Recensie

Recensie

Lanoye’s bewerking van ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf?’ is confronterend en vol lef

Toneel De thematiek van het jaarlijkse Zeeland Nazomerfestival is dit jaar niet echt Zeeuws. Twee Vlaamse schrijvers en twee Vlaamse gezelschappen bepalen het festival.

Scène uit De Vallei Zeeland Nazomerfestival
Scène uit De Vallei

Zeeland Nazomerfestival

Acteren in de provincie, in een uithoek van het land en dan elke avond het „godgeklaagde klotestuk” Who’s afraid of Virginia Woolf? spelen. Met een tirade vol theaterhaat, waarin ondanks alles ook theaterliefde klinkt, opent actrice Els Dottermans van NTGent de genadeloze bewerking door Tom Lanoye van deze toneelklassieker. De voorstelling Wie is bang opent het jaarlijkse Zeeland Nazomerfestival, helaas niet op een van de schitterende Zeeuwse buitenlocaties van vroeger maar gewoon in de reguliere schouwburg van Middelburg. Ook Muziektheater Transparant brengt de voorstelling De vallei (een apocalyps) van Hans Op de Beeck binnenshuis, ditmaal in de rauwe industriële entourage van de Machinefabriek in Vlissingen. Twee Vlaamse schrijvers en twee Vlaamse gezelschappen bepalen, meer dan in eerdere edities, het festival.

Lees ook: Zingen met ogen dicht bij Veere’s stadswal

De thematiek anno 2019 is niet echt Zeeuws: Lanoyes tekst heeft algemene geldigheid. In De vallei zit acteur Dirk Roofthooft met zijn voeten in een bassin met water dat een meer voorstelt. In een lange monoloog, begeleid door opvallend bedeesde saxofoonmuziek van Bl!ndman, verhaalt Roofthooft over een vallei des doods die langzaam volstroomt. Hierin zouden we een metafoor kunnen zien van de Watersnood.

De pijn van het ouder worden

Zo gekunsteld als de tekst van De vallei is, zo levensecht, confronterend en meeslepend schrijft Lanoye. In de ijzersterke regie van Koen De Sutter vertolken Dottermans als Denise en Han Kerckhoffs in de rol van Jo een uitgeblust acteursechtpaar dat subsidie aanvraagt voor een multicultureel ‘project’ waarvoor twee niet-Nederlandse acteurs auditie komen doen. Tarikh Janssen en Dilan Yurdakul zijn, net als Nick en Honey in Who’s Afraid of Virginia Woolf, getuige van de verbeten liefdesoorlog tussen het echtpaar. Dottermans speelt een diep gevallen, af en toe krijsende diva die aan het slot indrukwekkende verstilling toont, als ze tot inzicht komt dat haar gloriejaren voorbij zijn. De jeugd dient zich aan. Kerckhoffs is de hele voorstelling prachtig aan het werk het decor af te breken: de coulissegordijnen gaan naar beneden, de achterwand klapt tegen de grond. Ondertussen reddert hij op onnavolgbare wijze op de bühne: hij sust de helse, losgeslagen Denise en dwingt de jonge nieuwkomers, die zich vol zelfvertrouwen theatermakers noemen, het „zuivere vermogen” van het acteren te beheersen.

Het getuigt van brille hoe Lanoye de pijn van het ouder worden combineert met het diepe verlangen eeuwig jong theater te kunnen spelen, zelfs in tijden vol tegenspoed. Kerckhoffs nietsontziende monoloog tegen de „platte propagandist” Shakespeare” lijkt keihard, maar is vol liefde voor de magie van het theater.