Snuiven en slikken is heel gewoon

Drugsgebruik in Amsterdam Goedkoop, snel geleverd en gedoogd: drugsgebruik is voor velen vanzelfsprekend.

Een jaar of zestien was ze toen ze voor het eerst een pilletje slikte, in de disco op Terschelling. „Dat was fantastisch.” Twintig jaar later gebruikt ze nog steeds regelmatig drugs. Ze doet het recreatief, zoals dat heet: bij het uitgaan, op feesten en festivals. Xtc, coke of ghb – dat zijn de opties, afhankelijk van de gelegenheid of haar stemming. Ketamine doet ze niet, blowen evenmin. „Niet mijn ding.” Haar gebruik is afhankelijk van het moment: als ze naar een festival als Lowlands gaat, neemt ze „iedere dag wel iets”, soms gaan er maanden voorbij dat ze niets gebruikt.

Deze vrouw (37), die niet met haar naam in de krant wil vanwege haar werk en privacy, is wat deskundigen een ‘agenda-hedonist’ noemen. Ze combineert haar drugsgebruik met het gewone leven van een hoogopgeleide Amsterdammer. Ze werkt in de creatieve industrie en heeft veel vrienden. Ze rookt niet, ze leeft gezond en eet ook zo. Tijdens ons gesprek op een Amsterdams terras drinkt ze een sapje van spinazie en avocado.

Voor haar is drugsgebruik vanzelfsprekend. Ze praat erover als iets positiefs: een recht van vrije burgers en een uiting van Amsterdamse ruimdenkendheid. Het is leuk, fijn, gezellig. „Als mensen drugs gebruiken, zijn ze aardiger tegen elkaar. Veel meer dan als iedereen bezopen in de kroeg staat.”

Lees ook: Doordeweeks sporten, drugs in het weekend

Voldongen feit

Deze week verscheen De achterkant van Amsterdam, een rapport over drugscriminaliteit en ‘ondermijning’ in de hoofdstad. Onderzoekers Pieter Tops en Jan Tromp schetsen een dramatisch beeld van een drugs-economie waarin miljarden worden verdiend en die de stad van laag tot hoog heeft geïnfiltreerd. De overheid, zo schrijven ze, staat machteloos tegenover dit „monster met talloos veel klauwen”.

Wie in Amsterdam drugs wil bestellen, krijgt via Whatsapp een prijslijst toegestuurd. Deze ‘menukaart’ is afkomstig van een Amsterdamse drugsdealer. Het ontwerp is van NRC.

Illustratie NRC

Eén van de verklaringen voor hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen, is volgens Tops en Tromp de volstrekte normalisering van recreatief drugsgebruik. Voor veel Amsterdammers is een pilletje of een lijntje een vast onderdeel van een avondje uit – of thuis. Blowen gebeurt op grote schaal: in de 167 Amsterdamse coffeeshops doen lokale bewoners en toeristen zich te goed aan grote hoeveelheden cannabis.

Van geïnterviewde cafébezoekers had in 2017 een kwart de afgelopen maand ecstasy en vijftien procent cocaïne gebruikt, staat in het rapport Antenne 2017 van verslavingsinstelling Jellinek en de Universiteit van Amsterdam. Tweederde van de club- en festivalbezoekers gebruikte ecstacy, een derde tot de helft cocaïne. Uit metingen van het rioolwater blijkt dat er dagelijks vier kilo versneden coke wordt geconsumeerd.

Drugsgebruik vindt vooral plaats in het uitgaansleven. En dat is enorm: in en rond de hoofdstad zijn er jaarlijks alleen al 150 dance-festivals. Maar drugsgebruik gebeurt ook steeds vaker thuis. Hulpverleners vertellen over mensen die alleen op de bank Netflix kijken met een lijntje coke erbij.

Cocaine, xtc en andere partydrugs zijn makkelijk te krijgen en niet duur: vier euro voor een ecstacypil en drie tot vijf euro voor een lijntje coke. Een leger van honderden dealers op scooters staat de Amsterdamse feestgebruiker ter beschikking. Je krijgt een overzichtelijk menuutje via Whatsapp, binnen een half uur staat de handelaar in de kroeg of in je huiskamer: cocaïne is sneller ter plekke dan een pizza. De pakkans is bijna nihil, want de Amsterdamse politie beschouwt recreatief drugsgebruik, hoewel officieel verboden, als een voldongen feit.

„De aankoop gebeurt in een rustige, prettige sfeer”, zegt advocaat Juriaan de Vries, die zowel gepakte handelaars als gebruikers bijstaat. „De meeste dealers die ik bijsta, zijn bereid uitleg te geven en mee te denken over de verschillende pillen.”

Als ze met justitie in aanraking komen, verandert het normbesef van drugsgebruikers niet, ziet De Vries bij zijn cliënten. „Een week later staan ze weer in dezelfde kroeg met dezelfde mensen, en doen ze weer vrolijk mee.” Hij vergelijkt drugs met vlees uit de bio-industrie. „Mensen maken kosten-batenanalyses. Wie de supermarkt binnenloopt voor kip, kan voor de kiloknaller kiezen. Je weet dat die kippen op anderhalve meter bij elkaar staan en een ellendig leven hebben, maar je koopt het toch.”

Lees ook het interview met criminoloog Cyrille Fijnaut: ‘Drugscriminaliteit is hooguit te beheersen’

Coke-gebruik is gedemocratiseerd

Ook de 37-jarige recreatief gebruikster kwam in aanraking met de wet: een aantal jaar geleden werd ze bij een festival aangehouden met een kleine hoeveelheid ghb. Ze werd naar huis gestuurd, vervolgd en uiteindelijk vrijgesproken. Die ervaring heeft haar ideeën over verboden middelen niet veranderd. „Er is gewoon veel vraag naar drugs. De criminele wereld zal alleen veranderen als er wordt nagedacht over legalisering.”

De vrouw heeft naar eigen zeggen nooit fysieke problemen ondervonden van haar drugsgebruik – op de katers na. Maar Sigrid Sijthoff, arts en directeur van een kliniek in Amsterdam-Zuid, hoort dagelijks andere verhalen. Ze behandelt mensen die gewoon werken, „met een goeie baan hoor”, maar die lijden onder hun drugsgebruik. Ze willen stoppen. „Cocaïne-gebruik is totaal gedemocratiseerd”, zegt Sijthoff, die beschrijft hoe mensen na een diner met een groep vrienden standaard een lijntje coke nemen, als toetje. Op ouderavonden – gezelligheidsbijeenkomsten voor ouders van kinderen die bij elkaar in de klas zitten – drinkt men wat en als iedereen moe wordt, rond half elf, gaan sommige vaders naar de wc om een lijntje te snuiven. „Dan kun je weer een paar uur door.”

Sijthoff ziet mensen die hard werken en doodmoe zijn aan het eind van de week. „Ze willen tóch een leuk weekend, en dus gebruiken ze drugs. Dan verdwijnt in één klap je vermoeidheid. Maar na het weekend, als je niks meer gebruikt, ben je gesloopt. Je hebt een kater die twee dagen duurt. Mensen zijn dan geïrriteerd en depressief.”

Schaduweconomie

En beseft de recreatieve gebruiker dat hij indirect bijdraagt aan de schaduweconomie van drugsafval, schulden en liquidaties? Sijthoff: „Nee. Ze zeggen ‘ja, dat is wel zo, maar…’ Dat wuiven mensen weg.” Sinds kort brengen Sijthoff en haar psychologen dat aspect wel ter sprake tijdens de therapie. „Dat is lastig, want je wilt niet belerend zijn. Maar als ik mensen hoor over ‘vliegschaamte’ denk ik: ‘snuifschaamte’ zou ook op zijn plaats zijn.”

Drugsgebruik is zo normaal geworden dat veel gebruikers dat niet meer associëren met medische risico’s. Cardioloog Robert Riezebos van het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam, doet dat wel. Hij ziet voortdurend de excessen. Gisternacht behandelde zijn afdeling nog een man met een hartinfarct na cocaïnegebruik. En vorig weekend ook.

In totaal belandden 1.100 mensen in 2018 na het gebruik van drugs op de spoedeisende hulp van het OLVG. De helft van die patiënten had geblowd – dat waren hoofdzakelijk toeristen die de Nederlandse wiet te sterk vinden. „De anderen zijn Nederlanders die recreatief zwaardere drugs gebruiken en de gevaren onderschatten,” zegt Riezebos.

Bij een vijfde van die gevallen was er sprake van een „ernstige intoxicatie”, tien procent werd zelfs opgenomen. Met hartkloppingen, benauwdheid en soms zelfs een hartinfarct of hersenbloeding. Riezebos telt in het OLVG tussen tien en twintig hartinfarcten per jaar door drugsgebruik. Hij waarschuwt vooral voor de combinatie van alcohol en cocaïne. „Dat geeft een metabole reactie die kan leiden tot een fataal infarct.”

Drank én drugs – dat doet de gebruikster uit de creatieve industrie nooit tegelijk. „Als ik drugs gebruik, heb ik gewoon geen behoefte aan alcohol.” Grinikkend: „Dat is prima, want dan is de kater minder erg.”