Voor heel even deel van de familie

Weekendje weg Janneke Vreugdenhil gaat op zoek naar bijzondere adresjes. Deze keer: Campveerse Toren in Veere.

Foto Campveerse Toren

Een antieke houten arreslede compleet met rode pluchen bekleding, smeedijzeren beslag en koperen belletjes; de meeste hotels zouden er niet mee wegkomen om zo’n curieuze sta-in-de-weg pal voor hun toch al krappe receptiebalietje neer te zetten. Maar de Campveerse Toren is niet de meeste hotels en de slee hoort bij de entourage, net zoals de vele portretten van leden van het koninklijk huis en de kast vol Delfts blauw aardewerk.

Foto Campveerse Toren

De Campveerse Toren, in de vijftiende eeuw gebouwd als verdedigingswerk op het havenhoofd van Veere, kent een roemrucht verleden als herberg en hotel. De lijst met prominente gasten is lang. Van Willem van Oranje en Charlotte van Bourbon (die er hun huwelijksdiner hielden) tot Rainier en Grace van Monaco, en van Ruud Lubbers tot de fine fleur van artistiek Nederland. („Wat jammer dat Veere zo ver van Mokum is”, schreef Max Tailleur in de jaren zestig in het gastenboek.)

Anno 2019 wordt het hotel met flair uitgebaat door Hendrina van Cranenburgh, die twintig jaar geleden het stokje overnam van haar vader Henk. Ze wordt bijgestaan door zussen Trijntje en Neeltje, maar, zoals Trijntje me verzekert: „Hendrina is de baas.” Zelfs moeder Jo (88) helpt nog dagelijks mee in de keuken. Het mooie is: als gast voel je dit. Wie in de Campveerse Toren logeert, al is het maar voor één nacht, voelt zich heel even deel van de familie, van de rijke geschiedenis en van dat bijna té mooie Zeeuwse stadje.

Terug naar de arreslee: die dook op in 1953 toen het water dat Zeeland zo wreed had overspoeld, gezakt was. Niemand wilde hem hebben, dus ontfermde Henk Cranenburgh, hartstochtelijk kunst- en antiekverzamelaar, zich erover. Zijn dochter overweegt nu om hem te doneren aan het Watersnoodmuseum. „Maar ik vrees dat onze vaste gasten hem erg zouden missen.”

2-persoonskamer vanaf 135 euro