Opinie

Waarom Soekarno nog steeds haten?

Indonesië In Nederland is Soekarno lang gezien als een terrorist of een soort Mussert, schrijft . Een vervormd beeld, gebaseerd op vijanddenken en gebrekkige kennis.

Nederlanders stuitten in 1945 op „een door speeches van Soekarno ontvlamd nationalistisch Indonesisch volk”
Nederlanders stuitten in 1945 op „een door speeches van Soekarno ontvlamd nationalistisch Indonesisch volk” Foto ANP

In het Rijksmuseum ontmoette ik, op een bijeenkomst ter voorbereiding van een tentoonstelling over de Indonesische Revolutie, de zoon van een Nederlandse Indiëveteraan. De eerste zin die krachtig uit zijn mond kwam was er een vol kwaadheid en teleurstelling over het beeld van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië tussen 1945 en 1950. „Ik wil een tentoonstelling die een evenwichtig beeld geeft, die niet alleen de wreedheden van het Nederlandse leger toont”, zei de man. Ook zei hij: „Soekarno was een terrorist! Hij stuurde zijn mannen de dorpen in om mensen te vermoorden die beschuldigd werden van collaboratie met de Nederlanders.”

Als Indonesiër, opgegroeid met verhalen over de heldendaden van Soekarno, kwamen zijn woorden aan alsof ik door de bliksem werd getroffen. „Wat bedoel je precies als je spreekt van een terrorist?” vroeg ik, en ik wilde weten waar hij al die kennis over de oorlog in Indonesië tussen 1945 en 1949 vandaan had.

De man, 62 jaar geleden geboren op Ambon in de Molukken, antwoordde: „Ik heb dit alles gelezen in de brieven van mijn vader, die als vrijwilliger deelnam aan de oorlog in Indonesië.”

Toen begreep ik het. Zijn woorden herinnerden me aan een voorval in Indonesië. Op 10 november 2017 ging een groep studenten de straat op in Rangkasbitung, Lebak (West-Java) om te protesteren tegen het gebruik van de naam Multatuli voor een nieuw museum. De demonstranten eisten dat de naam Multatuli niet gebruikt zou worden. Een aantal onder hen stelde dat Multatuli een Nederlandse koloniaal was die niet herinnerd hoefde te worden.

Distortie, vervorming, is het sleutelwoord om dit te begrijpen. De zoon van de oud-strijder had slechts informatie over Soekarno verkregen via de brieven van zijn vader. Terwijl de studenten in Lebak het boek Max Havelaar van Multatuli niet verplicht hadden hoeven lezen. Het begrip van Soekarno door de ene en Multatuli door de andere partij werd daardoor vervormd.

Vervorming van het verleden is ook waar Anne-Lot Hoek op wijst in haar artikel in NRC (Gemiste geschiedenis, gemiste kans, 17/8) over hoe de aandacht voor de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog tussen 1945 en 1950, het ontstaan van de onafhankelijkheidsbeweging aan het zicht onttrekt. Dat gebeurde niet in de twee dagen tussen de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 en de proclamatie van de Indonesische onafhankelijkheid op 17 augustus 1945. Daaraan gingen decennia van voorbereiding en politieke strijd, door onder anderen Soekarno, vooraf. Zonder die kennis kan hij makkelijk worden afgeschilderd als een pion van Japan.

Lees ook: Nederland op zoek naar de goede kant van de geschiedenis

Geen Soekarno op IJburg

Deze distortie is er ook de oorzaak van dat Soekarno’s naam niet werd gekozen als straatnaam in de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg. Een deel van de Nederlanders, met name zij die deze tijd zelf hebben meegemaakt, zullen nooit een goed woord voor Soekarno over hebben omdat hij de last draagt voor het leed dat de Nederlanders en Indo-Europeanen werd aangedaan tijdens de drieënhalf jaar durende Japanse bezetting van Indonesië en de oorlog daarna.

Wellicht vergeten veel mensen dat Soekarno geen Philippe Pétain was, leider van Vichy-Frankrijk, die collaboreerde met de nazi’s, of Anton Mussert, leider van de NSB – beiden veroordeeld na een proces bij oorlogstribunalen. Soekarno is nooit gedaagd voor of veroordeeld door een rechtbank voor de daden waarvoor hij verantwoordelijk wordt gehouden.

Het gevoel van vijandschap ten opzichte van Soekarno kan mogelijk verklaard worden vanuit de behoefte aan een zwart schaap. Een personificatie van de vijand – een vijand die het gewelddadige optreden tijdens twee militaire acties in Indonesië door de Nederlandse regering in de periode 1945-1950 moest rechtvaardigen.

Veel Nederlandse jongeren werden geprovoceerd om op oorlogspad te gaan om Nederlands-Indië te bevrijden van het fascistische Japan. Maar toen ze aankwamen was er geen enkele Japanner die hen in de weg stond. In plaats daarvan was er een door speeches van Soekarno ontvlamd nationalistisch Indonesisch volk, klaar om voor zijn vrijheid te vechten.

Japan op één lijn gesteld met nazi’s

De Nederlandse regering sloot haar ogen voor de politieke ontwikkelingen die los van de Japanse bezetting al hadden plaatsgevonden. Japan werd op een lijn gesteld met de nazi’s in Europa – beide hadden de oorlog verloren. Maar voor de leiders van de vrijheidsbewegingen in Indonesië, waaronder Soekarno, was het verlies van Japan een kans om een onafhankelijk land te stichten, vrij van bezetting door welk ander land dan ook, inclusief Nederland.

Onderwijl hoopte de Nederlandse regering haar macht in Nederlands-Indië te herstellen zoals die was voor de Japanse bezetting. Wij weten allemaal dat deze naïeve poging tot rekolonisatie tevergeefs is geweest. Begonnen op het moment van het uitroepen van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 en geëindigd in de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949.

Nederland trok zich terug uit Indonesië met een ondraaglijke historische last op zijn schouders. Soekarno werd, zoals gezegd, het gezicht van die last.

Het falen van de Nederlandse regering om Nederlands-Indië als kolonie terug te krijgen werd geweten aan Soekarno. Voorts ontstaat de indruk dat de blijvende ontkenning van de werkelijke rol die Soekarno speelde, aangeeft dat Nederlanders nog altijd niet voorbij kunnen gaan aan het beeld dat ze hebben van het verleden. En dat is te betreuren.

Lees ook: Gemiste koloniale geschiedenis, gemiste kans

De houding van Nederlanders ten opzichte van Soekarno is ook terug te horen in de tekst van het kinderliedje uit die tijd: „Wat doen we met Soekarno als hij komt? (bis) We maken er kachelhoutjes van! En wat doen we met Soekarno als het kan? (bis) We hakken hem in mootjes, we hakken hem in mootjes, we hakken hem in mootjes in de pan!”

Omgekeerd koesterde Soekarno geen wrok jegens Nederlanders. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een brief die hij op 31 december 1948 schreef aan majoor Geelkerken die hem tijdens zijn twaalf dagen durende verbanning tijdens de Tweede Nederlandse Agressie in Berastagi bewaakte: „Een collega van U uit Medan vroeg mij: Haat U de Nederlanders? Ik antwoordde: Neen! Mijn antwoord was oprecht. Ik haat de Nederlanders niet. Ik haat alleen de koloniale verhouding, het imperialisme. Waarom zou ik het Nederlandsche volk haten? 95 procent van het Nederlandsche volk is evenzeer slachtoffer van de koloniale verhouding, als het Indonesische volk, dat nu zijn vrijheid zoekt”. Is het nu, ruim zeventig jaar later, niet tijd voor Nederlanders om zich te realiseren dat zij een vertekend beeld hebben van Soekarno en dat zij kunnen ophouden hem te haten?

Vertaling: Arjan Onderdenwijngaard.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.