Recensie

Recensie Vormgeving

De metamorfose van Naturalis is spraakmakend en schitterend

Architectuur Het verbouwde Naturalis is van een nietszeggende collage van bouwmassa’s veranderd in een paleis in de traditie van de grote, beroemde 19de-eeuwse natuurhistorische musea.

De centrale hal van het nieuwe Naturalis
De centrale hal van het nieuwe Naturalis Foto Phil Nijhuis/ANP

Een verminking van zijn creatie. Dat vond Fons Verheijen, architect van het oorspronkelijke gebouw van Naturalis uit 1998, van het ontwerp voor de verbouwing en uitbreiding van het natuurhistorische museum in Leiden.

Toen de nieuwbouw al was begonnen, spande Verheijen een proces aan tegen Naturalis wegens schending van het auteursrecht. De zaak liep uit op een schikking: om een geldverslindende bouwstop te voorkomen, betaalde Naturalis Biodiversity Center, zoals het museum en onderzoekscentrum nu officieel heet, in 2017 1,5 miljoen euro aan Verheijen.

Wie nu het in omvang verdubbelde Naturalis ziet, moet vaststellen dat het exterieur van de oudbouw in ieder geval niet is verminkt. De loopbrug naar het zeventiende-eeuwse Pesthuis, dat tot de verbouwing onderdeel was van Naturalis, is weliswaar gesloopt, maar aan de gevels van de verschillende bouwdelen van de oudbouw is heel weinig veranderd. Binnen is dat wel het geval. Zo zijn de drie dozen waarin vroeger de pronkstukken van Naturalis stonden en hingen, omgebouwd tot opslagruimtes voor de collectie die is gegroeid van 12 miljoen objecten in 1998 tot 42 miljoen nu.

De beslissing van Neutelings Riedijk Architecten om de oude museumruimtes te veranderen in nieuwe depots was onontkoombaar. Samen met de oude depottoren vormen de drie dozen immers een carré dat het hart van de oudbouw vormt. Als de dertig miljoen nieuwe objecten zouden zijn ondergebracht in de nieuwbouw, zou Naturalis nu op twee verschillende plekken in het gebouw depots hebben – en dat zou zeer onhandig zijn.

Lees ook: Opgefriste dieren terug in Naturalis

Metamorfose

Ook de nieuwbouw van Neutelings Riedijk zelf is allerminst een verminking geworden. De uitbreiding heeft juist gezorgd voor een wonderbaarlijke metamorfose van Naturalis: van een nietszeggende collage van bouwmassa’s is het museum en onderzoekscentrum veranderd in een paleis in de traditie van de grote, beroemde negentiende-eeuwse natuurhistorische musea als het Natural History Museum in Londen.

Dit is geen toeval. Willem-Jan Neutelings en Michiel Riedijk zijn tenslotte de pleitbezorgers van architecture parlante. Aan belangrijke publieke gebouwen moet te zien zijn waartoe ze dienen, vinden de twee architecten, die met onder meer het Museum aan de Stroom in Antwerpen en het nieuwe stadhuis in Deventer een uniek en imposant oeuvre ‘sprekende gebouwen’ hebben opgebouwd.

Ook de uitbreiding van Naturalis spreekt weer duidelijke taal, al zijn de verwijzingen naar de natuur niet zo letterlijk als die van de planten- en dierenornamenten die het Londense natuurhistorische museum overwoekeren. De negen nieuwe museumzalen met een maximale hoogte van twaalf meter zijn ondergebracht in vier op elkaar gestapelde, iets verschoven dozen die zijn bekleed met platen van ruw natuursteen uit Iran, waarin kristallen en fossielen vallen te ontdekken.

Lees ook de recensie van de nieuwe opstelling: Oog in oog met een vrouwelijke Homo erectus

De prachtige oranje-bruine bekleding van Iraans travertijn wordt onderbroken door horizontale witte banden van betonnen panelen met marmerbeslag die, naar een ontwerp van mode-ontwerpster Iris van Herpen, zijn voorzien van organische plooien en groeven. Over de vier iets verschoven museumdozen heen is een veertig meter hoog rechthoekig bouwdeel gedrapeerd met gevels van witte, plantachtige panelen van beton en glas.

Het nieuwe Naturalis.

Foto Daria Scagliola en Stijn Brakkee

Sagrada Familia

Het interieur overtreft de verwachtingen die het exterieur wekt. Via een alledaagse entree in de vorm van een grote draaideur komt de bezoeker in een hal met een kathedraalachtige grandeur die door de organische gevel- en dakpanelen waar het licht door naar binnen valt, doet denken aan Gaudí’s Sagrada Familia in Barcelona. Toch is de hal niet intimiderend. Dit laatste komt niet alleen door het ‘warme’ hout waarmee de bloemenpanelen aan de binnenzijde zijn bekleed, maar vooral doordat de museumdozen hier een grote rots vormen die bestegen kan worden. Brede trappen voeren als bergpaden naar de top van de rots waar een vele meters lang doek hangt waarop allerlei vogels zijn geschilderd. Het is het grootste van de bijna honderd kunstwerken van dieren en planten van Tord Boontje die overal in Naturalis opduiken en doen denken aan de fantastische diorama’s in het American Museum of Natural History in New York.

Op de top van de museumrots liggen ook een educatieve ruimte en een groot dakterras, die, evenals de hal zelf, voor het publiek toegankelijk zijn. Zo heeft Leiden met het vernieuwde Naturalis niet alleen een spraakmakend gebouw gekregen maar ook een schitterend overdekt stadsplein dat hard nodig was op het onherbergzame Science Park, waar het museum is gevestigd.