Eén minister als ‘aangewezen overlevende’ afwezig bij Prinsjesdag

Voor het eerst is dit jaar één ‘reserveminister’ afwezig tijdens Prinsjesdag. Diegene kan het landsbestuur op zich te nemen in het geval zich een ramp voltrekt in de Ridderzaal.

Minister-president Mark Rutte naast de minsters Stef Blok, Carola Schouten, Kajsa Ollongren en Hugo de Jonge in de Ridderzaal op Prinsjesdag.
Minister-president Mark Rutte naast de minsters Stef Blok, Carola Schouten, Kajsa Ollongren en Hugo de Jonge in de Ridderzaal op Prinsjesdag. Foto Remko de Waal/ANP

Op Prinsjesdag dit jaar zal voor het eerst één minister afwezig zijn bij de ceremonie. Diegene houdt zich als de ‘aangewezen overlevende’ schuil op een geheime locatie tijdens de Troonrede en moet het landsbestuur overnemen als de Ridderzaal getroffen zou worden door een terreuraanslag of andere ramp waarbij de kabinetsleden omkomen.

Conform het staatsrecht moet een minister in staat zijn die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Staatssecretarissen komen dus niet in aanmerking voor de functie van ‘reserveminister’. Het idee om een minister ‘achter de hand te houden’ in het geval van een ramp komt overeen met een gewoonte in de Verenigde Staten. Daar wordt een minister aangewezen als designated survivor tijdens de State of the Union, de jaarlijkse toespraak van de president tot de leden van het Congres.

Lees ook: meer over de serie ‘Designated survivor’

De Engelse term werd in Nederland populair door de gelijknamige televisieserie met Kiefer Sutherland. Mede naar aanleiding van deze serie stelde D66-Kamerlid Joost Sneller in december 2017 voor dat het kabinet ook een dergelijke functie in het leven zou roepen. Premier Rutte liet een jaar geleden al in een brief aan de Tweede Kamer weten dat „het wenselijk kan zijn dat niet de voltallige regering aanwezig is bij een bepaalde bijeenkomst of gebeurtenis waarbij eveneens de Raad van State en het parlement (bijna) geheel aanwezig zijn”.

Welke minister nu is aangewezen als afwezige, is nog niet bekend. Dat zal dus moeten blijken op 17 september. In zijn persconferentie vrijdag herhaalde Rutte dat ook het parlement een dergelijke voorzorgsmaatregel zou kunnen overwegen. „Maar daar gaan wij niet over.”