Wakker worden met zacht gezoem: op bijenvakantie in Slovenië

Apitoerisme Het gaat slecht met de bij, behalve in Slovenië. En de toerist kan er van meeprofiteren.

Een Sloveense bijenkast met kleurrijke panelen, een oude Sloveense traditie, die terugvoert naar de 18de en 19de eeuw. Sinds enkele jaren wordt deze traditie nieuw leven ingeblazen.
Een Sloveense bijenkast met kleurrijke panelen, een oude Sloveense traditie, die terugvoert naar de 18de en 19de eeuw. Sinds enkele jaren wordt deze traditie nieuw leven ingeblazen. Foto Guido Derksen

Vanuit mijn vakantiehuis kijk ik uit over een weiland vol wilde bloemen. Erachter rijzen bergtoppen op. Ik ben in Magozd, een piepklein dorpje in de Julische Alpen.

Binnen is het zachte gezoem van honingbijen te horen, want in een van de buitenwanden zijn 27 bijenkasten verwerkt. Aangezien het bloeiseizoen is, zitten er in elke kast zo’n 50.000 tot 60.000 bijen, in totaal zo’n anderhalf miljoen. Op de begane grond en in de slaapkamer op de eerste verdieping hangen slangen met maskers uit de muur. Daarmee kun je direct de lucht uit de bijenkasten inademen, wat goed schijnt te zijn voor de luchtwegen. Het zachte gezoem werkt in ieder geval enorm rustgevend.

Het huisje in de bergen heet Sleeping with the Bees en is een goed voorbeeld van het apitoerisme waarmee Slovenië aan de weg timmert: toerisme waarbij je kennis maakt met de wereld van de honingbij.

Het gaat slecht met de bij, maar Slovenië is een positieve uitzondering. In het voorjaar en de zomer staan de weilanden vol met wilde bloemen en gonst het er van de bijen, het resultaat van gericht overheidsbeleid en een strikt verbod op het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen. De bijenhouderij heeft een lange traditie in het land; het is er zelfs een officiële en strikt gereguleerde tak van landbouw.

Zo’n 10.000 Slovenen bezitten bijenkasten – dat is één op de tweehonderd inwoners. Ongeveer tweeduizend van hen zijn professionele bijenhouders die er gedeeltelijk of volledig hun brood mee verdienen. Vaak hebben ze mobiele bijenkastwagens waarmee ze de bijen naar gebieden kunnen brengen waar bomen of planten in bloei staan. En overal in Slovenië vind je typische bijenkasthuisjes met vrolijk gekleurde panelen. Het was ook de Sloveense bijenhoudersvereniging die het initiatief nam voor de Wereldbijendag van de Verenigde Naties, die sinds 2018 op 20 mei wordt gevierd.

Foto Guido Derksen

„Dit is de geboorteplaats van het Sloveense bijenhouden”, zegt Petra Krzan, mijn gids in Breznica, in het noordwesten van Slovenië, en wijst op een oud bijenkasthuisje. Het was ooit eigendom van Anton Jansa. „Een man met veel talenten. Hij kon halverwege de 18de eeuw als schilder werken aan het hof van keizerin Maria Theresia in Wenen. Nadat hij doeken van Rembrandt had gezien, besloot hij dat hij dat niveau toch nooit kon halen en stortte zich op het bestuderen van de honingbij. Hij stichtte een bijenhoudersschool aan het hof en werd dé leermeester van de bijenhouders in het Habsburgse rijk.”

Raspaardje onder de honingbijen

Jansa was de eerste die het voortplantingsproces van de bijenkoningin correct beschreef en die meer inzicht gaf in het uitzwermen van kolonies, aldus Krzan. „Hiernaast introduceerde hij het ‘menselijke bijenhouden’. Tot dan liet men een bijenvolk in de winter sterven en begon men in het voorjaar met een nieuwe kolonie, maar volgens Jansa moest je de bijen ’s winters blijven voeden. Daar kreeg je sterkere bijenvolken van en meer honingopbrengst. Als jij de bijen helpt, dan helpen ze jou, was zijn devies.”

In het dorp woont Bostjan Noc, voorzitter van de Sloveense bijenhoudersassociatie. Hij vertelt over het raspaardje onder de honingbijen, de inheemse Krainer of Carnioolse bij (Apis mellifera carnica), een harde werker die niet agressief is. „We hebben ongeveer dertig broedstations in het land waar koninginnen gekweekt worden. Ze worden al sinds Habsburgse tijden over de hele wereld geëxporteerd. Na de Italiaanse honingbij is onze Krainerbij wereldwijd de meest gebruikte honingbij.”

Noc zegt dat een groeiend aantal imkers in Slovenië hun boerderijen openstelt voor apitoerisme. Er zijn rondleidingen, demonstraties en voorbeeldkasten en er kan honing worden geproefd en gekocht. Nieuw zijn de mogelijkheden voor apitherapieën, de alternatieve geneeswijze waarin de bij centraal staat. In het Westen is scepsis over de werking ervan, maar in landen in Oost-Europa en het Midden-Oosten is apitherapie populair.

De bloemenhoning lijkt op wat er in doorsnee honingpotten in onze supermarkten zit, maar is hier duidelijk rijker en verfijnder van smaak

In Hlevnik, op een steenworp afstand van de Italiaanse grens in de wijnstreek Goriska Brda, biedt bijenhouder Robert Skubin zulke therapieën aan. In zijn bijenkasthuisje kun je net als in mijn vakantiewoning in Magozd de lucht uit de bijenkasten inademen. Dat zou helpen bij bronchitis, astma en andere ziekten aan de luchtwegen, aldus Skubin.

Je kunt bij hem ook honingmassages krijgen die gifstoffen uit het lichaam zouden halen en het immuunsysteem zouden versterken. Skubin geeft ook therapieën met apitoxine, bijengif. Mensen krijgen gecontroleerd bijensteken toegediend, want het gif zou heilzaam zijn bij reumatische aandoeningen, MS, spierdystrofie en Parkinson – overigens bleek uit Nederlands onderzoek van het UMCG uit 2005 dat bijensteektherapie bij MS geen effect had.

Skubins vrouw heeft de voorpanelen van de bijenkasten met vrolijke figuratieve voorstellingen beschilderd, een oude Sloveense traditie. In de 18de en 19de eeuw was het al de gewoonte om de panelen te voorzien van religieuze taferelen, folkloristische motieven en historische voorstellingen.

5 procent minder water

In het dorp Selo pri Bledu, ten zuiden van het meer van Bled, zitten Danijela en Blaz Ambrozic in het apitoerisme. Ze hebben demonstratiekasten, een winkeltje en mogelijkheden voor apitherapie. Ze zijn achttien jaar bijenhouder en bezitten 180 bijenkasten. Danijela opent er een. „De bijenkasten in Slovenië zijn anders ingedeeld en iets kleiner dan de standaardkasten die elders worden gebruikt. Daardoor bevat Sloveense honing ongeveer 5 procent minder water dan in andere landen, waar de honing doorgaans voor zo’n 18 tot 20 procent uit water bestaat. In onze kasten maken de bijen meer vleugelbewegingen om de temperatuur op peil te houden, waardoor er ook meer water verdampt.”

Elke kast levert gemiddeld 10 tot 35 kilo honing op, afhankelijk van het weer, vertelt ze. „Dit voorjaar was erg koud en nat, het is tot nu toe een slecht honingjaar.’

Foto’s Guido Derksen

Toch winnen ze regelmatig prijzen voor hun honingsoorten, dus is dit het juiste adres om honing te proeven. Als eerste krijg ik acaciahoning, een allemansvriend die ook goed zou zijn voor mensen met pollenallergie. De lindebloesemhoning die erna volgt, heeft een lichte menthol- en citrusvruchtensmaak, verrassend. Gewone bloemenhoning en kersenbloesemhoning lijken iets meer op wat er in doorsnee honingpotten in onze supermarkten zit, maar ze zijn hier duidelijk rijker en verfijnder van smaak. De donkere boshoning is veel uitgesprokener, er zit een lichte rooksmaak aan. Danijela: „De beste en duurste soort is honing van de zilverspar, die is vrij zeldzaam. Kastanjehoning beschouwt men hier als de gezondste, vooral bij keelpijn en verkoudheid, maar niet iedereen houdt van de sterke en bittere smaak.”

Lees ook: In De Biesbosch woedt een bijenoorlogje

Terwijl ik aandachtig een lepeltje proef, is er opeens consternatie bij het bijenkasthuisje verderop. Uit één van de kasten vliegt een opgewonden zoemende wolk bijen de lucht in. De helft van de kolonie zwermt uit, samen met de koningin, een wolk van duizenden bijen. In de kast is dus al een nieuwe koningin aanwezig. „Dat is een kast van mijn zoon, hij heeft er niet voldoende aandacht aan besteed”, moppert Blaz Ambrozic. Nu moet hij de zwerm straks ergens in de buurt vangen en in een lege kast onderbrengen. „Als er geen ruimte is voor nieuw legsel of voor voedselopslag gaan ze weg. Je moet minstens een keer per tien dagen elke kast controleren.”