Waar vind je de beste stationskoffie?

Koffietest Tientallen miljoenen kopjes koffie drinkt Nederland op het station. We kunnen niet zonder. NRC test zeven cafeïnedealers. Wie verdient de gouden beker?

Foto NRC

‘De koffie van Kiosk kreeg ik vijftien jaar geleden echt niet weg”, zegt Rose van Asten aan het einde van een ochtend koffie proeven op het station in Utrecht. Maar eerlijk is eerlijk: de koffie op het station, niet alleen die van Kiosk, is de laatste jaren beter geworden. Je zult er nog steeds geen baristaprijzen mee winnen, maar de cafeïnejunk kan vrij behoorlijk aan zijn shot komen.

Jaarlijks kopen treinreizigers volgens NS samen 30 miljoen bekers met warme dranken. Ze brengen gemiddeld 7 minuten door op het station. Tijd genoeg om koffie te kopen – en om weloverwogen te kiezen. Op de grotere stations is er meer dan alleen Kiosk-koffie. Met Rose van Asten, koffie-adviseur en tweemalig Nederlands kampioen koffieproeven, bezoeken we op Utrecht Centraal zeven adressen die op veel grote stations te vinden zijn. Daar proeven we de meest gekochte koffie: cappuccino. En twee soorten waaraan je de kwaliteift goed kunt afmeten: espresso en ‘gewone’ koffie

Daar begint trouwens meteen het gedonder. Want wat is ‘gewone’ koffie? Is het een lungo – een espresso die iets langer doorloopt? Een americano, een espresso aangelengd met heet water? Of is het klassieke filterkoffie? Van Asten heeft een voorkeur voor filterkoffie. „Koffie uit een espresso-apparaat is snel te bitter. Hoewel veel Nederlanders gewend zijn geraakt aan een lungo en dat dus lekkerder vinden, houd ik meer van de complexere smaak van filterkoffie.”

Alleen bij Starbucks – de eerste stop – krijgen we filterkoffie als we ‘koffie’ bestellen. Een grote beker, niet al te sterk, waarbij volgens Van Asten zuur en bitter goed in balans zijn,

Zuur? Bitter? Goed moment voor een minicollege koffieproeven.

Zuur en bitter, legt Van Asten uit, zijn de belangrijkste smaken bij koffie. Zuur proef je alleen als het bitter niet overheerst. Wat je verder denkt te proeven – drop, leer, karton – komt via je neus binnen, dat zijn eigenlijk geuren. „Die kartonsmaak van stationskoffie kun je niemand kwalijk nemen – dat komt door de bekertjes.”

Nog voordat we beginnen zegt Van Asten: „Ik weet nu al dat de meeste koffie te bitter zal zijn.” Behalve met de extractie – hoe lang het water de tijd heeft om smaak uit de boon te trekken – heeft dat te maken met het feit dat de bonen te donker gebrand zijn. „Als je koffie donker brandt, lost-ie beter op en heb je minder bonen nodig. Dat is goedkoper, maar het helpt wel alle aroma’s om zeep.”

Goede koffie heeft ook (zoet)zure tonen. „De meeste mensen schrikken van een beetje zuur in hun koffie. Maar als het mooi fruitig zuur is, krijg je een prachtige balans.”

Simpel menu

Starbucks is een buitenbeentje op het station: het is een koffiezaak in plaats van een stationswinkel die ook koffie verkoopt. Tientallen koffiesoorten en bereidingen, zoals bij Starbucks, vind je elders niet. „Maar dat is niet erg. Een simpel menu met drie of vier soorten koffie is best prettig. Dan kun je snel beslissen.”

Dat koffie niet overal core business is, merk je als je vraagt: wat gebruiken jullie eigenlijk voor koffie? Of: wat is dit voor melk? Overal gaan kasten en luikjes open, maar nergens is het personeel goed op de hoogte. Van Asten, die in het verleden veel aanbieders heeft geadviseerd, weet: nergens op het station vind je de kwaliteit die je bij een gespecialiseerde koffiebar krijgt. „Ook met goede apparaten die goed zijn afgesteld, krijg je met doorsnee koffie nooit echt een goede smaak.”

Lees ook: Wat je aan koffie kunt verprutsen

En hoewel de koffie overal een keurmerk heeft, UTZ of Fairtrade, moet je daar niet te veel van verwachten, zegt Van Asten. Het UTZ-certificaat voor duurzame landbouw is de ondergrens. „Als je wilt dat boeren een goede prijs voor hun koffie krijgen, moet je meer betalen dan dit. En dat kan ook best: de marges op koffie zijn vrij hoog en misschien willen consumenten ook wel een kwartje extra betalen voor een betere koffie.”

Dat kwartje kun je dan weer terugverdienen als je je eigen beker meeneemt. Bij een aantal zaken krijg je sinds eind vorig jaar korting met een eigen beker. Steeds meer reizigers doen dat, zeggen de stationsbarista’s in Utrecht. „Maar neem dan wel een goede beker mee”, krijgen we als tip mee. „Een te kleine beker loopt over, een te grote past niet in het apparaat.”