Opinie

Democratische schade door referendum

In Europa

Brexit gaat een schoolvoorbeeld worden van de schade die een referendum kan aanrichten aan de parlementaire democratie. Om te begrijpen wat een referendum is, gaan we eerst even in Tarrenz kijken. Tarrenz is een Oostenrijks bergdorp, in Tirol. Inwoners noemen het ook wel Hexendorf, omdat je er wordt ‘behekst’ door adembenemend natuurschoon. Maar in 1938 werden de mensen behekst door iets anders: politiek sentiment. Hoe verraderlijk dit sentiment kan zijn, weten we doordat er in Tarrenz per ongeluk twee referenda achter elkaar werden gehouden. Twee referenda die, net als het Britse in 2016, gingen over de toekomst van het land.

Het eerste referendum, op 13 maart 1938, was uitgeschreven door toenmalig Oostenrijks kanselier Kurt Schuschnigg. Schuschnigg werd geïntimideerd door Hitler, die almaar dreigde Oostenrijk binnen te vallen. Om het tij te keren, kondigde de kanselier op 9 maart een referendum aan over het behoud van de Oostenrijkse onafhankelijkheid. Twee dagen later, op 11 maart, blies hij het onder druk van Hitler weer af. Die zette Schuschnigg aan de kant en verving hem door de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart (die later namens Hitler bezet Nederland kwam besturen). Op 12 maart marcheerde Hitler Oostenrijk binnen. Maar er was één dorp waar het nieuws dat Schuschniggs referendum was afgelast, nooit doordrong: Tarrenz. Daar ging het referendum gewoon door. 100 procent van de inwoners stemde voor de Oostenrijkse onafhankelijkheid. Tegen de nazi-overheersing, dus.

Nog geen maand later, op 10 april, vond het tweede referendum plaats. Hitler had Oostenrijk bezet. Hij was met open armen verwelkomd en besloot de Oostenrijkse bevolking te vragen de annexatie goed te keuren. Dat ‘legitimeerde’ de Anschluss. Zo ging het dorp Tarrenz wéér naar de stembus. Op de vraag of hun land zich bij het Derde Rijk moest aansluiten, zei 99,7 procent van de Oostenrijkers ja. In Tarrenz was de steun nog hoger: daar stemde 100 procent voor de nazi-overheersing.

Dit fascinerende verhaal over een dorp dat binnen één maand compleet van mening verandert is te vinden in Uncrowned Emperor, een biografie over Otto von Habsburg, de zoon van de laatste Habsburgse keizer. Otto was in Oostenrijk persona non grata. Maar vanuit het buitenland probeerde hij zijn land uit de klauwen van de nazi’s te houden. Hij vertelde zijn biograaf en vriend Gordon Brook-Shepherd dat hij Schuschnigg allerlei politieke manoeuvres en oplossingen suggereerde, die de kanselier overigens allemaal in de wind sloeg.

Nu terug naar het Brexitreferendum.

In een parlementaire democratie als de Britse (en de onze) worden wetten gemaakt door gekozen volksvertegenwoordigers, volgens spelregels die na lang beraad zijn opgesteld. Parlementariërs zijn het bijna nergens over eens. Daarom zitten ze daar ook. Hun taak is thema’s binnenstebuiten te keren. Eindeloos te delibereren. En dan, zorgvuldig, compromissen te vinden waarin de diverse meningen van de kiezers worden meegewogen. Zo bezien is parlementaire democratie een manier, een ritueel bijna, om te zorgen dat groeperingen in de samenleving elkaar niet naar de strot vliegen.

Een referendum draait juist om het sentiment van de massa. Het is een momentopname, want – zie Tarrenz – dit sentiment laat zich makkelijk manipuleren en is veranderlijk als het weer. En het zet het parlementaire proces buitenspel. Het hitst groepen juist tegen elkaar op. 51,9 procent schakelde 48,1 procent van de bevolking uit bij het Brexit-referendum. Sindsdien is er geen weg terug en geen weg vooruit. Altijd roept er wel iemand: dat is ondemocratisch! Premier May probeerde het parlement weer een rol te geven. Ze faalde. Johnson wil doorpakken en schakelt de parlementaire democratie met legale trucs nu maar helemaal uit.

Niet het EU-lidmaatschap of nationale soevereiniteit staan hier op het spel, maar de essentie van de parlementaire democratie.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.