‘Ik heb tot bloedens toe op dichte deuren geklopt, die staan nu wagenwijd open’

Babs Gons Na een verblijf in New York keerde Babs Gons terug met een droom: spoken word groot maken in Nederland.

Het is eigenlijk best gek dat deze zomer een papieren bloemlezing van Nederlandse spoken word verschenen is. Het genre doet het namelijk niet per se goed op papier en is er al helemaal niet voor bedoeld.

Spoken word wordt gedefinieerd als ‘de voordracht van een zelfgeschreven tekst, waarbij de voordracht verheven wordt tot kunst. Spoken word is de kunst om de woorden van het papier te halen en ze tot leven te brengen.’

Met Hardop, zoals de bloemlezing heet, gebeurt het omgekeerde: de gesproken woorden worden aan het papier toevertrouwd. Babs Gons, samensteller en Grande Dame van de Nederlandse spoken word, verzamelde niet alleen een aantal eigen teksten, maar ook die van zeventien andere spoken word-artiesten, onder wie Akwasi, Jasper Albinus en Neusa Gomes. Maar waarom koos ze voor een boek? Gons: „Een spoken word-artiest maakt vooral gebruik van audio en video, maar ik wilde deze artiesten een keer op papier hebben. Op een gegeven moment moet je de tijd stilzetten en een afdruk nemen: dit speelt er op dit moment.”

Waarom nu?

„Ik ben met anderen al twintig jaar bezig spoken word in Nederland te faciliteren. Ik begon in 1999 in de hoop dat spoken word zou groeien en inmiddels is er een infrastructuur en heeft het genre hier kunnen wortelen. Er is momenteel veel vraag naar spoken word vanuit fondsen, tijdschriften en redacties. In het verleden heb ik tot bloedens toe op dichte deuren staan kloppen, terwijl ze nu wagenwijd open staan. Misschien is dat het lot van ergens in pionieren. In ieder geval hebben ze de klok horen luiden.”

Hoe bedoel je?

„De instituten realiseren zich dat ze anders toch een deel van een jonge generatie missen die wel degelijk bezig is met een vorm van literatuur.”

Ik spreek Gons op het Groningse poëziefestival Dichters in de Prinsentuin, waar zij het zaterdagmiddagprogramma afsloot. Ook andere spoken word-artiesten uit Hardop maken duidelijk welke positie spoken word opgeëist heeft in het literaire landschap. Zo zijn dit jaar Gershwin Bonevacia en Dean Bowen stadsdichter geworden, van respectievelijk Amsterdam en Rotterdam. Bowen werd bovendien met zijn debuutbundel Bokman genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2018. Onias Landvelds termijn als stadsdichter van Tilburg liep deze week af.

In haar inleiding schrijft Gons dat ze na een verblijf van twee maanden met een droom uit New York terugkeerde: de spoken word die ze daar in grote hoeveelheden tot zich genomen had groot maken in Nederland. Ze wist niet wat haar overkwam bij al die spoken word-avonden in de metropool, alsof ze opeens begreep wat ze jarenlang zocht. Verhalen die verteld worden uit het hart, met het hele lichaam, door mensen zoals zij. „Veel spoken word-artiesten vertellen een verhaal dat ze op weinig plaatsen kwijt kunnen.”

Migratie, dekolonisatie, gender, tussen culturen in hangen, hoe die culturen met elkaar kunnen botsen, dat zijn terugkerende thema’s in Hardop. De teksten van spoken word-artiesten zijn volgens Gons vrij actueel, een belangrijk element van het genre. Dus niet alleen de grote thema’s als kleur en gender, maar ook het verhaal erachter. Ze haalt Sjaan Flikweert aan: „Zij schrijft over slavernij, omdat ze heel goed ziet dat die geschiedenis ook de hare is, een gedeelde geschiedenis, en niet eentje van alleen zwarte mensen. Waarom zouden alleen zij dit thema moeten aansnijden, het is toch van iedereen?”

Het onderwerp keert in een aantal teksten terug, soms expliciet, dan weer implicieter. Een van de mooiste in Hardop, de brief ‘Geachte meneer Veldwijk’, van Naomi Veldwijk, is geschreven aan ene Egbert: ‘Machtig, wit, rijk. Dat was jij. / Staten-Generaal, koopman, commissaris, administrateur’. Uit zijn vingers kwamen enkel de voornamen van de tot slaaf gemaakten. Die liet hij na aan zijn zoon. 182 namen, van echte mensen, ‘gebouwd van / dezelfde stoffen als jij. Met dezelfde benen, dezelfde armen, maar met handen en een geest / voorzien van kracht waar jij alleen maar van had kunnen dromen.’

Parafrase doet de tekst tekort. Bovendien: je had erbij moeten zijn. Je moet het hardop horen. Spoken word biedt deze artiesten de gelegenheid persoonlijke verhalen te vertellen. De verhalen achter de politiek, het beleid en andermans opinies. Het is een cliché, zegt Gons, „maar iedereen heeft een verhaal dat het waard is om gehoord te worden. Vele daarvan hoor je nog niet.”

Waarom niet?

„Voor mij is de verpersoonlijking van literatuur een oudere witte man, soms een vrouw, die bepaalt wie toegang en ruimte krijgt en wie niet. Je kunt je daardoor laten weerhouden, of je zegt: ik doe het zelf.”

Veel schrijvers uit Hardop doen het zelf.

„Ik heb het werk van achttien mensen geselecteerd van wie het merendeel niet alleen zelf op het podium staat maar ook podia verzorgt, zoals Elten Kiene doet met Woorden Worden Zinnen. Ik wil daarmee laten zien dat de spoken word-beweging heel actief is. Kijk eens naar Justin Samgars Spoken Agency, het eerste agentschap voor spoken word. Hij laat zien dat spoken word ook commercieel ingezet kan worden, voor reclames bijvoorbeeld.”

Ze profileren zich niet uitsluitend als schrijver.

„Ze zijn dragers van het genre en bouwen eraan mee.”

Die verbinding en gemeenschapszin zie je ook terug in de performances.

Spoken word is erg afhankelijk van het publiek. Mensen gaan niet alleen af op je tekst, maar ook op hoe je het brengt. Je spreekt hen op een andere manier aan.”

De afstand tussen performer en luisteraar is klein.

„Mensen komen meteen naar je toe. Er is eigenlijk geen afstand tussen performers en publiek, want de performers maken deel uit van het publiek. Op hun beurt nodigen zij luisteraars uit tot interactie. De betrokkenheid is groot, dat vind ik echt een meerwaarde.”

Zo is het, ondanks de paradoxale keuze voor het boek, ook met deze bloemlezing, die om het beeldende van spoken word op papier te behouden uitbundig vormgegeven is. Gons krijgt van de schrijvers uit Hardop goed mee hoe het boek zijn weg vindt naar het publiek. „Kijk eens op hun sociale media. Ze zijn de ambassadeurs van het boek. Ik maak van bijna iedereen die een boek van me koopt een foto, bijvoorbeeld na een optreden. Dat persoonlijke en intieme contact, wat spoken word zelf evengoed is, dat vind ik mooi en de mensen zelf ook. Ze sturen me ook sneller een berichtje over hun leeservaring.”

En blijft het bij een eenmalige bundel? „Hardop wordt een blijvend platform. Op Instagram laten we zien hoe beweeglijk en internationaal spoken word is: die artiest bevindt zich daar en dan reist die daar weer heen. Soms op een personeelsfeest, dan weer in een activistische setting. Dit is een begin om spoken word in Nederland te documenteren.”