Recensie

Recensie Boeken

Wie wil weten hoe een therapeut te werk gaat, moet dit boek lezen

Psychologie De Amerikaanse schrijfster en psychologe Lori Gottlieb schreef een boek over de psychotherapeutische praktijk. Soms is het beeld dat ze schetst al te rooskleurig.

Het blijft fascinerend: wat beweegt patiënten om hun hart uit te storten bij een psycholoog? Wat gebeurt er achter de gesloten deur van de spreekkamer? En hoe is het eigenlijk voor de behandelaar om te luisteren naar mensen in psychische nood?

In Misschien moet je eens met iemand praten? geeft schrijfster en psycholoog Lori Gottlieb een kijkje in de psychotherapeutische keuken. We volgen Gottlieb terwijl ze haar vak uitoefent in Los Angeles. Toch is het niet het zoveelste boek met klinische vignettes, maar een autobiografisch verhaal van een therapeut die van de ene op de andere dag zélf een therapeut nodig heeft. Gottliebs partner is met de noorderzon vertrokken; hij laat haar achter met een gebroken hart en een jong kind. De therapeut is plotseling patiënt.

Gottlieb is bijzonder openhartig: over haar eigen verdriet, haar collega’s, haar patiënten. Lukt het haar om haar eigen sores buiten de behandelkamer te houden? En kan een therapeut anderen überhaupt helpen als haar eigen leven aan duigen ligt?

Patiënt slaan

Ze houdt de lezer op het puntje van zijn stoel. Wie wil weten hoe een therapeut te werk gaat, maar ook hoe zij worstelt met het balanceren van haar eigen leven en die van haar patiënten, is bij Gottlieb aan het juiste adres. Achter iedere rotsvaste behandelaar gaat een feilbare mens schuil, zo blijkt.

De sessies zijn gefictionaliseerd en haar patiënten geanonimiseerd, maar Gottlieb verwoordt bijzonder waarachtig hoe het is om therapieën te geven. Naast de technieken die je in opleidingen worden aangereikt ben je als therapeut namelijk behoorlijk machteloos: soms wil je je patiënt best een dikke knuffel geven, of een klap voor z’n bek. Geen van beide is aan te raden. Dus ben je aangewezen op de theorie en het therapeutische proces, dat grotendeels uit luisteren en wachten bestaat. Gottlieb weet die soms onuitstaanbare passiviteit mooi weer te geven.

Maar de aardigste hoofdstukken gaan over Gottliebs eigen therapie, bij ene Wendell. Aanvankelijk is ze sceptisch: ze beschrijft heel geestig en bijna foto-realistisch hoe zij en Wendell elkaar vinnig zitten te analyseren.

Extreem gelikt

Gottlieb schrijft een adviescolumn voor The Atlantic, en eerder schreef ze scripts voor tv-series. En dat merk je. Af en toe betrapte ik mezelf erop dat ik bij het lezen van Misschien moet je eens met iemand praten? zat te wachten op het reclameblok. Het is knap geschreven, maar ook extreem gelikt. Spoiler alert: het einde is happy. Uiteindelijk helpt Wendell Gottlieb om haar verdriet te boven te komen.

Pas halverwege het boek begreep ik: ik zat al in het reclameblok. Want Misschien moet je eens met iemand praten? is een mooi uithangbord voor psychotherapie. Gottlieb schrijft op een zeer toegankelijke manier over haar vak, haar eigen liefdesverdriet en hoe therapie haar daarmee heeft geholpen. Toch zat dat happy end dwars: als jonge therapeut leer je al snel attent te worden op ál te coherente verhalen. Wanneer een patiënt een pijnlijke gebeurtenis of episode al te netjes weet te vertellen, moet je je afvragen welke kreukels in het verhaal zijn gladgestreken. Narratieve coherentie maskeert niet zelden mentale chaos. En Misschien moet je eens met iemand praten? is kreukelloos. Arme Lori.