Komt dat zien! Het exotische land der Oeigoeren!

China Anderhalf miljoen Oeigoeren in heropvoedingskampen? Die kampen zijn er niet, aldus de Chinese autoriteiten: regio Xinjiang is een gelukkig, exotisch stuk China. Perfect voor een heerlijke vakantie.

Huizen waar Oeigoerse boeren druiven drogen tot rozijnen.
Huizen waar Oeigoerse boeren druiven drogen tot rozijnen. Foto How Hwee Young/EPA

Een van de grote hekken om de verlaten Jiaman-moskee in Yarkand staat op een kier. Als er even niemand oplet, kun je zo naar binnen glippen.

De moskee is door ouderdom vaal geworden, maar het knalrode bord boven de ingang is nieuw. „Hou van de Partij, hou van het land”, staat er in gele karakters op. In de binnentuin is het doodstil. Mussen vliegen op door de voetstappen van de onverwachte bezoeker. In het gebouwtje links na de ingang schemeren schilden, wapenstokken en helmen door het vuile raam.

Tussen de bomen staat een hele serie borden met teksten in het Oeigoers en het Chinees. „Wrijf je ogen goed uit, zodat je de sinistere bedoelingen van de extremisten herkent”, staat er op. Alsof dit, in plaats van een moskee, een lokale afdeling is van de Communistische Partij van China (CPC).

Yarkand, lang geleden een pleisterplaats langs de Zijderoute, ligt in het verre zuidwesten van de autonome Chinese regio Xinjiang. Daar zitten volgens de laatste schattingen mogelijk 1,5 miljoen Oeigoeren vast in heropvoedingskampen, waar zij worden gedwongen hun cultuur en religieuze gebruiken af te zweren.

Onderzoekscollectief Bellingcat constateerde aan de hand van radarbeelden dat 31 van de 91 moskeeën die het in Xinjiang kon zien, in de afgelopen jaren zijn verdwenen of gedeeltelijk verwoest.

Maar die feiten wil China achter zich laten. Xinjiang moet in de ogen van de buitenstaander weer het gelukkige, exotische stukje China worden waar je een heerlijke vakantie kunt doorbrengen. Een plek ook waar je niet hoeft te vrezen voor je veiligheid. Oeigoeren hebben daarbij een onmisbare rol te spelen als vriendelijke, exotische acteurs in een toneelstuk waarover zij de regie definitief zijn kwijtgeraakt.

Opeens begint in de moskee in Yarkand iets heel hard te piepen: een metaaldetector die is ingebouwd in een moeilijk als zodanig te herkennen veiligheidspoortje. Boos komt er een man aangelopen. „Wegwezen hier.”

Oeigoerse schoolkinderen in Turpan. Foto How Hwee Young/EPA

Komen er eigenlijk nog wel gelovigen bidden in deze moskee in het centrum van de Chinese islam? Dat is moeilijk vast te stellen. De mensen die bij de moskee rondhangen voor hun brommerreparatie-werkplaatsen, bakkerijen en handkarren vol verse perziken, laten zich er niet over uit.

Ze laten zich liever nergens over uit, want alles ligt gevoelig.

Een aantal maanden geleden was het nog zo goed als onmogelijk als journalist vrij rond te reizen in deze regio. Toen werden journalisten net als diplomaten bij aankomst op het vliegveld al opgevangen en kregen ze drie of vier ‘begeleiders’ mee, of ze wilden of niet.

Dat is niet meer nodig. Overal is digitale surveillance, en iedereen is er diep van doordrongen dat je mond opendoen gevaarlijk is. Overal zijn camera’s: op alle openbare plaatsen en ook in de moskeeën en restaurants, zelfs de taxi’s hebben er nu twee. Xinjiang staat inmiddels bekend als één groot testlaboratorium voor de Chinese surveillance-industrie.

Je weet nooit wie je verklikt als je in het openbaar praat over de traumatische gebeurtenissen van de laatste tijd, dus zelfs bij de dameskapper houden mensen hun mond stijf dicht.

In Yarkand is om de 500 meter een politiepost. Soms zijn die alleen bemand door Oeigoeren die de politie voor je kunnen bellen, soms zitten er agenten in uniform. Overal rijden boevenwagens van de politie voorbij. Vooral in de nacht kruipen die dreigend door de straten.

De regering in Beijing is van oudsher bang dat Oeigoeren en Tibetanen zich willen afscheiden van China: een absoluut taboe. China is een groot en machtig rijk, daar horen Xinjiang en Tibet onlosmakelijk bij. Daarnaast is Xinjiang, dat ongeveer een vijfde van het Chinese oppervlak beslaat, van geografisch belang. Het is een belangrijke bron van olie, en China houdt er zijn kernproeven.

Yarkand is een extra gevoelige plek: in 2014 kwamen er mogelijk meer dan duizend mensen om toen de politie met geweld een einde maakte aan anti-Chinese rellen. Volgens Rebiya Kadeer, een van de leiders van Oeigoeren in ballingschap, waren er zelfs meer dan tweeduizend Oeigoerse doden. China zelf stelde het dodental op 95 en heeft nooit onafhankelijk onderzoek toegestaan.

Fresco in de stad Yarkand met de tekst: ‘Stabiliteit is geluk, revolutie is een ramp’. Foto Gamma-Rapho/Getty Images

Sultans

Toen kort na het incident een imam uit de grote, toeristische stad Kashgar in een plas bloed op straat werd gevonden, was de verdenking dat Oeigoeren uit Yarkand hem hadden vermoord. De imam zou in zijn preken hebben gezegd dat Oeigoeren de rellen in Yarkand veroorzaakt hadden. Niemand praat meer openlijk over die opstanden en het trauma dat ze teweeg moeten hebben gebracht.

Ook in Kashgar hangen overal camera’s. „Die zijn helaas nodig omdat we weleens te maken hebben gehad met diefstalletjes”, zegt de eigenaar van een restaurant. Van opstanden en heropvoedingskampen weet hij niets. Dat is lastig te rijmen met berichten dat ongeveer één op de tien Oeigoeren in zo’n kamp zit of zat. Bijna iedereen zou wel iemand in een kamp moeten kennen.

In het openbaar gaat het gesprek in Xinjiang alleen over hoe mooi het er is, en hoe gelukkig de bevolking. Een taxichauffeur in Yarkand weet niet goed wat hij aan moet met het verzoek om naar een moskee te rijden, en rijdt maar naar de meest imposante bezienswaardigheid: de spiksplinternieuwe Chinachip Cultural Film City, een nagebouwd paleis.

Het grote, uit hout, bakstenen en tegels opgetrokken complex is gebouwd in de stijl van duizend-en-een-nacht. Het heeft minaretten, kantelen en een boogvormige toegangspoort. „China geeft uitdrukking aan de Chinese cultuur”, staat er op de bekende roodgele propagandaborden naast de poort. Die detoneren flink met het fijne, Midden-Oosters aandoende tegelwerk op de muren. Op het dak wappert prominent de Chinese vlag.

Het namaakpaleis Foto Garrie van Pinxteren

„Dit is een getrouwe kopie van het oude paleis van de sultans die vanaf de zestiende tot de achttiende eeuw hun eigen rijk hadden in Yarkand”, zegt een vrouw achter een loketje. Zo rechtvaardigt ze de hoge toegangsprijs. Ze fotografeert de identiteitsbewijzen van alle bezoekers. „Je mag er wel in, maar je mag niet fotograferen. Het is nog niet af.”

Het paleis moet een belangrijke attractie worden, en als decor dienen om speelfilms over de lokale geschiedenis op te nemen. Een gids vertelt dat de plaatselijke overheid er samen met een bedrijf uit Shanghai al meer dan 10 miljoen euro in heeft gestoken. Oeigoerse vaklui werken er sinds 2012 aan.

De moeite die in de replica wordt gestoken contrasteert met de verwaarlozing van de originele, oude graven van de sultans, die er vlak naast liggen. Buitenlanders mogen daar niet zomaar komen. De aanpalende moskee is gesloten voor bezoekers.

Zo wordt de echte traditie vervangen door een folkloristische versie van de Oeigoerse cultuur. Een versie waarin religie weinig plaats meer heeft. Bij de uitgang van het namaakpaleis hangt een groot portret van de Chinese president Xi Jinping. Afbeeldingen van de oude sultans zijn nergens te zien.

Een oeigoerse vrouw in Xinjiang.
Foto How Hwee Young
Straatbeeld uit Xinjiang Foto Kylie Nicholson
Straatbeeld uit Xinjiang Foto Kylie Nicholson
Straatbeeld uit Xinjiang Foto Kylie Nicholson

Het paleis is dan ook geen poging om oude cultuur te bewaren, maar om inkomsten te genereren uit toerisme. Dat moet hier een steeds belangrijker geldbron worden. Het toerismebureau verwacht in 2020 zo’n 300 miljoen toeristen, een verdubbeling ten opzichte van 2018.

Chinezen komen graag naar Xinjiang. Ze slenteren met belangstelling door de geheel gerenoveerde oude stad van Kashgar, waarvan de hoofdstraat is omgetoverd tot een koopgoot. Han-Chinese en buitenlandse toeristen kunnen er Oeigoerse stoffen, stenen en mutsjes kopen.

Een oude man bespeelt voor zijn winkel een traditioneel instrument om klanten binnen te lokken, naast hem slaat een koperslager voor de vorm op een stuk koper. Je kunt er traditionele Oeigoerse lamskebab eten of je laten fotograferen voor een grote kaart van Xinjiang. Daarboven wappert de zoveelste Chinese vlag.

‘De kampen bestaan niet’

Een Han-Chinese toerist met cowboyhoed antwoordt op de vraag waarom hij Xinjiang bezoekt met een Chinees spreekwoord: „Als je Xinjiang niet hebt bezocht, weet je niet hoe groot China is, als je niet in Kashgar bent geweest, weet je niet hoe mooi Xinjiang is.”

Het kan kloppen dat hij inderdaad nooit van de heropvoedingskampen heeft gehoord. Volgens de Chinese overheid bestaan die niet; er zijn alleen centra waar mensen met extremistische sympathieën de kans krijgen om van hun verkeerde gedachten af te komen. Bovendien krijgen mensen met weinig kansen op de arbeidsmarkt er een beroepsopleiding.

Maar Vanessa Frangville, docent Chinese studies aan de Vrije Universiteit van Brussel, denkt dat het de autoriteiten niet of nauwelijks gaat om de bestrijding van extremisme. Ze voerde veel gesprekken met uitgeweken Oeigoeren, en concludeert dat de Chinese autoriteiten de Oeigoerse gemeenschap van zijn leiders wil beroven. Niet ongeschoolde boeren en religieuze extremisten zijn het voornaamste doelwit, maar juist gematigde onderwijzers, intellectuelen, zakenlieden en ambtenaren.

Zeker tot 2009 was de hoop bij de Chinese overheid dat minderheden als de Oeigoeren en de Tibetanen er met relatief zachte hand toe gebracht zouden kunnen worden om volledig te assimileren. Maar in 2008 en 2009 waren er in beide regio’s hevige anti-Chinese rellen. Daaruit bleek volgens sommige Chinese wetenschappers dat alleen gedwongen assimilatie echt kan werken. Dat lijkt inmiddels de sturende opvatting binnen de overheid. Volgens Adrian Zenz, de Duitse onderzoeker die de schaal van de kampen aan het licht bracht, pleegt de Chinese overheid daarmee culturele genocide: het doelbewust vernietigen van de culturele eigenheid van de Oeigoeren.

Een man in Kashgar met koppen lamssoep en huizen waar Oeigoerse boeren druiven drogen tot rozijnen. Foto Eric Laffrogue

Kijkgat

Abdelhamid Tursun is zo’n geslaagde, a-politieke Oeigoerse zakenman die zich toch genoodzaakt zag Xinjiang te ontvluchten. Op zakenreis in Turkije hoorde hij in 2017 dat zijn broer in Xinjiang was opgepakt en waarschijnlijk naar een heropvoedingskamp gestuurd. Dat was voor hem aanleiding zelf naar België uit te wijken.

Zijn vrouw Huriyet Abdulla meldde zich afgelopen mei met haar vier kinderen bij de Belgische ambassade in de hoop haar man achterna te kunnen reizen. Maar het liep anders: de Belgen lieten toe dat de Chinese politie het gezin van het ambassadeterrein weghaalde en uiteindelijk terugvoerde naar hun huis in Urumqi, de hoofdstad van Xinjiang.

Lees ook: Oeigoeren in Europese landen worden onder druk gezet door de Chinese overheid

Daar, in een appartement op de vijfde verdieping van een woonblok, zit het gezin nu vast. Abdulla is al twintig dagen de straat niet meer op geweest. „Ik krijg meteen telefoontjes van de politie als ik naar buiten ga. Dan vragen ze wat ik gedaan heb en waar ik naartoe was”, zegt ze als NRC haar in Urumqi bezoekt.

Ze stuurt haar zoon van vijftien naar het portiek. Is er een oog te zien achter het grote kijkgat dat er in de deur van de overburen is gemaakt? Nee, schudt haar zoon. Eerder hield de politie haar vanaf de overkant voortdurend in de gaten. Nu is dat minder, en komt na afloop alleen nog het wijkcomité vragen wat die buitenlandse bezoeker bij haar deed.

Ze past heel goed op wat ze zegt. „Ik wil alleen dat wij ons als gezin kunnen voegen bij mijn man in België”, zegt ze met tranen in haar ogen. „Dat is toch geen onredelijke eis?”

Belgische diplomaten zouden haar bezoeken om, in de woorden van de voorlichter van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken, de zaak van de gezinshereniging een stap verder te helpen. Dat bezoek is uitgebleven, hoewel er wel diplomaten in Urumqi zijn geweest. Abdulla: „Ik heb niemand gezien en mijn kinderen ook niet.”

Haar man reageert later telefonisch vanuit België. „Ik denk dat ze misschien heel goed ontvangen zijn daar, dat ze veel moois hebben gezien en dat ze heel goed hebben gegeten en gedronken”, zegt hij met gevoel voor ironie. „Misschien zijn ze daardoor wel vergeten waarvoor ze eigenlijk gekomen waren.”

Tursun en zijn vrouw ondervinden dat vrijwel niemand het voor de Oeigoeren durft op te nemen. In juli riepen 22 voornamelijk westerse landen China op de arbitraire detentie in Xinjiang te staken en godsdienstvrijheid toe te staan. Maar die oproep werd kort daarna overtroefd door een verklaring van vijftig vooral islamitische landen die juist hun steun uitspraken voor het Chinese beleid. Een triomf voor de mensenrechten, zo bracht een communistische staatskrant dat nieuws.