‘Ebola bestaat niet, dat weet u toch ook’

Ebola De gevreesde ziekte ebola verspreidt zich snel in Oost- Congo, ook al zijn er nu werkende vaccins en medicijnen. Het geweld in de regio bemoeilijkt de bestrijding van de epidemie. Veel lokale bewoners zien er een samenzwering tegen hen in van westerse artsen.

Hulpverleners laten de kist van een ebola slachtoffer zakken
Hulpverleners laten de kist van een ebola slachtoffer zakken Hugh Kinsella Cunningham / EPA

‘Dit huis is als een bom”, zegt dokter Sethi, hoofd van het besmettingsteam in dit deel van Oost-Congo. Hij staat bovenop een heuvel aan het eind van een pad dat door laag olifantsgras kronkelt. Zijn collega’s rammelen aan de deuren en ramen van een lemen hut. Alles op slot. Hier heeft de ebola-patiënt drie dagen liggen zweten op zijn matras, met hoge koorts, en diarree tot bloedens toe. Toen hij hoorde dat de artsen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op weg waren om hem op te halen voor behandeling in het dichtstbijzijnde ebola-centrum, sloeg hij op de vlucht.

„Hij wilde niet accepteren dat zijn vrouw aan ebola is overleden. Volgens hem was ze behekst door de buren. Hij heeft zelfs hun huis in brand gezet”, zegt de arts. Voor hem is het nu te laat. De man is overleden. Zijn twee volwassen kinderen die hem in zijn laatste uren hebben verzorgd, zijn onvindbaar. De artsen moeten hen vinden, voor ze ook anderen besmetten. En het huis moet worden ontsmet, voor andere dorpelingen zijn zeer besmette spullen aanraken. Maar waar is de sleutel?

Dood lichaam meest besmettelijk

Het is nu een jaar geleden dat de eerste ebola-besmetting werd geconstateerd in het oosten van Congo. Meer dan 3.000 Congolezen hebben het virus in hun bloed. Meer dan 2.000 zijn overleden aan het virus dat zonder behandeling vitale lichaamsorganen uitschakelt en het meest besmettelijk is op het dode lichaam van de patiënt .

Medische teams van over de hele wereld werken dag en nacht om de epidemie te keren. Sinds ebola 40 jaar geleden voor het eerst werd ontdekt hadden de artsen nog nooit zulke goede geneesmiddelen in handen als nu. Nadat ebola in 2014 en 2015 bijna 11.000 West-Afrikanen in Liberia, Sierra Leone en Guinee doodde, ontwikkelden virologen een effectief vaccin dat beschermt tegen het virus. Bovendien zijn er nu twee behandelkuren voor handen, REGN-EB3 en mAb-114, met een kans op succes „van meer dan 90 procent”, zo meldde de Wereldgezondheidsorganisatie half augustus. Ebola is niet langer dodelijk, mits de patiënt op tijd de symptomen herkent en zich bij de dokter meldt. En daar zit precies het probleem.

Lees ook: Onderzoekers optimistisch over nieuwe ebola-medicijnen

Als ratten in de val

„Ik heb net met het dorpshoofd gesproken en hij zegt dat het hier niet veilig is. We kunnen hier beter weg gaan”, zegt Eric Ahassa, die met het gevolg van het Wereldgezondheidsorganisatieteam is meegereisd naar het dorp net buiten de stad Beni. Het dorp staat onder controle van Mai-Mai milities. Eén telefoontje, en de artsen zitten als ratten in de val. Ze vertrekken nog voor de ontsmettingsteams hun werk hebben kunnen doen. De sleutel wordt niet gevonden.

Daar injecteren ze juist met het ebola-virus. Je gaat er dood aan.

Zeven artsen werden dit jaar al in Oost-Congo vermoord. Zestig anderen raakten gewond bij aanvallen op ebola-behandelcentra. Tenten werden afgebrand, medewerkers beschoten. Het zijraam van Ahassa’s terreinauto is met plastic afgedekt nadat boze jongeren zijn team met stenen bekogelden.

Er is geen slechtere plek denkbaar voor de uitbraak van deze epidemie dan het oosten van Congo. Het virus verspreidde zich in een gebied waar gewapende groeperingen vechten om de controle over goudmijnen. Het virus dook eerst op in de bossen van het dorpje Mangina en reisde naar Butembo, een stad van 670.000 inwoners. Van daar trok het noordwaarts naar Beni, een belegerde stad waar met machetes gewapende milities in de afgelopen jaren al 800 mensen vermoordden. Eind juli bereikte ebola de miljoenenstad Goma, en eind augustus stak het zelfs het Kivu-meer over naar Bukavu, eveneens grenzend aan Rwanda. Afgelopen week werd ebola geconstateerd bij een 9-jarig meisje dat van Congo naar Oeganda was gereisd. Het virus waaiert uit in alle windrichtingen.

Hulpvlucht aan de grond

Als een hulpvlucht van de Verenigde Naties op een maandagochtend in augustus van de stad Goma naar Beni wil vliegen, houden de piloten het toestel aan de grond. De avond ervoor zijn gevechten uitgebroken ten noorden van het vliegveld in Beni. Er vallen drie doden bij een aanval door een rebellengroep met de afkorting ADF, een groepering met wortels in buurland Oeganda en banden met Islamitische Staat. De volgende dag gaan bewoners de straat op om de autoriteiten om bescherming te vragen tegen de voortdurende onveiligheid. De hele medische staf wordt opgedragen binnen te blijven.

„Ebola bestaat niet. Dat weet u toch ook”, zegt Joelle Kihoma, die passagiers per bromtaxi van Congo naar buurland Oeganda brengt. „Het is allemaal politiek. Ebola wordt gebruikt als excuus om ons te beroven van ons stemrecht.” De bewoners van dit deel van Congo mochten afgelopen december niet meedoen aan de verkiezingen voor een nieuwe president. De autoriteiten in de hoofdstad Kinshasa, ruim 1600 kilometer van Beni, noemden ebola als de voornaamste reden om de verkiezingen in dit oppositiebolwerk voor onbepaalde tijd op te schorten. De Democratische Republiek Congo kreeg een nieuwe president, Felix Tshisekedi, zonder dat de Oost-Congolezen naar hun mening werd gevraagd.

Paranoia over artsen

Het wantrouwen tegen autoriteiten die dit deel van het land al zo lang negeren, voedt de paranoia over de motieven van de artsen. Ebola is een verdienmodel, zeggen de taxichauffeurs van de grensplaats Kasindi. „De artsen kunnen ons helpen. Maar ze houden teveel van geld. Als er iemand doodgaat, schrijven ze op in hun rapporten dat de overledene hoge koorts had en dat er bloed uit zijn neus en kont kwam. Terwijl hij gewoon aan malaria of een andere ziekte is overleden. Die valse informatie sturen ze dan op naar de witte artsen zodat ze meer geld krijgen”, zegt Kambale Gerias. Hij weigert zich te laten inenten met het ebola-vaccin bij de tent aan de rand van Kasindi. „Daar injecteren ze juist met het ebola-virus. Je gaat er dood aan.”

Ik heb vrienden gezien die in een ebola-centrum naar binnen gingen maar ze kwamen er niet levend uit.

Politici wakkeren het wantrouwen aan en leggen verbanden tussen de moorddadige milities die in Noord-Kivu actief zijn en de ebola-epidemie. „Het bestaat niet dat er geen verband bestaat tussen het uitmoorden van de mensen van Beni, en de uitbraak van deze ziekte”, zei het parlementslid Crispin Mdindule Mitondo in een interview op de lokale radio. Het parlementslid wil die verklaring niet verder toelichten, maar het interview wordt op whatsapp veel gedeeld. Voor de bewoners van Oost-Congo is ebola slechts een van de rampen die hun levens bedreigen. „Onze eerste prioriteit is veiligheid’’, zegt Joelle Kihoma.

Zwaar beveiligde artsen

De gewelddadige aanvallen op de medische teams, nopen de artsen zich zwaar te beveiligen. Troepen van de Verenigde Naties en lokale politieagenten zijn nu lijfwachten van de Wereldgezondheidsorganisatie als ze opstandige dorpen en wijken moeten bezoeken. Pantserauto’s beveiligen het konvooi. Politieagenten met AK-47 machinegeweren houden de wacht voor de vaccinatietenten waar artsen werkeloos op patiënten wachten. Het machtsvertoon voedt het wantrouwen onder de bewoners. „Dit vaccin wordt ons met geweld opgedrongen’’, zegt Emmanuel Kakule als een team van de WHO een buitenwijk van Beni bezoekt. „We weten niet wat er in dat vaccin zit. Als ze het rustig zouden introduceren, zouden mensen het makkelijker accepteren.’’

Lees ook: Ebolavirus bereikt opnieuw miljoenenstad, noodtoestand uitgeroepen

De artsen in hun hesjes met dure afkortingen slagen er niet in de geruchten te ontzenuwen. Alle hoop is gevestigd op de Congolese overlevenden van ebola. De 24-jarige Germaine Bill kreeg begin dit jaar hoge koorts en diarree. Hij wist: dit is ebola. Maar hij wist ook: wie naar het behandelcentrum gaat, komt er nooit meer uit. „Ik ben toch gegaan. Ik heb geleden, maar ik heb het overleefd.” Nu rijdt hij op zijn brommer zieke stadgenoten van de klinieken naar de ebola-centra. Met een regenjas, maar zonder masker. „Je kunt de ziekte niet twee keer krijgen. Ik ben immuun”, zegt hij als hij met zijn ambulancebrommer over de zandwegen van Beni stuitert.

In een buitenwijk houdt hij even halt bij een groepje jongeren die beweren dat ebola een grote samenzwering is. „Ik zal nooit van mijn leven naar dat ebola-centrum gaan. Ik heb vrienden gezien die er naar binnen gingen en daar twee weken waren. Maar ze kwamen er niet levend uit. We hebben geen enkel vertrouwen in die teams daar”, schreeuwt Desgrace Kakule, alsof zijn vrienden naast hem anders niet kunnen verstaan. Ebola-overlevende Bill schudt zijn hoofd. „Luister broer, ik dacht net als jij. Maar kijk nu naar mij, ik heb het overleefd. Ik kan zieken vervoeren op mijn brommer, die jij niet zou kunnen transporteren zonder ziek te worden.” De jongens kijken hem met ongeloof aan. „Jou geloof ik. Ik heb nog nooit iemand gezien die ebola heeft overleefd. We zijn slecht geïnformeerd”, zegt de schreeuwerd. „Dat is toch een mooi resultaat”, zegt Bill als hij later buiten staat. „Ik ben het levende bewijs dat je ebola kunt overleven.” Dat heet hoop, in een gebied waar doorgaans alleen wapens de dienst uitmaken.