‘Drugscriminaliteit is hooguit te beheersen’

Criminoloog Cyrille Fijnaut Het is niet zinnig om drugsmisdaad alleen in Amsterdam te bestrijden, zegt emeritus-hoogleraar Cyrille Fijnaut. „Dit is een Nederlands probleem.”

Drugshandelaren die ongestoord hun gang kunnen gaan; zwijgwijken waar burgers zich niet aan de drugseconomie kunnen onttrekken; miljarden crimineel geld die dankzij schijnconstructies neerslaan in de Amsterdamse binnenstad, de politiebonden die vragen om meer mensen en bestuurders die niet voldoende geduld hebben om het beleid van hun voorgangers uit te voeren.

Voor Cyrille Fijnaut klonk het allemaal bekend toen hij woensdag kennisnam van De achterkant van Amsterdam, een studie die hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en journalist Jan Tromp maakten in opdracht van de gemeente Amsterdam. „Dit was een aha- erlebnis”, zegt hij aan de telefoon.

Ook al gaat dit rapport over Amsterdam, de problemen rond onbeheersbare drugscriminaliteit spelen in het hele land, benadrukt Fijnaut. Dat vindt Tops ook: „Dit is een landelijk probleem. Dat vraagt om een nationale aanpak met in iedere gemeente of regio eigen accenten.”

Onbedwingbare reorganisatiedrang

Fijnaut, emeritus hoogleraar criminologie en strafrecht, deed bijna 25 jaar geleden voor het eerst onderzoek naar de invloed van criminele organisaties in de Amsterdamse binnenstad, op verzoek van PvdA-Kamerlid Maarten van Traa, voorzitter van de gelijknamige parlementaire enquêtecommissie. Het onderzoek van Tops en Tromp is het derde dat sindsdien is uitgevoerd en Fijnaut is bij ieder onderzoek wel betrokken geweest, al was het maar op de achtergrond.

„Je moet dit soort onderzoeken regelmatig herhalen”, zegt Fijnaut. „Maar als de uitkomst iedere keer alarmerend is, dan moet je concluderen dat er sprake is van een kennelijk onvermogen om het probleem te beheersen. Het is een even ongemakkelijke als treurige vaststelling.”

Lees ook: Amsterdam staat machteloos bij drugshandel

Het is volgens Fijnaut niet zo dat het Amsterdamse gemeentebestuur al die jaren heeft stilgezeten, integendeel zelfs. „Amsterdam heeft veel gedaan om de gevolgen van georganiseerde misdaad voor de stad beheersbaar te houden. En soms met succes.” Hij verwijst naar de sanering van de raamprostitutie en de beperking van het aantal coffeeshops.

Maar er zijn ook obstakels. „Een van de problemen bij de uitvoering van het actieplan dat hoorde bij het Emergo-project (zie kader) was de onbedwingbare reorganisatiedrang op het stadhuis. Belangrijke ambtenaren zijn gefrustreerd afgehaakt omdat het niet lukte een duurzame en solide organisatie op te bouwen die nodig is voor een succesvolle langetermijnaanpak.”

In 2017 stelde Fijnaut tijdens een openbare vergadering over de problemen in de binnenstad vast dat er de voorbije jaren geen witwasonderzoek was gedaan in 1012, het postcodegebied van de Amsterdamse Wallen. Was dat niet zorgwekkend, vroeg Fijnaut zijn gehoor van ruim 200 personen, onder wie burgemeester Eberhard van der Laan. Wat volgens Fijnaut ook zeker niet heeft geholpen is dat alleen de PvdA en het CDA achter het beleid bleven staan. In de gemeenteraad verzette de VVD zich tegen bemoeienis van de overheid met de stadseconomie. D66 en GroenLinks bleven vragen stellen over het nieuwe beleid. „Was die strenge aanpak wel nodig, deugde de wettelijke grondslag en was er geen sprake van vertrutting?”

De drugscriminaliteit is niet meer uit te roeien maar wel te beheersen

De realiteit op straat veranderde ondertussen. Drugsconflicten in de onderwereld leidden vanaf 2012 tot een liquidatiegolf die veel recherchecapaciteit opslokte. Daar kwam later de terreurdreiging bij.

Weeffouten bij landelijke politie

De recente roep van de politiebonden om een Nederlandse FBI getuigt volgens Fijnaut van fundamenteel onbegrip. „We hebben in Nederland al een FBI en noemen die de Nationale Politie”, aldus Fijnaut. „De vorming van één landelijke recherche is bedoeld voor de aanpak van de georganiseerde misdaad. Alleen is die organisatie te bureaucratisch. Die bureaucratie moet je aanpakken.”

Fijnaut gruwelt van de keuzes die bij de oprichting van de landelijke politie in 2013 zijn gemaakt. „Waarom er naast de Nationale Recherche een informatiedienst werd opgetuigd is voor mij onbegrijpelijk. Informatie-inwinning is een kerntaak van gespecialiseerde recherche.”

Een andere weeffout is dat de Nationale Politie niet is ingebed in de gemeentelijke organisaties. „Je ziet in toenemende mate dat wijkagenten plaatsmaken voor boa’s, bijzondere opsporingsambtenaren die door de gemeenten worden ingehuurd voor politietaken zonder de bijbehorende bevoegdheden. Het gevolg is dat de recherche niet meer weet wat er op straat speelt. Ze zijn hun wijkagent als broodnodige informatiebron kwijt. Dat is toch om hopeloos van te worden?”

Lees ook: Onbekommerd drugsgebruik in Nederland is normaal geworden

New York lukte het wel

Tegenover goed georganiseerde en flexibel opererende drugsbendes die op grote schaal drugs verhandelen staat dus een overheid zonder doorzettingsmacht met een recherche die doorspekt is van bureaucratie. Fijnaut begrijpt wel dat burgemeester Halsema met het nieuwe rapport urgentie probeert te creëren.

De situatie is kritiek, maar niet hopeloos, denkt Fijnaut. Hij wijst op de aanpak van de Italiaanse maffia in de jaren tachtig in New York. „Die was toen groot, invloedrijk en machtig. Maar het lukte om de Cosa Nostra-families aan te pakken.”

Wat toen kon in New York, kan volgens Fijnaut nu ook in Nederland. „De drugscriminaliteit is niet meer uit te roeien maar wel te beheersen. Maar dan moet iedereen wel ophouden om de georganiseerde misdaad als een Amsterdams probleem te zien. De regering moet de burgemeester van Amsterdam niet aan haar lot overlaten, en dat geldt ook voor de burgemeesters van Rotterdam, Utrecht, Breda en Tilburg. Nederland heeft als doorvoerland en productieland van drugs een groot probleem gecreëerd. Het verdeelde en versnipperde beleid moet worden vervangen door een nationaal plan. Een integrale aanpak, analoog aan New York in de jaren tachtig, met voldoende mensen, middelen, bevoegdheden en geduld. Dit probleem is zo groot dat het zich niet meer in een paar jaar laat oplossen.”