Opinie

Drugseconomie confronteert de hoofdstad met zichzelf

Criminaliteit

Commentaar

De belangrijkste vraag bij het rapport De achterkant van Amsterdam is of het niet al te laat is om nog iets wezenlijks aan de hoofdstedelijke drugseconomie te kunnen doen. Nieuw is het niet, maar urgent wel degelijk. We zien autoriteiten die erkennen dat ze geen greep hebben op drugscriminaliteit. Waar met ‘schijnbeheer’ en ‘schijneigendom’ de wet Bibob onschadelijk is gemaakt. Waar de politie alleen optreedt als ze drugs toevallig aantreft. En zich beperkt tot de uitwassen: de liquidatiegolf en de angstcampagnes met handgranaten.

Waar inmiddels een kwart van alle gekochte woningen in één keer worden afgerekend; voor huizen boven de zes ton is liquide betaling zelfs normaal. Een derde van alle ‘ongebruikelijke transacties’ vindt plaats in Amsterdam, ten bedrage van 8 miljard euro. Een stad waar drugsconsumptie zó normaal is, dat de logistiek ook geen taboe meer is, maar gewoon een kwestie van tijdig profiteren. Er is daarvoor zóveel geld dat normale economische en sociale structuren worden ondermijnd. Via ondergronds bankieren lekt er jaarlijks tien miljard euro uit de hoofdstad ongezien weg. Het rapport munt de term ‘zwijgwijken’ voor zwakkere buurten waar drugsgeld gezinnen ontwricht. Jongeren kunnen snel koerier, geldezel, uitkijk, verpakker en uiteindelijk, schutter worden. De bazen zijn miljonair en wonen in Dubai of Brazilië.

De verdienste van het rapport is dat het de criminele economie in al z’n maatschappelijke facetten laat zien: sociaal, economisch, bestuurlijk. En de nadruk niet legt op de gezondheidseffecten, maar op de maatschappelijke invloed van de drugsmiljarden. Tegelijk laat het zien waar de zwakte in het openbaar bestuur zit. De stad heeft moeite met volhouden, met consequent handhaven, met onderlinge samenwerking, met delen van kennis en bevoegdheden. Alle kwalen die ook bij andere overheden bekend zijn.

Amsterdam is wel uniek vanwege zijn internationale rol, traditioneel permissieve cultuur en grote drugsthuismarkt. Met 167 coffeeshops, 150 jaarlijkse festivals en 75 drukbezochte clubs is het probleem ook zelf gecreëerd. Afvalwateronderzoek toont dat er dagelijks vier kilo coke wordt weggesnoven; de koeriers strijken jaarlijks tien miljoen euro op, alleen aan de rondgebrachte coke. Met dank aan de doorsnee drugsconsument, die de sociale structuur van z’n stad bederft en de criminaliteit aanwakkert. Vergeet ook de professionals niet, die dezelfde hulpconstructies aanbieden waar ook legale bedrijven gebruik van maken. Het onderscheid tussen boven- en onderwereld is ‘verneveld’, heet het treffend.

De oplossingen zijn vergaand. Overheidstoezicht op iedere onroerendgoedtransactie in Amsterdam, met een koopoptie voor de stad. Alleen nog vergunningen als de aanvrager kan bewijzen dat hij en zijn geld deugen. Radicale ingrepen, die overigens wel passen bij wat er nu in het drugsdossier gebeurt. Er doemt gereguleerde cannabiskweek op. De Rabobank wil geen enkele betaaldvoetbalclub meer als klant om medeplichtigheid aan misdaadgeld te voorkomen. Het kabinet stelt voor cashbetalingen boven 3.000 euro te verbieden. De bankensector is onder zware druk om alle dubieuze klanten op te sporen en liefst te verwijderen. Overigens zou over gecontroleerd legaal gebruik meer nagedacht moeten worden.

Burgemeester Halsema toont intussen elan. Ze belooft de gemeenteraad een nieuw drugsprogramma en daarnaast toewijding, uithoudingsvermogen en ‘langjarige inspanning’. Dat is inderdaad hard, hard nodig. Zo doorgaan is niet houdbaar.