Meestal een spin, soms een inbreker

Beveiliging Miljoenen keren per jaar slaan de camera’s van BouWatch alarm. Meestal is dat loos, maar dat moeten beveiligers vaststellen.

Is het een vent, of een vlinder? Dat moeten de videobewakers van BouWatch op één warme zomernacht honderden keren vast zien te stellen. De camera’s van dit beveiligingsbedrijf houden duizenden bouwterreinen in Nederland en Duitsland in de gaten. Nieuwbouwwijken baden in een zee van groen licht, om te voorkomen dat inbrekers er met bouwmaterialen of duur gereedschap vandoor gaan.

Alle verdachte bewegingen die de camera’s opvangen, worden doorgeseind naar meldkamers in Apeldoorn of het Duitse Ratingen. Daar zitten teams van beveiligingsbedrijf C24 – inmiddels overgenomen door BouWatch – om de videofragmenten te beoordelen.

Negen miljoen alarmmeldingen per jaar maar vrijwel nooit is er iets aan de hand, zegt Emil Pleizier van C24. Vermeende insluipers blijken toch bouwlieden, die onaangekondigd overwerken. Of het is iemand die in het weekend komt kijken hoe zijn nieuwbouwwoning vordert. „Dan bel je de politie niet. Tot je een mannetje ziet lopen met een zonnepaneel op zijn rug.”

Het groene schijnsel van BouWatch heeft een reden: gewone witte lampen leiden vogels af en trekken veel insecten aan, die valse meldingen veroorzaken. Eigenlijk, zo bleek uit onderzoek, is rood licht het best om insecten te voorkomen. Maar camera’s zien meer contrast met groen. Groen werd dus het handelsmerk – er zijn zelfs aannemers die een groene lamp aanzetten om te suggereren dat er camera’s aanwezig zijn.

De afgelopen jaren werden BouWatch-camera’s nauwkeuriger en slimmer, maar loze meldingen zijn er nog steeds volop. De apparatuur moet betaalbaar blijven voor de verhuur, legt Emil Pleizier uit: „Onze software kan heel moeilijk onderscheid maken tussen een spinnetje op de lens of een persoon die op twintig meter afstand voorbijloopt. Er zijn camera’s en software die dat wel kunnen, maar dat gaat het budget van onze klanten te boven.” Een BouWatch-camera kost een aannemer 150 tot 450 euro per week.

Mobiele videobewaking rukt op: de politie huurt soms BouWatch-camera’s in voor evenementen, autobedrijven gebruiken ze om hun voorraad te bewaken.

Mens nog steeds onmisbaar

Mensen blijven onmisbaar bij videobewaking, leggen centralisten Sven, John en Sevgi uit. Op hun grote monitoren kijken ze naar filmpjes waarop vaak een wapperende vlag, een passerend motje of een spin tegen de lens zit. Dan moeten ze de onderhoudsploeg bellen die de camera gaat schoonmaken. Tot die tijd blijven de loze alarmen binnenkomen, tenzij de veroorzaker uit het detectiegebied ‘gegumd’ kan worden. Wat ook wel eens gebeurt: een camera die op de bouw verplaatst is en daardoor aanslaat op voorbijgangers. Dan moeten C24-medewerkers de camera opnieuw ‘intekenen’.

Doel van de bewakers is om elk alarm binnen gemiddeld anderhalve minuut af te handelen. En hoe vaak het ook loos is, je moet de beelden toch elke keer beoordelen. Sevgi: „Ik beschouw elke melding als een nieuwe. Zelfs als je de hele avond meldingen van dezelfde locatie hebt zitten wegklikken, omdat er een motje rond de lamp vliegt, kan er op de achtergrond opeens iemand rondsluipen.”

Software kan helpen om motten van mannen te onderscheiden, maar om te beoordelen of iemand een potentiële inbreker is, is een mens nodig. Bij de BoCa (Basisopleiding Centralist Alarmcentrale) leerde Sevgi menselijk gedrag te beoordelen. Ze doet het werk al tien jaar en bekwaamde zich in het streng toespreken van insluipers via de speaker. Ze doet het even voor: „Attentie, attentie. U bent gesignaleerd door een camera. Wilt u het terrein nu verlaten, anders contacteren we de politie.”

Je kunt niet voor elk wissewasje een beveiliger laten komen: dat kost de klant geld. En je wilt de politie alleen inschakelen als het ‘112-waardig’ is. Dan is het snel schakelen: collega’s springen bij om te bellen en mee te kijken. De politie kan inloggen op de schermen van C24 om te kijken of het menens is.

De BouWatch-software toont bij de videobeelden meteen of het om een locatie met hoog risico gaat. Het tijdstip van een melding zegt veel: inbrekers zijn vaak actief tussen één en drie uur ’s nachts, is de ervaring. De brutaalste dieven proberen het in het weekeinde op klaarlichte dag.

De camera’s gaan automatisch aan op het moment dat de bouwplaats gesloten is: ruwweg tussen zes uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends. Maar werktijden zijn niet in beton gegoten. Als om half zeven ’s avonds nog mensen over het terrein lopen, moet je bij de eigenaar controleren of het overwerkers zijn. En die mensen om half zes ’s ochtends draaien misschien wel onverwachts een tropenrooster.

Dit werk door een computer laten doen is lastig; er zijn te veel variabelen. Eentonig is het niet, vinden de centralisten. Vrijende stelletjes, een schietpartij… er is weinig wat de BouWatch-camera’s niet zien. Maar de mooiste beloning is een heterdaadje: gemiddeld één keer per dag. Aan de muur hangt de scorelijst van augustus: 25 aanhoudingen in Nederland tot nu toe.

In juni en begin december stijgt het aantal aanhoudingen steevast: net voor de vakantie zijn inbrekers beduidend actiever. „Omdat ze geld nodig hebben”, denkt Emil Pleizier. „Wat dat betreft zijn het net mensen als jij en ik.”