Charles van der Voort

Foto Merlijn Doomernik

30 jaar boevenvanger, nu strafrechtadvocaat

Charles van der Voort De ene na de andere hoofdofficier van justitie verlaat het door integriteitsschandalen geplaagde Openbaar Ministerie. Een unieke overstap maakt Charles van der Voort. Hij vervolgde Bouterse, Klaas Otto, en is sinds vrijdag strafpleiter. ‘Ik heb mijn ziel en zaligheid in het OM gestopt.’

Charles Victor van der Voort is zonder twijfel de meest afgetrainde zestigjarige magistraat van Nederland. De afgelopen tien maanden bezocht de voormalige hoofdofficier van justitie van Zeeland West-Brabant vrijwel elke dag de sportschool of hij werkte aan zijn swing bij de Brabantse golfclub Toxandria. De aanklager bracht zijn handicap naar 13,9. „Als gevolg van het ambtenarenleven had ik tot mijn schrik een buikje gekregen. Door veel te sporten ben ik gelukkig weer acht kilo kwijtgeraakt”, zegt Van der Voort terwijl hij in een strakke blauwe polo in de achtertuin van zijn woning in Breda koffie serveert.

Na klachten van medewerkers over zijn stijl van leidinggeven moest Van der Voort in oktober vorig jaar op last van het college van procureurs-generaal plotsklaps opstappen als baas van het arrondissementsparket. De hoofdofficier van justitie werd verantwoordelijk gehouden voor een ‘slechte werksfeer’. Van der Voort werd ‘toegevoegd aan het Parket-Generaal’ in Den Haag, zo verklaarde het Openbaar Ministerie in een persbericht. Maar dat was een administratief leugentje. Na zijn afzetting is hij geen dag meer voor het OM actief geweest. Van der Voort verwerkte gewichtheffend zijn trauma.

„Het is verschrikkelijk als je te horen krijgt dat ze je niet meer zien zitten als hoofdofficier. Ik moest mentaal de knop omzetten en dat is best ingewikkeld als je dertig jaar voor het OM heb gewerkt. Dag en nacht was ik met grote zaken bezig. Op mijn nachtkastje had ik altijd een blocnote liggen omdat ik ’s nachts dingen scherper zag en ideeën meteen wilde noteren. Mijn hele ziel en zaligheid heb ik in het OM gestopt, en dat hield opeens op.”

Superfit neemt Van der Voort nu definitief afscheid van de organisatie waar hij in 1989 als officier van justitie in Den Haag voor begon te werken. De pogingen om met zijn superieuren overeenstemming te bereiken over een nieuwe functie binnen de organisatie, mislukten. Hij mocht ‘projectleider ondermijning’ worden of voorname aanklager op de Antillen, maar Van der Voort zag zo’n functie niet zitten. „Ik wil niet weggestopt worden.” Het OM laat hem nu met een financiële vergoeding vertrekken. Van der Voort spreekt van een „heel prettige regeling”. Het OM wil niets zeggen over „de inhoud van de rechtspositionele afwikkeling”.

Foto Merlijn Doomernik

De aanklager gooit het roer radicaal om. In de rechtbank van Breda is hij vrijdagmiddag beëdigd als advocaat. Het is een opmerkelijke overstap voor de man die als officier van justitie op zeer zware jongens jaagde. Hij leidde onder meer jarenlang de vervolging van de Surinaamse legerleider Desi Bouterse wegens handel in cocaïne. Recentelijk nog initieerde hij de strafzaak tegen Klaas Otto uit Bergen op Zoom, de gewelddadige leider van motorbende No Surrender.

Maar uitgerekend in de provincie Noord-Brabant, waar de onderwereld het volgens de bezorgde autoriteiten steeds meer voor het zeggen krijgt, gaat de voormalige hoogste misdaadbestrijder aan de slag als straf-advocaat. Volgens de top van het OM is dit een in Nederland nooit eerder vertoonde verandering van loopbaan.

In een oud schoolgebouw in Breda gaat Van der Voort samen met Ivo Leenders, specialist in fiscaal strafrecht, het nieuwe advocatenkantoor VOI bemannen. „Ik ben de afgelopen maanden in gesprek geraakt met bevriende advocaten die me verzekerden: er is een ander leven mogelijk. Ze zeiden: jouw naam is een merk en daar kun je wat mee doen. Dat gaf me in mijn hoofd opeens zo’n gevoel van vrijheid dat ik een stap durfde te doen die nooit eerder in me was opgekomen’’.

In het door integriteitsschandalen geplaagde Openbaar Ministerie zijn het afgelopen jaar vijf van de veertien hoofdofficieren van justitie vertrokken. De hoofdofficier van justitie van Rotterdam Marc van Nimwegen kreeg ontslag aangezegd wegens het jarenlang verzwijgen van een intieme relatie met Marianne Bloos (baas van het functioneel parket). Ook voor haar is geen plaats meer. Tegen beiden loopt ook een oriënterend strafrechtelijk onderzoek wegens het vermoeden misbruik te hebben gemaakt van diensten van het OM.

De hoofdofficieren van Utrecht en Den Haag, Jet Hoogendijk en Bart Nieuwenhuizen, kozen voor een loopbaan als rechter. Charles van der Voort moest samen met de andere twee leden van zijn dagelijks bestuur zijn functie neerleggen omdat een deel van het personeel in opstand kwam. Uit een ‘cultuuronderzoek’ onder ruim tweehonderd personeelsleden bleek dat veel OM-medewerkers klaagden over een ‘verrotte organisatie’. Ze hadden geen vertrouwen in de eigen leiding, die onderling ruzie maakte.

Voor het eerst praat Van der Voort zelf over de crisis bij het OM. „Op een fatsoenlijke manier”, beklemtoont hij. „Ik wil niet natrappen.”

Begreep u de klachten over uw functioneren als hoofdofficier?

„Sommige collega’s bleken bang voor mij. Er waren klachten van medewerkers over mijn strenge manier van kijken. Mijn fout is dat ik moeilijk kan omgaan met middelmaat. Ik vind het leuk als dingen onder hoogspanning moeten gebeuren, maar dan wil ik wel mensen om me heen die me begrijpen. Ik had een aantal fantastische officieren van justitie op het parket, maar er waren veel ondersteunende medewerkers die hun rol niet wilden of konden meespelen.”

U zou te weinig transparant zijn.

„Ik deed mijn uiterste best talentvolle jonge officieren van justitie aan te trekken omdat daar in het zuiden een tekort aan is. Ik was altijd bezig met talent scouten. Die bracht ik dan in contact met een teamleider. Nu wordt er geklaagd dat een teamleider dan geen nee meer durfde te zeggen. Ja dan is zo iemand toch geen knip voor de neus waard als die geen eigen mening durft te hebben?”

Het parket Breda raakte de afgelopen jaren in opspraak door een in 2011 begonnen onderzoek naar fiscale fraude gepleegd door de coffeeshopketen The Grass Company. De in Thailand wonende hoofdverdachte Johan van Laarhoven belandde in 2014 na een rechtshulpverzoek uit Nederland in een cel in Bangkok. Hij moet er twintig jaar zitten.

Volgens de Nationale Ombudsman handelde het OM in deze zaak ‘onzorgvuldig’. Trekt u zich dat persoonlijk aan?

„Toen ik in 2015 op het parket in Breda kwam werken als waarnemer voor de zieke hoofdofficier van justitie, zat meneer Van Laarhoven al in een Thaise cel. Ik zag het daarna wel als mijn verantwoordelijkheid die zaak goed af te handelen. Ik heb vorig jaar geprobeerd de impasse te doorbreken door in overleg met de advocaten van de verdachten onder leiding van Gerard Spong en het vervolgingsteam te bekijken hoe we de Thai konden bewegen Van Laarhoven naar Nederland te laten komen. Daarna ben ik in augustus 2018 met officier van justitie Peter Snijders naar Bangkok gereisd. We hadden daar heel goede gesprekken. Maar uitlevering kon wettelijk niet omdat er nog cassatieberoep liep.

„Een andere hobbel die we moesten nemen, was dat bij uitlevering geen vervolging meer mogelijk was voor fiscale delicten. Ik vond dat als iemand onder zulke omstandigheden al vijf jaar vastzit – waarom zou je hem dan nog verder vervolgen? Maar anderzijds bleef ook een punt dat we te maken hebben met een verdachte waarnaar nog een strafrechtelijk financieel onderzoek liep omdat hij zich door fraude zou hebben verrijkt. Toch denk ik dat we er met onderhandelingen uit zouden zijn gekomen.”

Handelde het OM inderdaad onzorgvuldig?

„Dat vind ik niet. Er is wel een risico genomen via het rechtshulpverzoek en in een aanvullende brief die we schreven omdat de Thai nadere informatie vroegen. Alles gebeurde trouwens in overleg met de afdeling internationale rechtshulp van het ministerie van Justitie. Maar de suggestie dat ons handelen een opzetje was, om via Thailand de verdachten aan te pakken, is onzin.”

Was u blij dat minister van Justitie Grapperhaus vorige week naar Bangkok reisde om te onderhandelen over de uitlevering van Van Laarhoven?

„Ik begrijp dat de minister, net als wij, een einde wilde maken aan een nare situatie. Maar ik vind ook dat de politiek het OM niet voor de voeten moet lopen. Dat is de laatste jaren helaas wel een tendens. Het OM wordt door het departement steeds meer als een buitendienst beschouwd. Maar we zijn magistraten. Het is belangrijk dat het OM stelling neemt tegen die bemoeienis, en als de minister het toch anders wil, laat hij dan een aanwijzing geven. Dat maakt de inmenging transparant. Nu liet het OM in een persbericht weten ‘niet ontstemd’ te zijn over de interventie van de minister in een lopende strafzaak. Over die houding maak ik me zorgen.”

Er bleek het afgelopen jaar veel mis bij het Openbaar Ministerie. Komt het nog goed?

„Ik wil daar niet te veel over zeggen. Ik zat in de groepsraad met alle leidinggevenden en ik ben dus mede-schuldig aan de crisis. Het OM heeft erg te lijden gehad onder bezuinigingen en het mislukte ICT-beleid.

De commissie-Fokkens die het afgelopen jaar onderzoek deed, constateert falend ethisch leiderschap.

„Ja, daar schort het aan. Te veel collega’s houden zich bezig met management en niet met inhoud van zaken. Mensen die voor de inhoud gaan, zijn een witte raaf geworden bij het OM.”

Waarom is er pas na perspublicaties een officieel onderzoek begonnen naar geheime relaties in de top? Vrijwel iedereen binnen het OM wist wat er speelde.

„Ik vond dat het privéleven van collega’s mij niet aanging. Ik vond het gênant en niet chic.”

Zijn er veranderingen in gang gezet?

„Ik heb het ‘verbeterplan’ gezien en daar ben ik niet heel erg van onder de indruk. Ik hoop dat het goed komt.”

Is de baas van het OM, Gerrit van der Burg, die sinds 2014 in het college zit nog in staat de boel vlot te trekken?

„Een heel relevante vraag. Gerrit doet erg zijn best. Of het lukt, zal moeten blijken.”

De afgelopen maanden was Van der Voort bezig zijn nieuwe bestaan als strafpleiter voor te bereiden. Hij wil graag een „scherpe advocaat” worden die „geen gemene trucs” gebruikt. „Ik zit weliswaar aan de andere kant, maar wil het wel netjes houden. Dat moet het OM ook doen.”

Wat doet een nette strafadvocaat?

„Ik zie in toenemende mate dat bedrijven in conflict met justitie komen over witwaszaken en financiële misdrijven. Ze zijn bang voor justitiële moeilijkheden. De Rabobank wil geen voetbalclubs meer als cliënt. Ik denk dat ik als advocaat bedrijven kan helpen op het rechte pad te blijven. Een pro-actieve verdediging voeren. En dan zijn er nog werknemers die door hun handelen bedrijven in moeilijkheden brengen. Ik zie ook nog weleens hoe makkelijk het is voor de belastingdienst en de FIOD om met de machtsmiddelen die ze hebben, bedrijven te criminaliseren. Dan is het goed dat ze een advocaat hebben die snapt hoe het werkt bij het OM. Ons kantoor heet VOI, dat betekent jullie, in het Italiaans. We doen dit werk niet alleen omdat we geld willen verdienen maar we willen jullie als cliënt helpen. We willen een mooie bijdrage leveren aan de maatschappij.”

Mag motorbaas Klaas Otto ook bij u aankloppen voor hulp?

„Dat zou niet handig zijn omdat ik te veel van die zaak weet en me niet vrij voel die kennis te gebruiken. Bovendien richten we ons op fiscale en financiële fraudezaken.”

Geldt er geen non-concurrentiebeding bij het OM, een beperking van de vrijheid om voor de ‘tegenpartij’ te gaan werken?

„Nee. Ik heb wel een ambtseed afgelegd en dus een geheimhoudingsplicht op een aantal onderwerpen. Je houdt bijvoorbeeld de identiteit van informanten geheim.”

Lees ook: ‘Narcostaat’ Nederland groeit bijna ongehinderd

Zei niemand bij het OM: we hebben elke ervaren ijzervreter hard nodig. We krijgen vacatures voor hoofdofficieren niet vervuld. Blijf bij ons?

„Dat heb ik niet gemerkt. Ik ben natuurlijk een lastige jongen. Ik heb altijd gevonden dat een hoofdofficier van justitie zijn eigen verantwoordelijkheid heeft voor het parket. Ik had ook eigen contacten met de pers. Dat vonden het college en de persvoorlichters eng.”

Hoe ernstig is het met de misdaad in Brabant?

„Het is serieus mis. Als je ziet wat er aan drugs binnenkomt, de dumpingen van chemisch afval, de labs, de liquidaties. Ik zie de criminaliteit nog niet bepaald minder worden.”

Maar alle gangsters die zich met deze praktijken bezighouden, kloppen straks vergeefs aan bij advocaat Van der Voort. Die helpt alleen keurige boeven?

„Ja. Nou ja, ik wil ook wel een beetje geld verdienen. Laten we zeggen dat mijn praktijk zich daar niet primair op richt maar op white collar crime.”

Mag uw collega Marc van Nimwegen u bellen als hij straks strafrechtelijk wordt vervolgd?

Van der Voort schiet in de lach. Het blijkt de enige vraag waar hij lang over moet nadenken. „Ja, ik denk dat ik dat heel goed zal kunnen. Omdat ik wel weet hoe de hazen lopen bij het OM en wat er wel of niet te verdedigen valt.”