Recensie

Recensie Boeken

Op schoolreisje in een schuldig landschap

Een komiek staat op het podium of hij acteert in films, maar wat doet zo iemand in zijn vrije tijd? In een van zijn stand-up-shows gaf de Brit Ricky Gervais antwoord op die vraag, namelijk: heen en weer zappen tussen History Channel en Discovery Channel. Doelend op de monotone programmering van beide tv-zenders concludeerde Gervais: ‘You can ask me anything about sharks and nazi’s.’ Angstaanjagende dieren en angstaanjagende Duitsers, daar krijgen de mensen blijkbaar geen genoeg van.

Zou er zoiets aan het laatste boek van schrijver, oud-criticus en -uitgever Reinjan Mulder (1949) ten grondslag liggen? Dat hij naar zijn uitgever stapte, zei dat hij een spannend verhaal over nazi’s te vertellen had, waarna ze hem onmiddellijk het groene licht gaven om er een boek over te schrijven?

Er zijn momenten genoeg waarop je daarvan overtuigd raakt in Zwavelwater, het boek waarmee Mulder ten onrechte meent iets choquerends te berde te brengen. Het uitgangspunt erachter is een schoolreisje dat hij ruim vijftig jaar geleden maakte, samen met wat klasgenoten met wie hij zojuist de middelbare school had afgerond. De pubers belandden in het in 1966 nog als heel fout beschouwde Duitsland, in een chalet aan de in zuidelijk Beieren gelegen Tegernsee. Wat Mulder toen nog niet doorhad, was dat de streek in de aanloop naar en tijdens WOII vergeven was van de nazi’s. Hoge piefen hadden er een buitenhuis en Ernst Röhm, de voorman van de SA, werd er in de zomer van 1934 van zijn bed gelicht bij aanvang van de Nacht van de Lange Messen.

Dit gegeven is niet minder dan een vuistslag in het gezicht van Mulder, die in het heden terugkeert naar de Tegernsee om te zien, te doorvoelen wat hij in 1966 allemaal had gemist. Als hij het hád geweten, dan was hij misschien wel niet gegaan, toen, zo hoog zit het hem. Maar waarom eigenlijk? Mulder heeft toch niet op een camping in de buurt van Auschwitz gestaan?

Geforceerd sleept hij Armando’s term ‘schuldig landschap’ erbij om de streek een extra bruin randje te geven. Des te opmerkelijker is in dat licht de opmerking dat hij tijdens zijn leven is uitgegroeid tot een soort germanofiel. Welke plekken heeft hij met zijn strenge morele kader wél mogen bezoeken van zichzelf? Welk Duits landschap is niet minstens even schuldig als de Tegernsee?

Ergens heb je wel door waarom Mulder vooral de gevoelige kaart speelt. Want liever dan de lezer te informeren over de plek, bijvoorbeeld door flink wat lokale mensen te spreken of betrouwbare boeken te citeren, babbelt hij over zichzelf. Het is ik dit, ik dat, waardoor je weliswaar heel veel over Reinjan Mulder leert, maar veel minder over dat wat dit non-fictiewerk pretendeert te herbergen. Een derde verhaallijn, over de Nederlandse mijningenieur Adriaan Stoop die het aan het meer gelegen Bad Wiessee omtoverde in een kuuroord met zwavelbaden, bevat aardige anekdotes, maar is voor de lezer ook veel minder goed met de hele nazi-geschiedenis te verbinden dan Mulder veronderstelt.

Zwavelwater is kortom maar een raar boek, een boek waar Mulder zich flink aan heeft vertild. En bovendien is het slordig, met alinea’s die in een enkele zin hadden gepast, herhalingen, ironieloze ijdeltuiterij en wijsheden waar de wijsheid je van ontgaat. ‘Hoe verder de oorlog achter ons ligt, des te talrijker zijn gek genoeg ook de verhalen die ik erover ken.’ Nee, gek zou het pas zijn als je er eerst veel verhalen over zou kennen en later steeds minder.