Proef met legale wiet, van Breda tot Groningen

2021-2025 Tien gemeenten gaan meedoen aan experiment met verkoop van gereguleerde wiet. Elke coffeeshop moet meedoen.

Tien gemeenten doen vanaf 2021 vier jaar lang mee aan het experiment met de verkoop van gereguleerde wiet.
Tien gemeenten doen vanaf 2021 vier jaar lang mee aan het experiment met de verkoop van gereguleerde wiet. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Groningen, Tilburg, Almere, Breda, Maastricht, Nijmegen, Arnhem, Zaanstad, Heerlen en Hellevoetsluis zijn de tien gemeenten die vanaf 2021 vier jaar lang meedoen aan het experiment met de verkoop van gereguleerde wiet.

Dat heeft de adviescommissie die de regering adviseert over een experiment met cannabisteelt voor recreatief gebruik donderdag bekendgemaakt in Den Haag. De steden Breda, Maastricht en Heerlen zijn vanwege hun ligging aangemerkt als ‘grensgemeenten’. Dat betekent dat coffeeshops daar geen wiet mogen verkopen aan buitenlanders om te voorkomen dat het drugstoerisme in deze gemeenten sterk toeneemt.

Het advies van de commissie onder leiding van professor André Knottnerus wordt overgenomen door de verantwoordelijke ministers Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) en Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA). Woensdagavond hebben de ministers al een eerste keer gesproken met de tien gemeenten over de nadere invulling van hun deelname aan het wietexperiment.

Voor de proef hadden in totaal 23 gemeenten zich aangemeld. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht lieten al eerder weten dat ze niet wilden deelnemen, omdat ze het niet eens waren met de opzet van het experiment. Volgens het regeerakkoord moeten alle coffeeshops in een gemeente meedoen aan het experiment. Knottnerus zei donderdag dat het doel van het experiment is om „de illegale achterdeur te decriminaliseren en een gesloten keten tot stand te brengen met uitbanning van criminaliteit”.

Evaluatie

Met tien gemeenten is een goede evaluatie mogelijk van het experiment, meent de commissie. De commissie heeft per provincie één gemeente willen selecteren. Het moest ook gaan om middelgrote gemeenten en enkele kleinere gemeenten. Ook grensgemeenten moesten deel uitmaken van het experiment.

Knottnerus spreekt van „een substantieel experiment”. In de tien gemeenten zullen in totaal 79 coffeeshops meedoen, dat is 14 procent van het totale aantal in Nederland. De commissie wil ook graag dat Utrecht als een van de vier grote steden meedoet. Nu kan dat nog niet omdat in deze gemeente niet alle coffeeshops willen meedoen en dat is een voorwaarde. Utrecht zou mogelijk met een beperkt aantal coffeeshops kunnen meedoen.

De commissie roept ook op de „kansen voor gezondheidsbescherming” te benutten door te waarschuwen over mogelijke schadelijke effecten voor de volksgezondheid en verslavingsproblematiek.

„De producent moet op het pakje exacte informatie geven over het product en hoe het verstandig te gebruiken”, aldus Knottnerus. Hij roept op tot ‘verantwoord ondernemerschap’. Veel coffeeshops zouden de kansen willen benutten voor een „opgeschoonde branche”.

Knottnerus zegt dat het „niet lang meer zal duren” totdat de ministeries overgaan tot „het werven en aanwijzen van telers” van cannabis. „Een absolute voorwaarde is dat het criminele milieu achter zich laten.”