Zo kwamen we erop dat het Diederik Samsom geweest moet zijn. „Die zit nu toch in het klimaat?”

Het aardige is, vertelde Zuidam met een zweem van triomf, dat hij tegenwoordig zelf óók in het klimaat zit.

Wat wil het geval: Zuidam is in het Woerdense Schilderskwartier, de electoraal representatieve wijk die ik geregeld bezoek, een van de huurders van een klimaatneutrale woning.

Als proef werden in de wijk een paar jaar terug in een paar straten klimaatneutrale woningen opgeleverd – volledig van het gas af, volledig geïsoleerd, uitgerust met warmtepompen en zonnepanelen. Het eindresultaat stond vorig jaar ook op deze pagina: als je de kosten van een warmtepomp doorrekende, was dat amper op te brengen voor mensen met een normaal inkomen.

Maar nu die kosten intussen zijn vergoed door de woningcorporatie, en alle media-aandacht is vervlogen, kan Hans Zuidam maar één ding zeggen: die klimaatneutrale woningen zijn dus gewoon een feest.

Hij woont comfortabeler dan ooit, vertelde hij. Je leest wel eens dat warmtepompen piepen – nou, smaalde Zuidam, dan moet je wel héél goed luisteren. Wat hem vooral bevalt: door de verdwenen gasrekening en de inkomsten uit zonnepanelen woont hij nu „bijna voor niets”. „Lachen gewoon.” Een buurman zei later: „Achteraf hadden we die warmtepomp best zelf kunnen betalen, zoveel leveren die panelen nu op.”

Dus Hans Zuidam zei: „Ik raad iedereen zo’n klimaatneutrale woning aan.”

Zijn verhaal was een variant op een thema. Tussen alle politieke gedoetjes, ruzietjes en ophef door hebben de mensen in een gemiddeld stadje als Woerden toch vooral behoefte aan – heel ouderwets – serieuze politiek. Aan dingen die werken. Dingen die het bestaan verbeteren.

Een open deur natuurlijk. Het vervreemdende is alleen dat juist voor zulke effectieve politiek in de moderne mediacultuur verminderd belangstelling is.

Een politicus die wil opvallen moet aangifte doen of een quiz winnen. Hij moet een concurrent uitschelden of zijn fractie de wacht aanzeggen.

Deskundigheid – kennis van zaken, strategisch vernuft – heeft zijn publicitaire waarde vrijwel verloren.

Ik las er deze week een schitterend stukje over in het tijdschrift New York, waarin cultuurcritica Rhonda Garelick de regering-Trump vergelijkt met het televisieprogramma Dancing with the stars. Een wereld waarin aan ongegeneerd amateurisme meer waarde wordt toegekend dan aan talent, kennis en verdienste – want dat is elitair.

En juist omdat het dédain voor experts groeit in de VS kan Trump al tweeënhalf jaar deskundigen in zijn kabinet, zoals de generaals Mattis (minister van Defensie) en Kelly (stafchef Witte Huis), straffeloos vervangen door amateurs. Verstand van zaken als vijand van het volk.

Zo werd zijn regering voor de burger een politieke variant van Dancing with the stars: elke smadelijke afgang van een minister – crash and burn – draagt bij aan het gekoesterde beeld van amateurisme, een entertainmentwaarde op zichzelf.

Het mist zijn uitwerking niet, constateert Garelick. In de beoordeling, door media, van Democratische kandidaten voor het Witte Huis is ‘innemendheid’ nu een belangrijker criterium dan geschiktheid.

En we weten het: wij kunnen hiervan nuffig onze Hollandse afkeer uiten, maar meestal duurt het geen vijf jaar voordat dit soort verschijnselen naar onze politiek overwaait.

Dus de vraag is relevant: is er een manier om dit te voorkomen?

Voorlopig blijven de meeste Haagse politici gelukkig ver verwijderd van het Amerikaanse verval, en als je ze beluistert zijn ze in de coalitie nu vooral bezig met uitvoering van beleid. Met het pensioen- en vooral klimaatakkoord als zwaarste klussen.

Uitvoering van beleid is de achterkant van de politiek: er is weinig publicitaire aandacht voor, maar mensen in Woerden beoordelen politici er bijna allemaal op. Praktische resultaten en zichtbaar begrip voor burgers winnen het altijd van grootse ideeën of kekke quotes op televisie.

Wat dat betreft liep ik tegen een boeiende nieuwe kwestie aan. Uit bestuurlijke kring kreeg ik een verslag doorgespeeld van overleg, deze zomer (17 juli), tussen delegaties van Binnenlandse Zaken, Woerden en het nabijgelegen Oudewater.

Ze spraken over het functioneren van de lokale democratie. En over windmolens.

Het ministerie wil graag de burgerbetrokkenheid bij het lokaal bestuur bevorderen, maar juist de ‘energietransitie’ – landelijk klimaatbeleid – is voor gemeenten een mijnenveld.

Zo wil Utrecht de komende jaren windmolens toelaten – maar aan de grens van de stad, in het Groene Hart, nabij Woerden en Oudewater.

Bewoners van die kleinere gemeenten, niet allemaal, hebben bedenkingen. Jaren mocht er uit klimaatoogpunt geen grasspriet in het Groene Hart verbogen worden, zeggen ze, en windmolens kunnen ineens wel? Opponenten startten al een petitie en belegden een protestavond.

Maar bestuurders van Oudewater en Woerden hoorden van de provincie, aldus dat verslag van Binnenlandse Zaken, dat ze „een aanwijzingsbesluit krijgen als wij niet meewerken”. Ergo: protesten zullen zinloos zijn.

Ik heb alle betrokken bestuurslagen gebeld – rijk, provincie, gemeenten – en het is natuurlijk een klassieke belangentegenstelling: je snapt ze allemaal. Het hogere doel versus het lokale ongerief.

Toch lijkt dit me een enorm risico voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Serieuze politici die zo onder de indruk zijn van hun eigen plannen dat ze geen rekening houden met lokale burgers en bestuurders, doorzien niet, vrees ik, dat juist zij serieus verzet tegen klimaatplannen organiseren.

Die klimaat-neutrale woningen in het Schilderskwartier zouden hier een les kunnen zijn: omdat daarbij wél naar bewoners is geluisterd, en mensen nu zelf betrokken zijn bij uitvoering van het klimaatbeleid, is van hun aanvankelijke beduchtheid bijna niets over.

En ja: ook deskundigheid speelde een cruciale rol. Bestuurders en techneuten die hun plan met verstand van zaken uitvoerden, ook toen de aanschafkosten van warmtepompen achteraf vermoedelijk te pessimistisch werden ingeschat.

Essentieel is wel dat media bereid blijven over dit soort ingewikkelde aspecten van klimaatbeleid te rapporteren. Natuurlijk: politiek kan niet zonder conflict, niet alle politieke ruzies zijn irrelevant, en genoeg media blijven vooral geïnteresseerd in serieuze politiek.

Maar de aandacht voor trivia neemt natuurlijk wél toe.

En als we het Amerikaanse voorbeeld verder volgen, zodat politiek in de meeste media wordt gereduceerd tot alleen rumoer en ruzie, lopen we ook hier uiteindelijk het risico dat te veel kiezers het verschil tussen deskundigheid en amateurisme niet meer zien.

Alsof politiek en entertainment in elkaar op zijn gegaan.