Foto Merlijn Doomernik

‘We leven niet op de klok, maar op de ponttijden’

Veerpont Huib Bijl (65) behoort tot de vierde generatie schippers die met de veerpont van het vasteland naar het Zuid-Hollandse eilandje Tiengemeten vaart. Zijn pensioen komt in zicht en een opvolger is er niet. „Ik begin te accepteren dat na mij alles zal veranderen.”

De pont is de levensader van het eiland, vertelt Huib Bijl (65). Vroeger was Tiengemeten een kleine, geïsoleerde gemeenschap van een handvol boerenfamilies. Het eilandje ligt in het Haringvliet, tussen de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee. Sinds de jaren negentig is het een natuurgebied dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt. Naast het varen brengt Bijl ook post rond op het eiland en noemt hij zichzelf een ‘manusje-van-al’. Het sociale aspect, contact houden met de bewoners, vragen beantwoorden van toeristen, gaat altijd door. Ook tijdens dit interview komen er telefoontjes en berichtjes binnen die hij onmiddellijk beantwoordt.

We zitten aan de keukentafel in het knusse appartement waar hij samen met zijn vrouw Eva (39) woont. Het bevindt zich bovenop de dijk, in het vroegere veerhuis dat jarenlang door Bijl en zijn familie werd gerund. Het raam geeft uitzicht op de haven met links de groene uiterwaarden en rechts een uitgestrekt griendachtig natuurgebied. Vanaf hier houdt Bijl alles in de gaten. Hij zwaait naar bekenden die langsfietsen en kijkt naar het groepje mensen dat zich bij de aanlegsteiger verzamelt. Nog tien minuten, dan moet hij het water op. „Wij leven niet op de klok, maar op de ponttijden”, zegt Bijl. Het avondeten bijvoorbeeld, is niet om zes of zeven uur, maar ‘na de pont van zes of zeven’. De pont regeert dag en nacht. Want mocht er een noodgeval zijn, dan is hij ook buiten de vaste vaartijden beschikbaar.

Een familiebedrijf

Bijls carrière heeft een tragische oorsprong. Zijn opa, veerman Jan, verdronk nog voor Bijl was geboren tijdens een storm in het Haringvliet. Het gebeurde niet ver van Tiengemeten, waar de rivier bekend staat als Het Vuile Gat vanwege de verraderlijke stromingen. De pont en het bijbehorende veerhuis werden tijdelijk overgenomen door een broer van de overleden veerman, die op zijn beurt werd opgevolgd door Bijls vader omdat er geen andere opvolger was. „Ik was toen een jaar oud en mijn broer Jan, vernoemd naar opa, bijna vier. Mijn vader zegde zijn goede baan bij het ziekenfonds op om de familietraditie in stand te houden. Tegen de wil van mijn moeder – zij moest het veerhuis gaan runnen en zag al die veranderingen eigenlijk niet zitten.”

Jan, die vanzelfsprekend ooit de nieuwe opvolger zou worden, ging vaak met zijn vader mee. Maar nog geen half jaar nadat het gezin hun intrek had genomen was Jan op een ochtend verdwenen. ‘Is hij bij jou?’ vroeg moeder aan vader, toen hij na een overtocht aanmeerde. Precies op dat moment zagen ze twee klompjes in de haven drijven. In een poging zijn zoontje te redden dook vader het ijskoude water in. Maar het was te laat. „Jan is waarschijnlijk met zijn speelkarretje, dat mijn vader voor hem had gemaakt, per ongeluk de haven ingereden. In hetzelfde water als waarin onze opa verdronk.”

Arbeidsethos

Over het verdriet werd niet gepraat.Het werk ging door, er was geen tijd om te rouwen. Voor een knecht was geen geld en zoals gebruikelijk in die tijd hielp Bijl, de oudste van inmiddels drie kinderen, al vanaf jonge leeftijd zo veel mogelijk mee. Als kind nam hij zijn taken al erg serieus. Misschien wel té. „Het is nooit uitgesproken, maar iedereen wist dat mijn overleden broer de opvolger had moeten zijn, en niet ik. Daarom werkte ik zo hard als ik kon. Dat mijn broer er niet meer was wilde ik onbewust goedmaken, denk ik achteraf. Een onmogelijke opdracht natuurlijk, die ik mezelf toebedeelde.”

Iedereen wist dat mijn overleden broer de opvolger had moeten zijn, en niet ik

Huib Bijl

Bijl was negen jaar oud toen hij voor het eerst met het kleinere voetveer naar de overkant mocht varen. De grote pont werd voornamelijk gebruikt voor landbouwtransport en bleef vooralsnog aan zijn vader voorbehouden. Na zijn schooltijd ging Bijl direct bij zijn vader in dienst. „Ik wilde niks anders. Jarenlang heb ik heel fijn samengewerkt met mijn vader. We voeren om en om heen en weer, elk uur vanaf de vroege ochtend.”

Beste vriend

Bij de vraag hoe de band met zijn vader eigenlijk was, valt Bijl stil. Zijn ogen worden vochtig en hij staat op van de keukentafel om een tissue te pakken. Gelukkig is het bijna twaalf uur: tijd om naar de pont te gaan. De vraag blijft in de lucht hangen. Als alle kaartjes zijn geknipt en de passagiers veilig aan boord zijn neemt Bijl plaats achter het roer in de stuurhut. De zware dieselmotor slaat ronkend aan en watervogels snellen voor de pont weg. „Mijn vader was een bijzondere man”, zegt Bijl ineens, zijn blik strak op het wateroppervlak gericht. „Hij was mijn beste vriend. De liefde voor het water heb ik van hem geërfd. Hij is al jaren overleden, maar als ik hier aan het roer sta voel ik me nog steeds verbonden met hem.”

Dat grote verantwoordelijkheidsgevoel voor het familiebedrijf en de passie voor het water bleven een prominente rol spelen in zijn leven. Ook toen Bijl trouwde en vader werd van vier dochters veranderde dat niet. Zijn gezin wist niet beter dan dat hij altijd aan het werk was. „En als we dan toch een keer op vakantie gingen, werd van tevoren geregeld dat ik elk moment terug naar huis kon. Ik was fysiek wel bij mijn gezin, maar mijn hoofd zat altijd bij het veer.” Toen Bijls vader met pensioen ging nam de werkdruk nog meer toe. „Mijn gezin leed daaronder, maar ik zag dat niet. Dat neem ik mezelf achteraf kwalijk.” Want de spanningen liepen thuis door de jaren heen steeds hoger op. Doorslaggevend was het moment waarop Bijls vrouw besefte dat hij nóg meer wilde gaan werken: hij kocht een nieuwe boot om rondvaarten te organiseren. „Daar had ze echt geen trek in. We leefden al tijden langs elkaar heen en dat was de druppel.”

Niet lang na de scheiding, in 2011, veranderde alles. Bijl leerde zijn nieuwe vrouw Eva kennen, die als passagier vaak op de pont meevoer. Maar niet lang daarna werd bij hem per toeval prostaatkanker ontdekt in een vergevorderd stadium. „Artsen zeiden dat als ik een paar weken later was geweest, ik die Kerst niet had gehaald. Je weet niet wat je meemaakt, op zo’n moment. Een complete roes.” Bijl werd geopereerd en kwam een paar weken thuis te zitten – achter het raam dat uitkijkt op de haven, zonder deel uit te maken van de bedrijvigheid. Inmiddels had hij wel een andere schipper in dienst die hij vertrouwde, maar het waren de langste weken van zijn leven. „Voor het eerst kon ik niks en werd ik gedwongen om na te denken. Over mezelf, mijn leven.” Daar praatte hij veel over met Eva. Beetje bij beetje kwam hij erachter waarom hij is geworden zoals hij is. Zijn leven heeft in het teken gestaan van alles willen goedmaken – vooral de pijn en het verdriet van zijn ouders. Maar ondertussen had hem dat zijn huwelijk gekost en had hij als vader weinig tijd voor zijn kinderen.

Bijl besloot dat het tijd was voor verandering. Nadat hij was hersteld maakte hij een paar verre reizen met zijn nieuwe liefde. „De stap om het veer echt uit handen te geven was vreselijk moeilijk, maar ik wist ook dat het noodzakelijk was om te leren loslaten. Eva heeft me daar goed bij geholpen. Dankzij haar is er een wereld voor me opengegaan.” Daardoor begint hij zelfs de voordelen van met pensioen gaan in te zien: vrije tijd, om te genieten van andere dingen dan werk.

Bouwen op generaties

„Mijn bestaan heeft altijd in het teken gestaan van voortbouwen op wat generaties voor mij tot stand hebben gebracht. Altijd met als doel het bedrijf door te geven aan een familieopvolger. Maar die is er niet: ik ben het sluitstuk van een familiegeschiedenis.” Bijl heeft daar lang mee geworsteld: „Soms voelt het alsof ik het omgekeerde heb bereikt in mijn leven.” Toch probeert Bijl daar vrede mee te hebben. Hij knikt naar de aanlegsteiger die langzaam in zicht komt en stuurt de pont behoedzaam de haven in. „Ik leef bewuster. Soms maak ik zelfs foto’s van een zonsondergang. Dan besef ik: wat een geluk dat ik hier sta.”