Recensie

Recensie Boeken

Hoe kon de Nederlandse tabaksindustrie zo lang haar gang gaan?

Tabaksindustrie Door het gepolder van industrievriendelijke ambtenaren en rokende artsen die wars waren van preventie, bleef roken lang de norm, blijkt uit een verbijsterend boek.

‘Mijn benauwdheid neemt tijdelijk af als ik een sigaretje opsteek. Ik krijg méér lucht door het roken. Als ik dat tegen de dokter zeg, lacht hij me uit. De benauwdheid komt terug zodra ik mijn sigaretje heb opgerookt. En dan steek je er dus nog maar weer een op.’

Het is een veelzeggende quote in het boek De sjoemelsigaret van Trouw-journalist Joop Bouma. In 1999 tekende hij deze al op uit de mond van Wim ter Schegget, de eerste roker die in Nederland schadevergoeding eiste van de tabaksindustrie (maar niet kreeg). Bedrijfsmemo’s die vrijkwamen in Amerikaanse rechtszaken bewijzen het gelijk van deze roker, die op zijn veertiende verslaafd raakte. Er worden tientallen stoffen aan tabak toegevoegd: niet enkel voor de smaak, ook om te zorgen dat je makkelijker en dieper inhaleert. Menthol, bijvoorbeeld, haalt de scherpe kantjes van een eerste sigaret. Zoals een scheut melk dat doet bij kinderen die koffie leren drinken.

De schijn tegen

Het is om woest van te worden, maar Joop Bouma – die al eerder een boek over tabak schreef (Het rookgordijn, 2003) – vertelt het ingetogen. Ammoniak, guargom, cacao, vanille, sorbitol – de lijst is eindeloos. Het gaat om stoffen die de afgifte van nicotine bevorderen (en de sigaret dus verslavender maken), stoffen die de stank maskeren en stoffen die hoestprikkels dempen. Dáár zit de innovatie van de tabaksindustrie, meent Bouma, en niet in het veiliger maken van sigaretten. Verwacht daarom geen diepgravende analyse van de elektrische sigaret waarin nicotinevloeistof verdampt wordt, of een hoofdstuk over apparaatjes die tabak niet verbranden, maar verhitten (zoals de IQOS van Philip Morris).

Voor de pragmaticus is de magere bespreking van de e-sigaret een gemis: wie niet kan of wil stoppen, moet toch gewezen worden op veiliger alternatieven? Megaproducent Philip Morris claimt zelfs dat de IQOS leidt tot 95 procent minder blootstelling aan schadelijke stoffen. Wetenschappers werpen tegen dat een klein beetje kankerverwekkende stof ook al kanker kan veroorzaken. De Nederlandse overheid kiest het zekere voor het onzekere en reguleert de e-sigaret daarom bijna net zo strikt als de gewone sigaret. Hoe anders is de praktijk in het Verenigd Koninkrijk: daar wordt de e-sigaret zelfs van overheidswege aanbevolen.

Lees ook De slag om de roker die niet kan of wil stoppen

Een kwestie die de gemoederen verhit. Het had Bouma gesierd als hij de lezer daarin betrokken had, zodat die hier zelf een mening over kan vormen. Bouma zegt het niet met zoveel woorden, maar het is duidelijk dat hij geen rol ziet voor de tabaksindustrie in de volksgezondheid – behalve de eigen opheffing dan. De geschiedenis staat wat dat betreft aan zijn kant. Light – de sigaret met minder nicotine en teer – bleek achteraf even schadelijk omdat de behoefte aan nicotine gelijk blijft en er daarom sneller en vaker gerookt werd. Zo heeft ook de e-sigaret de schijn tegen.

Speldenprikjes in filter

De titel De sjoemelsigaret is goed gekozen. Daarmee verwijst Joop Bouma naar de verraderlijke PR (dat die toevoegingen bijvoorbeeld enkel bedoeld zijn om tabak te beschermen tegen uitdroging of om er een merkspecifieke smaak aan te geven), maar het is ook een afrekening van de manier waarop teer- en nicotinemetingen worden gemanipuleerd. Door speldenprikjes in het filter, meet de rookmachine van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu concentraties die weinig zeggen over wat rokers daadwerkelijk inhaleren als zij de sigaret tussen wijs- en middelvinger klemmen (en daarmee gaatjes dichthouden).

Zo val je van de ene in de andere verbazing: telkens vraag je je af waarom de industrie zo lang haar gang kon gaan. Daarover zegt Marc Willemsen, bijzonder hoogleraar Tabaksontmoediging (directeur bij Trimbos), zinnige dingen in het boek: ‘De Nederlandse volksaard wordt gekenmerkt door individualisme, burgers die liever hun eigen keuzes maken. We zoeken liever samenwerking dan confrontatie.’ Door dat gepolder van industrievriendelijke ambtenaren en rokende artsen die wars waren van preventie, bleef roken in Nederland zo lang de norm, betoogt Bouma. Pas nu worden tabaksbedrijven geweerd in Den Haag. Pas nu streeft de regering naar een rookvrije generatie. Al lezend trek je gauw de conclusie dat het raar is dat de sigaret nog steeds legaal is. Longarts en ex-roker Pauline Dekker, op bladzijde 20: ‘Als er drie mensen diarree krijgen van bedorven zalm, worden de schappen wél leeggehaald.’

Terug naar Wim ter Schegget. Iedereen is hem vergeten, maar Bouma plaatst hem weer op een voetstuk. Terwijl zijn aderen dichtslibden, met beenamputatie tot gevolg, en longemfyseem hem de adem ontnam, besteedde Ter Schegget zijn laatste energie aan een destijds kansloze civiele zaak. Achteraf bezien maakte hij daarmee wel de weg vrij voor de strafzaak van advocaat Bénédicte Ficq, waarbij longarts Wanda de Kanter (25 augustus in Zomergasten) een grote rol speelde. Een zaak die het gerechtshof eind 2018 terugverwees naar de wetgever, en in die zin ook verloren is, maar de industrie politiek-maatschappelijk gezien wel met de rug tegen de muur zette.

Wim ter Schegget overleed in 2005. Hij werd 60 jaar. In zijn laatste fase kreeg hij ook nog kanker. Joop Bouma sprak voor De sjoemelsigaret ook de strijdvaardige cliënten van advocaat Ficq: Lia Breed (COPD) en Anne Marie van Veen (longkanker). Zij stierven eerder dit jaar en werden respectievelijk 68 en 46 jaar. De ene na de andere bron overlijdt in De sjoemelsigaret. Dat komt aan.