Recensie

Recensie Boeken

Wie vermoordde de schone van Casablanca?

Recensie Dit boek speelt zich af in een keiharde wereld en begint als een echt whodunnit. Want wat is het motief voor de moord op deze vrouw? (●●●●)

Illustratie Paul van der Steen

Frédérique Schimmelpenninck decoreerde de achtergrond van haar omslag voor De schone van Casablanca met dominostenen. Een prachtidee. Niet alleen omdat de mannen in deze nieuwe roman van In Koli Jean Bofane (1954) hele dagen met het legspel doorbrengen, maar ook omdat het als metafoor kan worden gezien voor de maatschappelijke thema’s die de Congolese auteur met zijn roman heeft willen belichten.

Als de roman begint, lijken we te maken te hebben met een klassieke whodunnit. We volgen Sese Seko Tshimanga, een jonge Congolees, die een flinke som geld neertelt om in het ruim van een sardienenbootje mee te mogen varen naar Normandië – maar hij wordt in Marokko van boord gezet. In een bus in Casablanca leert hij de beeldschone Ishrak kennen, met wie hij bevriend raakt. Een paar maanden later wordt Ishrak met doorgesneden halsslagader op straat gevonden. Wie de moord op zijn geweten heeft, en waarom, is de vraag waaraan de roman zijn stuwende kracht ontleent.

Al speurend naar motieven maken we kennis met een hele stoet aan buurtbewoners van divers pluimage. Rijk en arm, christen en moslim, Marokkaan en migrant: de twee stadswijken waarin de roman zich afspeelt zijn een smeltkroes van klassen en nationaliteiten. Zo vertegenwoordigt het Casablanca van Bofane een micro-universum, waaraan de mechanismen van de wereldpolitiek af te lezen vallen. Dat resulteert in een verhaal van globale en hier en daar zelfs mythologische proporties.

Geen tact maar toeval

We leren politiecommissaris Daoudi kennen, die ervan baalt in een volkswijk te zijn aangesteld, want ‘waarom zou hij [arme mensen] arresteren als ze toch geen smeergeld konden betalen?’ Ishraks moeder Zahira bracht ooit de hoofden van de mannen in de wijk op hol, maar gaat tegenwoordig als ‘heks’ door het leven; ‘een vloek werpen behoorde tot haar specialiteiten’. We maken kennis met Saqr Al-Jasser, een Saoedische vastgoedmagnaat die zich beklaagt over de ‘te slappe islam’ in Casablanca: ‘De vrouwen veroorloofden zich alle mogelijke vrijheden. [...] Marokko had nog een enorme achterstand op het vlak van de omgang met vrouwen.’ Sese zelf verdient de kost als cybergigolo en troggelt Europese vrouwen geld af door in zijn chatgesprekjes in te spelen op ‘het eeuwige schuldgevoel van het naar vergiffenis snakkende Europa van slavendrijvers en kolonialen’. En dan heb je nog de stamgasten van café Jdid; mannen die hun middagen doorbrengen met kaartspelletjes en domino.

Ik heb het altijd wat suf gevonden, dat dominospel. Je hoeft er geen tact voor te hebben, geen intelligentie, geen strategische vaardigheden. Het enige wat bepaalt of je wint of verliest is de stapel stenen die je aan het begin toegeschoven krijgt. Toeval, de voorzienigheid – meer niet. In analogie met het spelletje toont Bofane ons in De schone van Casablanca een serie levens waarin de rol van tact, intelligentie en strategische vaardigheden steevast wordt overschaduwd door die van ‘het lot’.

Hoe weet u al die ellende toch zo humorvol te verwoorden? Die vraag werd de schrijver vorig jaar tijdens een interview met ARTE voorgeschoteld. Inderdaad: Bofanes stijl is, ondanks de uitzichtloze situatie waarin vele personages verkeren, eerder lichtvoetig dan zwaarmoedig. Alsof hem een compleet andere vraag was gesteld, begon Bofane te beschrijven hoe hij in de jaren negentig zijn buurt in Kinshasa met een machinegeweer tegen vijandige soldaten beschermde. „Het is onmogelijk om met je volle verstand op een mens te schieten”, vertelde hij, „zo koelbloedig is niemand.” Om het machinegeweer te hanteren, zei hij, moest hij zichzelf voorhouden dat hij een spelletje speelde, dat het niet echt was, dat hij zich in een ander universum bevond. „Soms blijf ik iets te lang in dat andere universum hangen”, lachte hij. Een tamelijk angstaanjagende lach.

Air van onverschilligheid

Het is een dergelijke vorm van onthechting die ook de personages in De schone van Casablanca in zijn greep lijkt te hebben. Ze zijn zich welbewust van hun machteloosheid, wat een air van onverschilligheid in de hand werkt. Gelaten laten deze personages hun lot – getekend door afpersing, racisme, moord, verkrachting – over zich heen komen. Hun gevoel lijkt murw geslagen door de ‘wetteloze wereld’ waarin ze zich bewegen. Het wordt je als lezer bijgevolg niet makkelijk gemaakt om wél gevoelsmatig in het lot van deze mensen te investeren. Geen van hen dwingt werkelijk medeleven af.

Juist dat – mijn eigen onverschilligheid ten aanzien van die personages – is wat De schone van Casablanca tot een confronterende leeservaring maakt. Want wat had ik dán verwacht? Had ik liever gelezen over ‘de stereotype beelden van het noodlijdende Afrika’, beelden waar Sese zo handig op inspeelt bij het om de tuin leiden van zijn Europese aanbidsters? Het zijn juist deze stereotypen waar Bofane met zijn roman de strijd mee aangaat. Hier wordt niet sentimenteel gejammerd, niet op effectbejag gespeeld, hier zijn geen arme slachtoffers aan het woord. Wat Bofane laat zien, is de keiharde, weerbare, van tere zieltjes gespeende wereld, die ontstaat wanneer mensen zich moeten zien te redden in een systeem waarin de waarde ‘rechtvaardigheid’ geen noemenswaardige plaats inneemt. Het is een wereld waarin machthebbers over lijken gaan om hun vermogen op te schroeven en waarin anderen, omdat ze met een minder fortuinlijk stapeltje steentjes aan het spel begonnen, niets rest dan cynisch de schouders op te halen over de spelingen van het lot.

Maakt dat deze personages sympathiek? Nou, nee. Maar om sympathie is het Bofane dan ook niet te doen. Waar hij de aandacht op vestigt, is hoe het één leidt tot het ander, zonder dat daar per se morele of tactische aspiraties bij komen kijken. (Noem het een ‘domino-effect’.) Zo kan het gebeuren dat een vlaagje van hartstocht resulteert in een brute moord, opzwepende straatmuziek tot een kind dat opgroeit zonder vader en – hier verlaat de schrijver zijn micro-universum – een door de klimaatverandering iets opgewarmde woestijnwind tot verwoestende orkanen in Florida en Texas. Uiteindelijk, toont Bofane, zijn we allemaal deelnemers aan hetzelfde spel. Wie gelooft dat wilskracht, sympathie en strategische vaardigheden hem daarbij van dienst zijn, komt nog bedrogen uit.